Pornopappa

My Father Is Coming. Regie: Monika Treut. Met: Shelley Kästner, Alfred Edel, Annie Sprinkle. In: Amsterdam, Desmet; Utrecht, 't Hoogt; Nijmegen, Cinemariënburg.

Het betrekkelijk eenvoudig te verbeelden thema van de provinciale Europeaan die zijn ogen uitkijkt in de wondere wereld van Amerika leidde al tot vele Amerikaanse (bij voorbeeld van Jim Jarmusch) en Duitse low-budget-films. Na Bruno S. in Werner Herzogs Stroszek en kioskeigenaar Peter Kern in Flammende Herzen trekt nu Alfred Edel de Lederhose aan om een bezoekje te brengen aan de Newyorkse subcultuur in de nieuwste film van Monika Treut, de koningin van de vrolijke lesbische en sadomasochistische cinema. My Father Is Coming neemt uiteraard het standpunt in van een vrouw, een Duitse aspirant-actrice (Shelley Kästner) die voorlopig nog als serveerster het hoofd boven water tracht te houden. Tot haar verbijstering vindt haar Beierse vader direct na aankomst in New York wel emplooi, aanvankelijk in een bierreclame, maar al snel als favoriet lustobject van het pornofenomeen Annie Sprinkle. Mede geïnspireerd door papa's snelle bekering, begint ze zelf verhoudingen met een Portoricaanse collega-serveerster en met een tot man omgebouwde transseksueel.

Het verhaaltje van My Father Is Coming is flinterdun en voornamelijk een alibi voor Treut om weer eens favorieten uit haar marginale ménage te laten paraderen. Vergeleken bij Treuts eerdere films Verführung: Die grausame Frau en Die Jungfrauenmaschine is de toon minder didactisch en minder gericht op het bekeren tot seksuele bevrijding. My Father Is Coming is eerder een losse, oppervlakkige zedenkomedie, "a slice of life', die bijna door een Amerikaanse filmer gemaakt had kunnen zijn. Ondanks de inventieve cameravoering door Elfi Mikesch is de vormgeving weinig strak en doordacht. De belangrijkste boodschap lijkt wel dat er geen alleenzaligmakende seksuele identiteiten en rollen meer te spelen zijn. Vanuit een ideologisch standpunt is dat misschien een veelbelovende ontwikkeling, maar Treuts film lijdt enigszins onder een gebrek aan woede, sarcasme en urgentie, terwijl de regisseuse aan de andere kant nog steeds niet in de wieg gelegd lijkt te zijn voor ironie en luchtigheid.