Tien Duitse ministeries naar Berlijn

BONN, 12 DEC. Tien van de achttien Duitse ministeries gaan van Bonn over naar Berlijn, zodra die stad klaar is om als zetel voor regering en parlement te fungeren. Die departementen zullen allemaal een dependance in Bonn aanhouden. In totaal zullen van de huidige 21.200 regeringsambtenaren er 13.900 (65 procent) in Bonn blijven.

Dit besluit, dat een uitvloeisel is van het oordeel ten gunste van Berlijn van 20 juni jongstleden, heeft het Duitse kabinet gisteren genomen. Over de kosten en het precieze tijdstip van verhuizing konden volgens minister van binnenlandse zaken Rudolf Seiters nog geen beslissingen vallen. Het wachten is daarvoor nog op een standpunt van de Bondsdag, die zomer 1992 met een lijst van wensen (tijdstip van verhuizing, lokaties in Berlijn, kosten) komt. De verhuisoperatie wordt in elk geval niet geforceerd uitgevoerd, er zullen geen provisorische oplossingen worden gekozen om haar sneller te laten verlopen.

De Bondsdag sprak op 20 juni uit dat Berlijn over vier jaar in politiek opzicht moet kunnen functioneren als hoofdstad. Helemaal klaar moet de stad in tien tot twaalf jaar zijn. In de motie werd ook vastgelegd dat er een eerlijke verdeling van ministeries en werkgelegenheid tussen Bonn en Berlijn moet zijn. Eberhard Diepgen, de burgemeester van Berlijn, noemde het kabinetsbesluit gisteren “een stap in de goede richting”. Namens Bonn zei burgemeester Hans Daniels dat hij instemt met de verdeling van werk en ministeries. “Maar er moet wel meer volgen als compensatie voor wat Bonn in economisch opzicht verspeelt”, zei hij.

Naar Berlijn gaan Kohls kanselarij en het Bundespresseamt (de voorlichtingsdienst) en Buitenlandse zaken, Financiën, Binnenlandse zaken, Justitie, Economische zaken, Sociale zaken, Familiezaken, Volkshuisvesting, Verkeer en Vrouwen en jeugd. In Bonn blijven Defensie, Landbouw, Volksgezondheid, Wetenschap, Milieu, Post Onderwijs en Ontwikkelingssamenwerking.