De slappe lach als het laatste woord

Voorstelling: Het Leven is Droom door Theaterplatform i.s.m. Theatergroep Piek. Tekst: Pedro Calderón de la Barca. Vert.: Erik Coenen. Regie: Willibrord Keesen. Spel: o.m. Kuno Bakker, Monique Kuijpers. Gezien: Utrecht Blauwe Zaal. Aldaar t-m 14 dec. Tournee t-m 15 feb.

De zeventiende eeuwse hofdichter Don Pedro Calderón de la Barca heeft in Spanje de reputatie van een nationale Shakespeare. Klassieke thema's maken zijn toneelstuk Het Leven is Droom verwant met het koningsdrama, maar dan wel van het komische soort met bizarre intriges.

Het stuk gaat over een koningszoon die volgens zijn vader onder een kwaadaardig gesternte is geboren. De vader houdt hem angstvallig opgesloten in een kerker. Eenmaal mag hij op proef regeren en dan blijkt hij, juist door zijn liefdeloze opvoeding, het beest te zijn waar de koning zo bang voor was. Terug in zijn gevangenis denkt hij dat hij alles gedroomd heeft.

Als hij in een oorlog bevrijd wordt, dan blijft hij het leven beschouwen als een droom; een kort, ijdel moment van bestaan. Dit besef maakt zijn gedrag in een 'beschaafde' omgeving niet minder direct en wellustig. Op één punt na: zijn machtswellust is verdwenen. Hij aarzelt nu om anderen zijn wil op te leggen, waar iedereen om hem heen dat juist wel doet met behulp van een prachtige en uitvoerige retoriek.

In de berijmde vertaling van Erik Coenen blijft de tekst onverkort zijn glansrol vervullen. Theatergroep Piek en Theaterplatform hebben in hun opvoering het stuk op marginale punten ingekort en de koning vervangen door een koningin.

De acteurs (vier leerlingen van de Arnhemse toneelschool en twee ervaren acteurs) combineren een welsprekendheid die niet van deze tijd is met een eigentijdse en alledaagse wijze van handelen. Komisch is het als zij de bloemrijke taal van Barca combineren met het gedrag van stijf kantoorpersoneel. Juist als je bedenkt dat dit arsenaal aan bewegingen nu wel is uitgeput, als de verveling dreigt, komt er meer actie in het spel.

De neef en nicht van de prins, die niets van de troonpretendent moeten hebben, gaan een gevecht met hem aan. Dat ontwikkelt zich tot een erotische stoeipartij, en verandert de gevoelens van beide bloedverwanten voor de prins. De koningin, in haar mantelpak steeds streng in de plooi, krijgt de slappe lach wanneer ze eindelijk inziet dat pogingen haar zoons karakter te veranderen zinloos zijn.

Theatergroep Piek psychologiseert niet en moraliseert evenmin. Bijna terloops ontstaat het besef dat het noodlot toch niet de meest overtuigende kracht is. De koningin met haar slappe lach, de koningszoon die zijn rol niet zo serieus neemt, zij hebben het laatste woord.