Zuur in de mond

Järvinen, V.K. en anderen. Riskfactors in Dental Erosion. Journal Dental Research 70 (6): 942-947 1991.

Schuurs A.H.B. Gebitspathologie, hoofdstuk 6, Samsom-Stafleu. Alphen aan den Rijn-Brussel 1988.

Is zwemmen slecht voor het gebit? Op het eerste gezicht lijkt deze relatie wat onwaarschijnlijk. Maar in een Amerikaanse publikatie van enkele jaren geleden wordt een geval genoemd, waarin inderdaad werd aangetoond dat zo'n verband kan bestaan.

In september '82 consulteerden, onafhankelijk van elkaar, twee vrouwen in Charlottesville Virginia, een tandheelkundig specialist voor een afwijking die later werd gediagnostiseerd als erosie op het gebitsglazuur. Het begrip erosie heeft in de tandheelkunde een wat andere betekenis dan in de geologie. Het betreft in de mond niet zozeer een afslijten door een bepaalde werking van een verschijnsel. Maar, in de meeste gevallen meer het ontstaan van weefselverlies door een zure aantasting van niet-microbiële aard. Hierdoor lost vooral het tandglazuur op en het gaat er vaak glanzend, transparant en glad uitzien.

Bij de beide vrouwen waren de vlakken van de voortanden en de kleine kiezen aan de wang en lippenkant grotendeels opgelost, terwijl er aan de verhemeltekant niets te zien was. Dit betekende dus dat de oorzaak braken, zoals men veel ziet bij maag- en annorexiapatiënten, kon worden uitgesloten. Bij deze patiënten ziet men de erosieve aantastingen vooral optreden aan de binnenkant van het gebit.

De vrouwen waren geen bloedverwanten, bleken goed gezond en ook voor wat betreft voeding, drankgewoonten, arbeidsomstandigheden etc. bleken geen verschillen te bestaan met andere vrouwen uit die streek. Het enige andere was dat zij wedstrijd zwommen en zeer regelmatig trainden in hetzelfde wedstrijdbad in die plaats.

Na een uitgbreid onderzoek van de gezondheidsdienst van de staat Virginia bleek dat de oorzaak van het verschijnsel gezocht moest worden in de zuurgraad (pH) van het zwemwater uit het westrijdbad. Deze bleek 2.7 te zijn, een zuurconcentratie welke ongeveer 100.000 maal hoger was dan de voorgeschreven pH in Amerikaanse zwembaden (pH 7.2-8).

Tandenborstelen

De laatste 20 jaar is de belangstelling ook voor zo'n verschijnsel als erosie in de tandheelkunde sterk toegenomen. Omdat in de westerse wereld tandbederf is afgenomen en er minder tanden en kiezen op vroege leeftijd worden getrokken, zien tandartsen meer afwijkingen dan zo'n 20 jaar geleden het geval was. Een daarvan is erosie.

De afwijking word in de praktijk dikwijls niet of pas laat herkend, ondanks het feit dat erosie veelvuldig schijnt voor te komen. Dit kan worden verklaard door de diagnostische problematiek ervan. Deze is inherent aan een zekere vaagheid van de definitie en het ontbreken van duidelijke criteria. Voorts is het verschil tussen erosie en slijtage van gebitselementen, bij voorbeeld door veelvuldig tandenborstelen, vaak moeilijk te maken omdat de beide fenomenen vaak gelijktijdig voorkomen.

Afhankelijk van de onderzochte leefijdsgroepen en soort onderzoek worden verschillende percentages (2 tot 25%) genoemd als het gaat om de frequentie van voorkomen bij de bevolking. Bij arbeiders die in de zuurverwerkende industrieën werken, komt het verschijnsel veel voor. Uit een Brits onderzoek blijkt dat 32 procent van de onderzochte fabrieksarbeiders geërodeerde gebitselementen hebben.

Ook bij zeer jonge kinderen is het verschijnsel gesignaleerd. De afwijking kan akelig pijnlijk zijn. Vooral als de patiënt in aanraking komt met koude en warme prikkels, bij voorbeeld via voedsel en drank of koude weersomstandigheden.

Cola

Hoewel er vele oorzaken van erosie bekend zijn - we noemen onder meer veelvuldig nuttigen van citrusvruchten, van zure medicijnen (aspirine en vitamine C) van koolzuurhoudende frisdranken (Cola) en andere zure dranken, herhaaldelijk overgeven en beroepsgebonden factoren - is toch nog vrijwel onbekend welke oorzaken de meeste kans geven op het ontstaan van deze vervelende afwijking.

In een recent gepubliceerd Fins artikel wordt een tipje van de sluier opgelicht. In een "case-control' onderzoek werden 106 patiënten met tanderosie geselecteerd en vergeleken met 100 willekeurig gekozen vergelijkbare patiënten van tandartsen uit dezelfde omgeving in Helsinki. Alle proefpersonen werden uitgebreid tandheelkundig onderzocht, hun voedingsgewoonten werden nauwkeurig nagegaan en verder kregen zij een grondig medisch onderzoek. Daarnaast werd speekselonderzoek uitgevoerd, omdat er vrij sterke aanwijzingen zijn dat de conditie van speeksel en de hoeveelheid van dit mondwater van invloed kunnen zijn op het ontstaan van de erosie.

De uitkomsten wezen uit dat de kans op het ontstaan van gebitserosies het grootst is wanneer citrusvruchten twee maal daags worden geconsumeerd, of wanneer frisdrank of appelazijn dagelijks worden genuttigd. Maagpatiënten en anderen die dikwijls overgeven, bleken ook hoog te scoren.

Tenslotte is de kans groot dat erosie makkelijk ontstaat als er dagelijks weinig speeksel door de mond vloeit. Met name die laatste oorzaak maakt duidelijk hoe belangrijk de rol van het speeksel is. De bufferende werking van speeksel, berustend op de aanwezigheid van mineralen zoals bicarbonaat en fosfaat, lijkt bij het optreden van erosie tekort te schieten. Of omdat er te veel (sterk) zuur wordt aangeboden in de mond of omdat de patiënt te weinig speeksel produceert.

De Finse onderzoekers stellen vast dat erosie, in deze groep, meer voorkwam dan zij aanvankelijk hadden gedacht: bij vijf procent van de onderzochte personen constateerden zij de gebitsafwijking. Zij wijzen op het belang van preventie: meer informatie over het gevaar van zure produkten en dranken.

Ook is het gewenst dat de afwijking vroeg wordt gediagnostiseerd, omdat dan eerder kan worden opgetreden om het gevaar ervan te reduceren. Als de afwijking al vergevorderd is, wordt restauratief ingrijpen noodzakelijk, bij voorbeeld door het aanbrengen van vulmateriaal zoals de moderne witte composieten of de glasionomeercementen.

De patiënt doet er verstandig aan zich te realiseren dat de erosie rondom de vullingen zal voortschrijden en dat vervanging ervan binnen enkele jaren nodig kan zijn. Met alle gevaren van het optreden van zenuwontstekingen en het verhogen van de kosten van behandeling doordat de patiënt genoodzaakt wordt kronen te moeten krijgen.

Het blijkt dat de pijn die bij deze afwijking optreedt, goed kan worden bestreden door restauratieve behandeling. Mocht dit nog niet nodig zijn, dan biedt fluoride door de mineraliserende werking, mogelijk een versneld verdwijnen van de pijnklachten. Tot slot zijn er aanwijzingen dat bepaalde tandpasta's die in de handel zijn, een pijnbestrijdend effect hebben.