"Wat ik ook doe, ik kan de MAVO niet enthousiast krijgen'

Van de driehonderd scholierenabonnementen die de Utrechtse Stadsschouwburg dit seizoen heeft verkocht, werden er 190 aangeschaft door leerlingen van het Niels Stensen College.

Hoe krijgt leraar Duits Guus Reith het voor elkaar dat de leerlingen van zijn school zo massaal naar de schouwburg gaan? Daar hoeft hij niet lang over na te denken: "Door de prijzen laag te houden en er een beloning tegenover te stellen.' Op elk abonnement zit zes gulden subsidie van de school, zodat de leerlingen voor vier voorstellingen maar 34 gulden hoeven te betalen. En de beloning is dat ze toneelstukken mogen gaan zien voor hun literatuurlijst. Wie geen abonnement heeft kan bij Reith voor een tientje losse kaartjes krijgen.

Zo kon het gebeuren dat in september negentig HAVO- en atheneumleerlingen naar Hamlet gingen en "laaiend enthousiast' waren over de eigentijdse uitvoering van de Belgische regisseur Dirk Tanghe. In de talenlessen wordt vantevoren over Hamlet, Heldenplatz en Penthesilia gesproken en collega Reith zorgt ervoor dat de recensies uit de kranten op tijd circuleren. Op de prikborden hangen de affiches. Hij houdt alles bij, zo goed zelfs, dat de directie van de Utrechtse Schouwburg hem om advies vraagt als het scholierenabonnement voor het nieuwe seizoen moet worden samengesteld.

Het Niels Stensen College is een scholengemeenschap voor MAVO, HAVO en atheneum met ruim zevenhonderd leerlingen en staat in de Utrechtse flatwijk Kanaleneiland. Naast een docentschap Duits heeft Reith één taakuur per week tot zijn beschikking om de BV Cultuur te bestieren. Hij begint te lachen als hij het vertelt, want dat ene uur is natuurlijk te weinig. Maar hij vindt het niet erg want met enthousiasme kom je een heel eind, en bovendien zit hij zelf ook wel eens met zo'n zwaar gesubsidieerd kaartje op de beste plaatsen in de schouwburg.

De eerste- en tweedeklassers zijn zonder beloning enthousiast te krijgen voor toneel, is de ervaring van Reith. In de derde is het plotseling afgelopen. Acht abonnementen raakte hij aan derdeklassers kwijt, terwijl er in de tweede nog grif vijftig van de hand gingen. "Ze zijn dan in de puberleeftijd. Het jeugdtheater vinden ze kinderachtig en de dubbele bodems van het grote-mensen-toneel zijn vaak nog te moeilijk voor ze.'

Ook op de MAVO is de belangstelling voor het theater gering. Slechts twee MAVO-leerlingen kochten een schouwburgabonnement. "Wat ik ook doe', zegt Guus Reith, "ik kan de MAVO niet enthousiast krijgen. Het glijdt langs ze af.' Het betekent niet dat deze leerlingen van toneel verstoken blijven, want ook binnen school wordt nog van alles georganiseerd door cultuur-coördinator Reith. Het rooster moet er regelmatig voor wijken.

Zo doen alle eersteklassers op dit ogenblik mee aan het Peer Gynt-project. Het RO Theater komt op school twee lessen verzorgen over dit stuk en daarna kunnen de brugklassers in de schouwburg gaan kijken naar de uitvoering. Ze moeten niet, maar de meesten zullen wel gaan, verwacht Reith. Bij voldoende belangstelling komt het RO Theater nog een nabespreking houden.

Verderop in het jaar komt het Scapinoballet een dag naar school met een kant en klaar programma dat de kinderen kennis laat maken met toneel, dans, muziek, tekst en decor. Aan het eind van de workshops wordt een korte voorstelling gegeven. Voor de bovenbouwleerlingen haalt Reith ieder jaar minstens één toneelstuk naar school dat vantevoren in de lessen wordt voorbereid en door de leerlingen op de lijst mag worden gezet. "Dat kost ongeveer twee duizend gulden per voorstelling', rekent Guus Reith voor. "En als er meer dan 120 leerlingen naar toe willen moet ik twee voorstellingen kopen.'

Niet alleen bij de Stadsschouwburg is Reith een goede bekende, ook bij het Instituut voor Kunstzinnige Vorming in Utrecht is hij kind aan huis. "Wij zijn eigenlijk de enige middelbare school in Utrecht die mateloos profiteert van hun subsidies. Ik slok bijna het hele potje op.' Waarom er door andere scholen zo weinig belangstelling getoond wordt, daar kan Guus Reith alleen maar naar gissen. Er moet een hoop georganiseerd worden als je een toneelvoorstelling naar school haalt, geeft hij toe. "Leerlingen moeten vrijgeroosterd worden, de gymzaal verduisterd, er moet een tribune opgebouwd worden want je kunt 120 mensen niet op stoelen achter zetten. De bel moet uit. Ach, voor ons is het langzamerhand routine', zegt hij, "maar misschien dat andere scholen er teveel tegenop zien.'

De leerlingen van het Niels Stensen College kijken niet alleen hoe anderen theater maken, maar kunnen op school ook hun eigen talent ontwikkelen. In 4 HAVO en atheneum wordt één uur Nederlands ingeruimd voor drama, gegeven door een vaste docente dramatische expressie. Nederlands is meer dan lezen en schrijven, zo luidt de opvatting van de school, woord en gebaar zijn ook belangrijke facetten van de taal. Daarnaast is er nog de eigen toneelgroep "iNSCène', die geleid wordt door een stagiaire van de Hogeschool voor de Kunsten. Net als voor de schouwburgabonnementen gaat Reith ook hiervoor weer alle 35 klassen langs om leerlingen enthousiast te maken. Wie wil kan drie middagen meedoen aan de spel-les, daarna wordt er bekeken wie het meest geschikt is voor het stuk dat op stapel staat.

"Het is niet zo vreemd dat de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht het Niels Stensen College heeft uitgezocht om de theaterklassen te starten', zegt Guus Reith niet zonder trots. Deze theaterklassen zijn bedoeld voor jongens en meisjes die na hun eindexamen de drama-kant op willen. De leerlingen krijgen per week vijf uur extra les: twee uur beweging en drie uur spel. Als ze deze theaterklas twee jaar met goed gevolg hebben doorlopen en daarna nog één jaar op zaterdag aan de hogeschool het basisjaar hebben gevolgd krijgen ze automatisch toegang tot het eerste jaar van de faculteit Theater en Drama van de Utrechtse Hogeschool. "Het mes snijdt aan twee kanten', zegt Reith. "De Hogeschool krijgt hierdoor studenten die beter beslagen ten ijs komen en wij kunnen zeggen: kom naar onze school want hier kun je de theaterklas volgen. Je haalt daarmee een leuke groep leerlingen naar de school.'