Konijnebont of vossebont

Bont is mooi en warm, maar meestal is het hier niet zo koud dat je niet zonder bont- jas kunt. Bont is zacht en voelt heerlijk aan. Maar rechtvaardigt dit de soms gruwelijke jacht op dieren?

Bont. De voorzitter van het Nederlands Bont Instituut, de heer B.W. van den Berg, zei dat het weer helemaal terug was. Om dat te laten zien had het Instituut aan Frank Govers, Frans Molenaar en Edgar Vos gevraagd om "hun kijk op natuurlijk bont' te tonen in een gezamenlijke modeshow die maandagmiddag in Park Plaza in Amsterdam gehouden werd. Voor de deur stond een meisje actie te voeren met een speelgoedkonijn dat suggestief rood bevlekt was en binnen werd het publiek geruststellend toegesproken over de herkomst van het getoonde bont, "want natuurlijk sluiten wij onze ogen niet voor de negatieve waardering die nog bij veel mensen leeft'. De kritiek op bont kwam voort uit onwetendheid zei de voorzitter. De mensen weten helemaal niet dat zes van de tien in Nederland verkochte bontmantels gemaakt zijn van bont van dieren die geslacht worden voor de vleesconsumptie. Drie van de tien komen voort uit de pelsdierfokkerij en een op de tien bontjassen komt uit het wild en zat dan om dieren die schadelijk zijn. Niets aan de hand dus. Natuurlijk bont. Met een krachtig "Fur & Future' besloot hij zijn inleiding.

Hij zei niet dat in die door hem zo vrolijk begroete toekomst sommig bont helemaal niet eens meer mag. De EG-ministers voor milieuzaken hebben besloten om met ingang van 1995 een importverbodin te stellen voor de pelzen van in het wild gevangen dieren, omdat ze meestal in gruwelijke klemmen gevangen worden. Daar zweeg de voorzitter liever over. Het is ook geen prettig onderwerp bij een modeshow.

Waar is bont goed voor? Het is warm, maar meestal is het hier niet zo koud dat je je alleen met een bontjas kunt beschermen. Het is mooi. Het is zacht en het voelt heerlijk. In een begeleidend commentaartje schrijft Frans Molenaar dat het bovendien "een fantastische uitstraling' heeft en Edgar Vos vindt: "kunnen kiezen voor bont, daar gaat het om'. Frank Govers roept met veel uitroeptekens dat Haute couture zijn passie en zijn leven is! En dat hij dertig jaar geleden leerde hoe met bont om te gaan! Waarvoor hij tot op de dag van vandaag dankbaar is! Rechtvaardigen al deze overwegingen de jacht op dieren? Nee. Rechtvaardigen ze pelsdierfokkerijen? Ik weet het niet. Rechtvaardigt mijn zondagse eitje een legbatterij? Waarschijnlijk niet.

Blijft over het bont van dieren die toch al geslacht worden. Daar kun je natuurlijk ook nog tegen zijn, tegen dat slachten, maar de mens is nu eenmaal gemiddeld niet vegetarisch. Helaas bestaat het leeuwedeel van deze verantwoorde bontleveranciers voornamelijk uit lammeren, die nogal saai bont hebben, van die ouwe dames krulletjes. Verder geiten met hun harde borstelharen en de heerlijk zachte wollige konijnen.

Govers, Molenaar en Vos houden niet van konijn. Wel van een tuttige lamsbontsoort die Swakara heet en uit Namibië komt. Ondanks het feit dat ze daar nogal veel mee werkten wisten ze er eigenlijk niet zo heel veel mee te beginnen. Het enige spectaculaire in dit materiaal was een motorjack van Govers, met een pet erbij, een jack dat overigens in zwart leer net zo mooi zou zijn geweest. Of mooier.

De ontwerpers hadden een duidelijke voorkeur voor andere bontsoorten. Nerts en vos uit de kwekerijen, maar ook wilde vos ("natuurregulatie' zegt het Bont Instituut) en oppossum ("plaagbestrijding'). Daar krijg je weelderige jassen van, die Frans Molenaar dan weer bij voorkeur oranje verft of geel. Arme diertjes. Eerst speciaal opgekweekt om daarna geel geverfd te worden. Wel heel mooi waren de veel gebruikte polsmofjes aan zwierige jurken en dan in hetzelfde bont ook een randje langs de hals. Toch hoeven zulke kleine versierselen niet beslist van echt bont te zijn. Zoveel "uitstraling' heeft zo'n randje niet, en voor de behaaglijkheid kan een bontzoom langs een minijurk ook onmogelijk erg veel betekenen.

Dat het Nederlands Bont Instituut het beeld van bont wat op wil vijzelen is niet onbegrijpelijk. Bont heeft gauw iets ordinairs, je associeert het gemakkelijk met het Plaboycliché van de enorme jas waaronder de draagster op een paar hoge hakken na naakt is. Beetje griezelig heb ik dat altijd gevonden. Zo'n bloot uit het bont te voorschijn komende vrouw benadrukt wel heel sterk de overeenkomst met het speciaal voor haar gevilde beest. De andere kant van bont is juist niet wuft maar tijdloos en stijf: welgestelde dames van boven de vijftig in Persianerjassen die 's zomers in de mottenballen gaan.

In dat opzicht was de show geslaagd. De ontwerpen van de Nederlandse couturiers waren beslist niet ordinair, en op een enkele uitzondering na ook niet stijfjes. Ze waren zwierig en gaven een indruk van rijke levens in mondaine steden. De beeldige strakgesneden rijkgeborduurde glinsterende mantelpakjes van Frank Govers bij voorbeeld, met van die wuivende mofjes en een puntje bont aan de kraag, oei wat elegant. Het deed onweerstaanbaar denken aan dames die door een dure gelegenheid lopen regelrecht naar het tafeltje met hun thee-afspraak, waarbij ze niemand zien omdat ze weten dat iedereen naar ze kijkt. Ook de klokkende jassen met breedgerande bontmutsen waren enorm aantrekkelijk - die hadden ook werkelijk van geen ander materiaal gemaakt kunnen zijn. Maar de lange avondjurken van Govers, voorzien van sleepjes afgezet met bontranden waren zonder die randen vast ook heel mooi geweest.

Als je denkt aan het soort leven dat men moet leiden om zulke pakjes en jurken ook daadwerkelijk te kunnen dragen, een leven waarin men misschien maar één keer zo'n zwierige royaal bontomzoomde jurk aan doet want anders dan denkt iedereen “daar heb je haar weer met die jurk” en dat daarvoor dan een vos schreeuwend met zijn poot in een ijzeren klem heeft gezeten - nee. Dan maar dat saaie lam of een onnozel konijnebontje. Hoe zei de voorzitter het ook weer? “Er leeft nog bij veel mensen een negatieve waardering.” Zo is het.