Amsterdamse junkies zijn betrekkelijk braaf; Onderzoek in de drugsscene van de Wallen

AMSTERDAM, 13 DEC. De Amsterdamse junkie is braaf vergeleken met zijn Engelse en Amerikaanse collega. Is het gemiddelde Amsterdamse junkie-inkomen voor 24 procent afhankelijk van diefstal en straatroof, in New York en Liverpool gelden percentages van respectievelijk 43 en 65.

Deze berekening volgt uit een onderzoek dat M. Grapendaal, Ed. Leuw en J.M. Nelen in opdracht van het ministerie van justitie hebben verricht in de drugscene van de Wallen. De uitkering blijkt een belangrijk onderdeel van het junkie-inkomen te vormen: 29 procent. Dan volgen de criminaliteit (24 procent), de straathandel in drugs (20 procent), prostitutie (15 procent) en een regulier salaris (4 procent).

Het rapport "De economie van het drugsbestaan', dat gisteren werd gepresenteerd, is het resultaat van bijna twee jaar veldwerk op de Wallen en interviews met een representatieve groep van 150 verslaafden. De vraaggesprekken hadden plaats op straat of in een pand in de nabijheid van het Leidseplein, onder het genot van veel drop en gevulde koeken. “Want het zijn enorme zoetekauwen”, aldus onderzoeker M. Grapendaal.

In het onderzoek zijn enkele hardnekkige vooroordelen over het verband tussen criminaliteit en druggebruik gesneuveld. Zoals de veronderstelling dat criminaliteit volgt op druggebruik. In werkelijkheid had meer dan de helft van de ondervraagde junkies al een strafblad voordat ze aan de harddrugs begonnen. Ook klopt het niet dat verslaafden zich in hun criminele gedrag laten leiden door hun behoefte aan drugs. Gebruikers blijken hun drugconsumptie eerder af te stemmen op hun inkomsten. Na een "slechte dag' beperken ze zich vaak tot goedkope methadon of pillen, na een "goede' dag gaan ze zich te buiten aan dure cocane en herone.

Uit het onderzoek komen drie verslaafdentypes en levensstijlen naar voren. Ten eerste is er het type van de "criminele' gebruiker, die 22 procent van de verslaafdenpopulatie vormt. Binnen deze groep onderscheidt men een groep van 10 procent "hypercriminelen', verantwoordelijk voor 70 procent van de totale drugcriminaliteit. Tegen hen is volgens het onderzoek een hard vervolgingsbeleid op zijn plaats.

“Criminaliteit houdt ook verband met leeftijd. Net als in de topsport kent de junkie-carrière een piek tussen de 25 en 30 jaar”, meent Grapendaal. “Die fysiek sterke groep gelooft nog in de romantiek van het drugbestaan. Afkicken willen ze niet, ze vinden hun leven heel opwindend.” Door dat verband tussen criminaliteit en leeftijd vermoedt Grapendaal dat het drugprobleem binnen afzienbare tijd onder controle is: “Er komen nauwelijks jonge junkies bij. We hebben pas na heel lang zoeken en rondvragen een Nederlandse verslaafde van onder de 21 jaar gevonden.”

Een tweede type is de "genormaliseerde gebruiker', 63 procent van de verslaafden. Zij zijn niet of nauwelijks van criminaliteit afhankelijk. Onder die groep rekent men de "gepensioneerde junks', dertigers en veertigers die zijn uitgekeken op het junkiebestaan. “Hun levenspatroon verschilt vaak nauwelijks van dat van veel langdurig werklozen: ze zitten thuis en kijken televisie”, aldus Grapendaal. Een derde type vormt de "dealende gebruiker'. De kleine straathandel op de Wallen is overwegend in handen van Surinamers en voorziet een groot aantal mensen van een inkomen: dealers, koeriers, uitkijkposten en verhuurders van een 'shooting gallery', waar men ongestoord kan spuiten.

Een aparte groep vormen de verloederde junks. Grapendaal: “Crimineel gezien zijn ze incompetent. Ze zijn ziek en te oud, slikken en drinken alles wat ze tegenkomen, gebruiken tweedehands-spuiten en koken watjes uit om te zien of er nog herone inzit”. Omdat zij een risicogroep vormen voor de verspreiding van het HIV-virus zou de verstrekking van herone én cocane voor deze groep weer bespreekbaar moeten zijn. “Maar er dienen wel zorgvuldig criteria te worden opgesteld. Er moet geen premie staan op verloedering.”

Methadonverstrekking blijkt geen effect te hebben op de criminaliteit. Daarbij maakt het onderzoek onderscheid tussen hoogdrempelige projecten (artsen, wijkposten) en laagdrempelige (methadonbussen). De cliënten van methadonbussen blijken crimineler dan junkies die geen gebruik maken van de verstrekking. Grapendaal: “Methadon is voor hen vooral een bodem, een vorm van verzekering dat ze ook hun "slechte dagen' doorkomen. Wel hebben we gemerkt dat junkies zich in hun criminele gedrag morele grenzen stellen. Methadon zorgt ervoor dat ze die grenzen niet overschrijden.” Methadonverstrekking moet volgens het onderzoek vooral gezien worden als een manier om contact te houden met de harddrugscene.

Methadon in vaste vorm wordt op grote schaal doorverkocht. De straatwaarde van een "bolletje' methadon schommelt rond de drie gulden. Grapendaal: “Nadeel voor de verslaafden is dat ze zich bij de verstrekking op doktersrecept vaak aan urinetesten moeten onderwerpen, om te kijken of ze niet op grote schaal andere drugs gebruiken. Maar de scene is vindingrijk: op een gegeven moment werd op de Zeedijk "cleane' urine aangeboden, met het advies om het even onder de oksel te verwarmen voor het ingeleverd werd.”

Desondanks onderschrijven de onderzoekers het huidige harddrugbeleid. Voor de uitwerking van een repressief beleid is het resultaat van de "War on Drugs' op de Amerikaanse binnensteden een instructief voorbeeld. Maar ook legalisering is geen serieus alternatief. Bij porno en cannabis heeft dat immers bepaald niet geleid tot een afname van de vraag.