Hoger onderwijs laat computers nog te veel links liggen

ROTTERDAM, 12 DEC. Universiteiten en hogescholen maken in het onderwijs nog maar weinig gebruik van de moderne informatietechnologie (IT). De verwachting dat begin jaren '90 met name de computer in dat onderwijs al een belangrijke rol zou spelen is niet uitgekomen. De komende jaren zal er echter veel veranderen, zeker als docenten de computer minder als een bedreiging voor hun positie gaan zien.

Dit verwacht de Wetenschappelijk technische raad van SURF, het samenwerkingsverband voor computerdienstverlening in het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. In het rapport "IT in perspectief', dat gisteren gereed kwam, voorspelt de raad ingrijpende veranderingen voor de universitaire rekencentra en bibliotheken. De grote computers in de rekencentra zullen voortaan hoofdzakelijk worden gebruikt voor de opslag van grote gegevensbestanden. Het rekenen gebeurt òf op de landelijke supercomputer van de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandese Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, òf op de computers van de onderzoekers zelf.

Bij de bibliotheken worden niet alleen de directe on-line-verbindingen met de gebruikers (de lezers) gemeengoed, zij zullen ook in toenemende mate worden aangesloten op de data-bases van (commerciële) uitgevers. In deze data-bases bevindt zich de informatie die nu nog vooral via tijdschriften wordt verspreid.

Nu is er aan de universiteiten voor per 1,2 medewerker een pc of terminal beschikbaar. Aan de hogescholen is er één voor elke 2,3 docent. Voor de studenten daarentegen is de situatie aan de hogescholen weer gunstiger dan aan de universiteiten. Aan de hogescholen is er een computer op elke 20 studenten beschikbaar, aan de universiteiten moeten 24,7 studenten het met een pc of terminal doen.

In de toekomst zal elke medewerker over een eigen pc schikken, aldus de raad. Voor elke tien studenten zal er ook één beschikbaar moeten zijn. Aan de universiteiten kan die groei worden gefinancierd uit het huidige budget (410 miljoen gulden, of wel 2.550 gulden per student) voor computervoorzieningen. Voor de hogescholen is gedurende vier jaar 263 miljoen extra nodig.