Steun Van Os en Crouwel voor Beeren

AMSTERDAM, 12 DEC. In een brief aan het Amsterdamse college van b en w hebben directeur prof.dr. H. van Os van het Rijksmuseum en directeur prof. W. Crouwel van het museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam, het opgenomen voor hun collega W. Beeren van het Stedelijk Museum. Zij zijn van mening dat alle kritiek zich ten onrechte en op grove wijze op hem richt.

“Dat een dergelijke kwestie openbaar aan de orde wordt gesteld heeft ongetwijfeld zijn positieve kanten,” schrijven zij. “Maar in te veel commentaren wordt op voorhand met de beschuldigende vinger naar de directeur van het Stedelijk gewezen. De indruk wordt zo gewekt dat deze een uiterst dubieuze rol zou hebben gespeeld. Naar onze mening wordt er in deze zaak op grove wijze op de persoon gespeeld en wordt getwijfeld aan de integriteit van Wim Beeren.”

Op de kwaliteit van de restauratie gaan de directeuren in hun brief niet in. Wel vinden ze dat de doelstelling die bij deze restauratie werd gesteld, “een uitzonderlijke opgave inhield”. Crouwel en Van Os wijzen op de grote internationale betekenis die Beeren voor de moderne kunst heeft gehad en op zijn “voortreffelijke wetenschappelijke en museale activiteiten op dit gebied”. Tijdens zijn carrière heeft Beeren meerdere moeilijke restauraties begeleid met een uitstekend resultaat, aldus de directeuren. Ze dringen er bij het het college op aan deze feiten in de verdere afwegingsprocedure een belangrijke rol te laten spelen.