Toch kernenergie

STAGNATIE in politieke besluitvorming vormt het voornaamste obstakel voor “het creëren van een betere wereld”, aldus de Club van Rome.

In zijn rapport "De eerste wereldwijde revolutie', dat gisteren officieel werd uitgebracht, stelt de club vast dat het in de wereld ontbreekt aan een lange-termijnvisie gericht op het oplossen van grote vraagstukken als overbevolking, milieuvervuiling, armoede en een dreigend tekort aan natuurlijke hulpbronnen zoals mineralen en brandstoffen.

Twintig jaar geleden schudde de Club van Rome de wereld wakker met het rapport "Grenzen aan de groei' waarin de geïndustrialiseerde naties werden gewaardschuwd voor het opraken van de natuurlijke hulpbronnen. Vooral toen kort daarop de eerste oliecrisis uitbrak stemde dit rapport velen tot nadenken en soms ook tot handelen - energiebesparing en recycling werden zoetjesaan gemeengoed. Het rapport "Grenzen aan de groei' betekende een forse duw in de rug van de milieubeweging, die thans niet meer weg te denken valt als politieke factor.

OPMERKELIJK IS dat in "De eerste wereldwijde revolutie' wordt vastgesteld dat voor het opwekken van elektriciteit kerncentrales waarschijnlijk onvermijdelijk worden. Elektriciteitsopwekking met behulp van olie, gas of kolen is minder wenselijk omdat de verbrandingsgassen daarvan waarschijnlijk een bijdrage vormen voor een versneld broeikaseffect - ook al bestaat hierover nog geen wetenschappelijke zekerheid. Dit broeikaseffect zou wel eens veel gevaarlijker kunnen zijn dan de gevaren van kernenergie, stelt de Club van Rome.

Deze vaststelling is niet nieuw, maar voor de Nederlandse milieubeweging komt dit standpunt van de Club van Rome als een steek in de rug - de milieu-organisaties in Nederland hebben zich altijd nauw verbonden met de antikernbeweging. Energiebesparing verdient in hun ogen de absolute voorrang boven schone manieren om energie op te wekken.

Daar valt inderdaad veel voor te zeggen. Op de lange duur betalen veel besparingsmaatregelen zichzelf terug, terwijl er minder brandstoffen worden verbruikt, een voordeel voor de huidige en de komende generaties. De reden waarom deze besparende maatregelen niet worden doorgevoerd is dat verkalkte besluitvormingsstructuren dit verhinderen. Ook gevoelsmatig kan men zich goed verplaatsen in de afkeer van kernenergie. Wie kerncentrales bouwt om milieuproblemen op te lossen, kan daarmee zijn energieverkwistende leefpatroon voortzetten. De milieubeweging wil dit patroon juist doorbreken.

AAN DE ANDERE kant zal de milieubeweging toch moeten erkennen dat ook aan besparingsmaatregelen een einde komt. Oude centrales zullen eens moeten worden vervangen. Tegen de tijd dat het aardgas in Nederland opraakt - over een enkele generatie - wordt kernenergie naast kolen de enige reële mogelijkheid. Nederland zal dan zijn eigen kerncentrales moeten bezitten, want import van atoomstroom is hypocriet, duur en onbetrouwbaar. De vraag of deze nieuwe centrales door eigen mensen zullen worden gebouwd en beheerd is dan afhankelijk van een andere vraag, namelijk of Nederland tegen die tijd nog over voldoende nucleaire kennis beschikt. Het is goed dat de Club van Rome ons hierop nog weer eens heeft geattendeerd.