In de Molukse harten leeft de droom van de RMS standvastig voort; Na Oost-Europa moeten ook de Molukken nog vrij

Het hangt er maar vanaf aan wie je de vraag stelt. De gemiddelde Nederlander - als hij zich tenminste nog herinnert dat RMS staat voor Republik Maluku Selatan, de Republiek der Zuid-Molukken - reageert met irritatie. “Moet dat nu weer opgerakeld worden, nu het eindelijk tot rust is gekomen na al die herrie en ellende? Het wekt weer onmogelijke verwachtingen op, en hebben we er soms niet genoeg aan gedaan?”

Ongetwijfeld hebben wij geld noch moeite gespaard om de Molukkers tegemoet te komen, toen internationaal politieke omstandigheden het ons onmogelijk hadden gemaakt onze belofte van onafhankelijkheid jegens hen gestand te doen. Maar vraag het een Ambonees en voor hem is het probleem niet anders dan tijdelijk onder de mat geveegd. Oosterlingen denken in langere termijnen - zoals de Ambonese leider Vigeleyn Nikijuluw mij in de dagen van de vrijheidsstrijd steeds placht voor te houden - en in Molukse harten leeft de droom van de RMS standvastig voort. Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk en vaak tijdrovend en omstandigheden kunnen veranderen. En ziet, is er ooit meer veranderd dan tussen 1950 en 1991?

In 1950, gedurende haar korte bestaan in vrijheid, slaagde de RMS er niet in serieus genomen te worden mede door haar geringe omvang in een tijdperk van machtsconcentraties. Vooral in Amerika werd in grote vlakken gedacht en kon men dat kleine klusje eilanden niet los zien van het enorme Indonesië. Had de RMS zich staande weten te houden, dan zou zij zowel in oppervlakte als bevolking een voor die dagen uniek staatje gevormd hebben aan de rand van een Stille Oceaan vol ongeorganiseerde eilandgroepen in diverse stadia van afhankelijkheid en verwarring.

De atlas van heden toont in dit gebied, behalve Australië en Nieuw Zeeland, een dozijn nieuwe staten, klein maar soeverein, veelal aangeduid met de verzamelnaam “South Pacific Island States”, waarvan de meeste zowel in omvang als aantal inwoners - en zeker in culturele ontwikkeling - veruit de mindere zouden zijn van de RMS. Zij zijn geboren uit de vrijheidsdrang van hun bevolking, meer niet, en bewijzen daarmee de validiteit van het zelfbeschikkingsrecht in een vrije wereld. Geen wonder dat de Molukkers denken: "En waarom wij niet?'

Het lot van de RMS wordt bepaald door drie mogendheden: Nederland, Indonesië en de Verenigde Staten van Amerika. Iedere combinatie van twee is doorslaggevend. Had in 1950 Indonesië zich aan de verdragen met Nederland gehouden, dan was de RMS vreedzaam onder hun auspiciën tot stand gekomen. Had Amerika begrip getoond voor Nederlands positie, dan had geen nieuwbakken Indonesië ons ervan kunnen weerhouden onze wettelijke en morele verplichtingen jegens de Ambonezen na te komen. Maar toen Amerika ondanks de legitimiteit van de RMS - gebaseerd op de Ronde-Tafelverdragen en artikel 2 van de Wet op de soevereiniteitsoverdracht, zoals bevestigd door het Internationale Hof van Justitie - de zijde van Indonesië koos, toen moest Nederland voor de overmacht buigen en werd de RMS van de kaart geveegd.

Amerika's keuze was, zoals haar meeste politieke beslissingen, een combinatie van pragmatiek en idealisme, en ditmaal vrijwel onvermijdelijk want ze liepen parallel. Het grote, rijke, strategisch gelegen Indonesië leek potentieel een waardevoller bondgenoot dan het onlangs kaalgeschoren Koninkrijk der Nederlanden. Maar idealisme speelde in 1950 een nog grotere rol. Kolonialisme, Amerika's historische en filosofische boeman, lag op apegapen en de held der verdrukten op het toppunt van zijn mondiale macht moest en zou hem de wereldwijde doodsteek geven. Het principe van neokolonialisme bleek in die atmosfeer een te subtiel politiek begrip voor de Amerikanen. Nederland, de koloniaal, was de vijand; Indonesië, de onderdrukte, de bondgenoot. De RMS ging te gronde aan de generalisaties van het tijdperk waarin zij geboren werd: de Afgang van het Kolonialisme.

In 1991 is kolonialisme een dood begrip en de enkele dwangstaten die zich er nog aan vergrijpen, zoals China en tot voor kort de Sovjet-Unie, zijn anachronismen. Vroegere imperia, zoals Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland, hebben zich ingeperkt en zijn sinds lang gewaardeerde leden van de postkoloniale samenleving. Nederland in het bijzonder wordt erkend als stoere voorvechter van antiracistische bewegingen, ook in Amerika, en iedere argwaan jegens ons land op dit punt - zoals in 1950 - is lang vervlogen. Samen staan we langs de lijn te juichen bij het schouwspel van de transformatie van de Sovjet-Unie, dwangstaat bij uitnemendheid, die plaats inruimt voor het zelfbeschikkingsrecht van haar legitieme deelstaten: Rusland, Litouwen, Oekraïne, Kazakhstan... Waarom dan niet dat andere legitieme staatje, de RMS, nabuur van de soevereine South Pacific Island States?

Het tijdperk Afgang Kolonialisme heeft plaatsgemaakt voor het tijdperk Zelfbeschikking. Voor de RMS geldt nog steeds het oude rekensommetje: iedere combinatie van twee is doorslaggevend. Maar de onderlinge verhouding tussen de drie machten is radicaal veranderd. Voorbij zijn de tijden dat Ambonese leiders zich niet met mij in publiek durfden te vertonen uit angst voor Nederlandse collaborateurs aangezien te worden. Nederland is een fier lid van de familie van Westerse volkeren, waarvan op dit ogenblik Amerika de onbetwiste leider is en sinds kort steunpilaar van de Verenigde Naties. We zitten in hetzelfde kamp en streven naar hetzelfde doel: Zelfbeschikking. En Indonesië?

Ideaal zou zijn als in het licht van de nieuwe omstandigheden de Indonesische regering besloot de RMS te erkennen en waar te maken. Ze zouden dommere beslissingen kunnen nemen. De stormachtige ontwikkeling in Oost-Europa toont, niet voor de eerste keer in de geschiedenis, dat volkeren op de lange duur alleen uit vrije wil in één verband blijven bestaan, en de les zal ook het Verre Oosten niet onberoerd laten. Het alternatief, in de Sovjet-Unie, in Indonesië, is dwang, en in het tijdperk van de Zelfbeschikking loopt het getij tegen dwangstaten. Een vrije, zelfbewuste RMS, in vrijwillig nauw economisch verband met haar buren zou een bron van welvaart kunnen vormen voor Indonesië in plaats van een smeulende haard van zorgen.

Realistischer is aan te nemen dat een dergelijk besluit van hoge staatsmanskunst zekere voorbereidende diplomatieke initiatieven zal vergen. Het aangewezen instrument hiervoor is de Nederlandse regering. Die van 1950, afgemat door nutteloze militaire campagnes, teleurgesteld door de tegenwerking van voormalige bondgenoten en bovenal gewantrouwd in Amerika, zag geen andere uitweg dan het hoofd in de schoot te leggen. Onze huidige regering daarentegen, vrij van iedere koloniale smet en internationaal in hoog aanzien, is bij uitstek in een positie om het zelfbeschikkingsrecht en de legitimiteit van de RMS nogmaals te bepleiten, zo niet direct bij Indonesië dan via Amerika en, zo nodig, uiteindelijk in de Assemblee van de Verenigde Naties.

"Van uitstel komt afstel' is een oud Nederlands gezegde. Veel ouder is: "Een man een man, een woord een woord'.