Ook Bach had leermeesters

Concert: Bach en zijn wereld, Gustav Leonhardt. Programma: Froberger Suite in a, Toccata nr. 9, Canzona nr. 2, Toccata nr. 21 en Suite in c; Böhm: Praeludium in g en Suite in f; Buxtehude: Praeludium in g kleine terts; Bach: Toccata in e en Toccata in d. Gehoord: 10-12, Kleine Zaal Concertgebouw te Amsterdam. Volgende concerten 8-1, 24-3 en 6-5 aldaar.

Zo universeel, groots en onaantastbaar is de muziek van Johann Sebastian Bach, dat men doorgaans dreigt te vergeten dat ook hij leermeesters had. Stammend uit een Duitse familie die vanaf de zestiende eeuw tot aan het begin van de negentiende musici leverde in alle soorten en maten, lag Bachs toekomstige professie al vast op het moment dat hij werd geboren. Het is een ongelooflijke gedachte dat hij tijdens zijn leven tot de outsiders werd gerekend: aan musici van "lagere stand' werd in de zeventiende eeuw niet eens het burgerrecht verleend.

Maar juist door die uitzonderingspositie koesterde de familie Bach haar specialiteit met grote zorg. De muzikale traditie werd doorgegeven van vader op zoon, en na de dood van zijn vader kreeg Johann Sebastian les van zijn oudste broer Johann Christoph. Toen Bach aan het Michaëlis-internaat in Lüneberg zijn gymnasium had gehaald, werd hij violist in de kapel van hertog Johann Ernst te Weimar.

Daarmee was zijn opleiding afgelopen, maar Bach was te ruimdenkend en gedreven om het daar verder bij te laten. In 1705 vroeg hij een maand verlof om in Lübeck naar het spel van de beroemde organist Buxtehude te gaan luisteren. Met nimmer aflatende vlijt bestudeerde hij Duitse componisten als Froberger, Kerll, Pachelbel, Fischer, Sprunck, Reinken, Bruhn en Böhm, waarbij hij ook de Italianen (Frescobaldi, Vivaldi) en zelfs de Fransen (Couperin) niet over het hoofd zag.

Het aardige van de door Gustav Leonhardt samengestelde concertserie "Bach en zijn wereld' is dat hierin behalve Bach zelf ook een aantal van zijn inspiratiebronnen zullen worden belicht. Dinsdag beet Leonhardt de spits af met een bijzonder clavecimbel-recital, waarin werken van Froberger, Böhm, Buxtehude en enkele vroegere composities van Bach de revue passeerde.

Ook al bleek overduidelijk dat Leonhardt de muziek van de componisten uit Bachs omgeving met grote zorg en aandacht bestudeerd heeft, zijn spel werd pas werkelijk bevlogen tijdens zijn vertolking van de Toccata in e en de Toccata in d van Bach zelf. Hier stroomde en vloeide de muziek met een overtuigende en natuurlijke vanzelfsprekendheid uit het clavecimbel, terwijl Leonhardt zich bij zijn vertolking van Froberger, Böhm en Buxtehude vooral in ritmisch opzicht nogal eens bezondigde aan het soort van gekunstelde "geleerdheid' waardoor de muziek in maniërisme blijft steken. Op de volgende concerten van de serie zullen ook diverse triosonates, vocale werken en een sonate voor twee clavichorden van Müthel aan bod komen.