Alle republieken van Unie tekenen Energiehandvest

DEN HAAG, 13 DEC. Alle republieken van de voormalige Sovjet-Unie en de drie Baltische staten Esland, Letland en Litouwen zullen volgende week dinsdag op de internationale ministersconferentie in de Haagse Ridderzaal het Energie-Handvest (plan-Lubbers) ondertekenen.

Volgens topambtenaar drs.L. Knegt van het ministerie van economische zaken vaardigt alleen de Aziatische republiek Tadzjikistan geen eigen minister af naar Den Haag, maar laat het zich vertegenwoordigen door Kazachstan.

Namens de economische Unie van voormalige Sovjet-republieken die nog op initiatief van president Gorbatsjov tot stand kwam, zal vice-premier Gavrilov het Handvest tekenen. Gavrilov vertegenwoordigt het Interstatelijk Comité van deze Unie.

In totaal zullen 49 landen, de Europese Commissie en de Europese Gemeenschap het Handvest voor samenwerking op energiegebied met Oost-Europa tekenen. Minister Andriessen (economische zaken) signeert zowel namens Nederland als namens de EG.

Het plan-Lubbers beoogt een politiek en economisch kader in Oost-Europa te scheppen, waarin het voor Westerse ondernemingen aantrekkelijk wordt op grote schaal in de voormalige Sovjet-Unie en de andere Oosteuropese landen te investeren in de olie- en gaswinning, de elektriciteitsvoorziening, in energiebesparing, milieuvoorzieningen en in beveiliging van de kerncentrales in Oost-Europa die door de Sovjet-Unie zijn ontworpen.

Belangrijke punten in het Handvest zijn de bescherming van Westerse investeringen tegen politieke risico's zoals nationalisaties en de opbouw van een markteconomie in Oost-Europa. In ruil voor de investeringen worden lange-termijncontracten voor de export uit de voormalige Sovjet-Unie van aardgas, olie en kolen afgesloten.

Gedurende een overgangsfase zullen overheden en internationale bankinstellingen (het Internationaal Monetair Fonds, de groep van zeven belangrijkste industrielanden G-7, de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling) en de Europese Commissie geld en technische assistentie voor de eerste energieprojecten beschikbaar stellen. Het Nederlandse ministerie van economische zaken stelt dit jaar in het kader van het Programma Samenwerking Oost-Europa 5 miljoen gulden beschikbaar voor negen projecten.

Topambtenaar Knegt zei gisteren dat premier Lubbers zijn energieplan vorig jaar geheel zelfstandig heeft ontwikkeld uit vrees voor de toenemende westelijke afhankelijkheid van olie-import uit het Midden-Oosten. Eind mei 1990, twee maanden voor de Golfcrisis begon met de Iraakse inval in Koeweit, waren de Saoedi-Arabische olieminister Hisham Nazer en secretaris-generaal Subroto van OPEC (de Organisatie van olie-exporterende landen die door de westerse landen als een kartel wordt beschouwd) in Den Haag op bezoek. Ambtenaren van het ministerie van economische zaken hadden toen cijfers opgesteld waaruit bleek dat er tegen 1995 een omslag op de oliemarkt was te verwachten, door een geleidelijke vermindering van de olieproduktie buiten de OPEC-landen.

“OPEC zou daardoor weer "swinging supplier' (producent die als enige tekorten kan aanvullen) worden en daardoor opnieuw een grote machtspositie krijgen. Wij hadden dus zorg over de zekerheid van voorziening van voldoende olie op de markt en over de toenemende afhankelijkheid van het Midden-Oosten met alle gevolgen van dien. Dat heeft toen in het Torentje (het kantoor van de premier aan de Haagse Hofvijver) tot het plan-Lubbers geleid”, aldus drs. Knegt.