Baker wil hulpconferentie Westen voor ex-Sovjet-Unie

WASHINGTON, 13 DEC. De Verenigde Staten hebben gisteren een internationale conferentie in Washington voorgesteld over humanitaire hulp aan de "voormalige' Sovjet-Unie. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, deed gisteren aan de Princeton-universiteit een “oproep tot actie” aan de VS en de Westerse wereld.

“De Russische winter kan, net als in 1812, 1917 en 1941 weer de loop van de geschiedenis beïnvloeden”, zei Baker. “De mensen zijn moe en hongerig, gedesoriënteerd en verward. Deze mensen moeten kunnen zien dat democraten en hervormers de goederen kunnen leveren en dat er reden is tot hoop, een teken dat de dingen beter worden. Het kan gemakkelijk voor hen zijn om van hun verlangen naar vrijheid tot de simplistische oplossingen van een nieuwe demagoog of dicator over te gaan. Als dat gebeurt, dan zullen hun problemen weer duidelijk onze zorgen worden - zoals het een bedreiging van ons bestaan werd, toen volkeren in de jaren dertig zich tot het fascisme wendden.”

De conferentie om de hulp te coördineren moet begin januari worden gehouden. De geïndustrialiseerde landen, de Middeneuropese en Oosteuropese landen, de Arabische oliestaten en de internationale financiële instellingen worden uitgenodigd. Welk niveau de delegaties zullen hebben is nog niet duidelijk. De Amerikaanse coördinator voor de hulp wordt onderminister van buitenlandse zaken, Lawrence Eagleburger.

Baker vreest voor “een Joegoslavië met kernwapens”, als er door de menselijke nood chaos ontstaat in de Sovjet-Unie. In feite verklaarde Baker de Sovjet-Unie dood tijdens de toespraak. “De staat die Lenin oprichtte en Stalin verder uitbouwde droeg het zaad van haar eigen vernietiging in zich”, zei Baker. “Toen druk van buitenaf werd gehandhaafd - en de ramen naar het westen werden geopend - brak de Sovjet-staat uit zichzelf in stukken.” Door de “instorting van de Sovjet-Unie leven we in een nieuwe wereld”, vervolgde hij.

Het voornaamste doel is volgens Baker de hulp bij vernietiging en beheersing van de “militaire resten van de Koude Oorlog”. Amerikaanse kernwapenlaboratoria zouden daarbij kunnen helpen. De strategische kernwapens moeten volgens Baker onder een gezamenlijk commando blijven. Geheel onafhankelijke republieken moeten zich onderwerpen aan de bepalingen van het verdrag tegen verspreiding van kernwapens. Ten tweede moeten de republieken worden geholpen bij het vormen van democratische instellingen. En ten derde moet een vrije markt de economie van de voormalige Sovjet-Unie stabiliseren en doen herstellen.

Gorbatsjov is niet zo belangrijk meer voor de Amerikaanse regering. De Amerikaanse ambassadeur in Moskou, Robert Strauss, zei gisteren aan de defensiecommissie van het Huis van Afgevaardigden dat de Russische president Jeltsin en zijn ministers “de mensen zijn met wie wij zaken doen”.

Baker had lof voor Gorbatsjov maar sprak bijna een grafrede over hem uit door in verleden tijd aan hem te refereren. “Zijn plaats in de geschiedenis is zeker, want hij hielp om de Koude Oorlog vreedzaam te beëindigen en daarvoor is de wereld dankbaar en vol respect”, zei hij. “Hetzelfde geldt voor zijn partner, Edoeard Sjevardnadze.” Hij prees de democratische gezindheid van leiders van zes republieken maar hij veroordeelde de herbewapening van Azerbeidjan.

Een woordvoerder van het Witte Huis zei dat Bush nog steeds contact zou houden met Gorbatsjov. Bush tekende gisteren het geratificeerde verdrag over conventionele wapens in Europa, hoewel het door de nieuwe politieke situatie deels verouderd is. Baker zelf begint morgen aan een reis langs onder andere de republieken Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland, Kazachstan en Kirgizië om poolshoogte te nemen van de noodsituatie.

Voorlopig wil Washington niet meer middelen uittrekken voor hulp aan de Sovjet-Unie. Toch is niet uitgesloten dat dit alsnog gebeurt. Door de huidige recessie is buitenlandse hulp geen populair onderwerp bij het Amerikaanse Congres en bij de kiezers. President Bush heeft minder geld gekregen voor de Sovjet-Unie dan hij had gevraagd en hij laat het er voorlopig bij zitten. Wegens de prikkelbare, politieke stemming heeft hij de uitnodiging voor de internationale conferentie aan zijn minister Baker overgelaten. Zelf wil hij in deze tijd niet te veel met buitenlandse onderwerpen worden geassocieerd. Baker en de Amerikaanse ambassadeur in Moskou, Robert Strauss, proberen samen de isolationistische geest in Amerika tegen te gaan. Baker herinnerde eraan wat internationale betrokkenheid de Verenigde Staten aan goeds had gebracht en hoe isolationisme leidde tot de Tweede Wereldoorlog. Hij had zelfs lof voor de Democratische internationalist in de Eerste Wereldoorlog, president Woodrow Wilson.

Strauss zei maandag dat hij in Amerika evenveel werk heeft te doen als in Moskou. Hij verschijnt deze week voor commissies in het Congres, fora van zakenlieden en voor de National Press club om meer hulp aan de Sovjet-Unie te bepleiten. Hij zegt dat drie tot vijf miljard dollar extra genoeg zijn om de biljoeneninvestering in de voormalige Koude Oorlog sinds 1946 vrucht te doen dragen. Toch erkent hij ook dat de toekomst van de Sovjet-Unie niet door het Westen kan worden bepaald.

Amerika had eerder vier miljard dollar voor voedselhulp uitgetrokken. Omdat niet altijd kon worden bepaald waar het geld heen moest - naar de Sovjet-Unie of naar de republieken - is het nog niet helemaal uitgegeven. Ook moet er 400 miljoen dollar worden besteed aan het vernietigen van Sovjet-kernwapens. Er gaan ook 250 vrijwilligersteams van het Peace Corps naar de voormalige Sovjet-Unie om te helpen bij het distribueren van voedsel en brandstof.