Groen Links wil nu echt "groene partij' worden; Partijbestuur wil dat fractie in Kamer voor de helft uit nieuwe gezichten bestaat

DEN HAAG, 12 DEC. Waarom profiteert Groen Links niet van het enorme electorale verlies van de grote linkse broer, de PvdA? Volgens de partijleiding ligt dat vooral aan de onduidelijkheid van de Groen-Linkse ideeën. Als de partij, nu zes Kamerzetels, niet meer wordt gezien als een noodgedwongen vergaarbak van achterhaalde idealen van de oude, klein-linkse gefuseerde partijen moeten tien Kamerzetels toch bereikbaar worden. De partij moet zich daarom zo snel mogelijk transformeren tot een echte milieupartij. De hooggespannen verwachtingen uit het oprichtingsjaar 1989 - vijftien zetels - zijn allang verlaten.

Ook op andere vlakken zijn er problemen genoeg. Het partijbestuur wil dat na de volgende verkiezingen de Tweede-Kamerfractie voor minstens de helft uit nieuwe mensen bestaat en hoopt voorlopig dat er - tijdig - voldoende zittende Kamerleden uit zichzelf zullen afzien van een nieuwe kandidatuur. In ieder geval zal de opvolger van Ria Beckers hoogstwaarschijnlijk niet afkomstig zijn uit een van de oude fusiepartijen, zoals dat nu nog bij vijf van de zes Kamerleden het geval is. Het partijbestuur wil de delicate kwestie - wordt het toch een "oud gezicht' en geen nieuw fris figuur? Een man? Een vrouw? - oplossen met een referendum onder alle leden, die dan waarschijnlijk in 1993 uit twee kandidaten zullen mogen kiezen.

De vorming van een nieuwe Groen-Linkse identiteit is een moeizaam proces. Vorig jaar werd een eerste versie van het programma van uitgangspunten, het "Manifest', afgewezen wegens een te hoog gehalte aan vaagheid en zweverigheid. Nu wordt verwacht dat het tweede partijcongres, morgen en overmorgen in Amsterdam, het volledig herschreven Manifest wel zal aanvaarden als uitgangspunt. Dat betekent dat Groen-Links-politici voortaan de milieubelangen zwaarder moeten laten wegen dan oude klein-linkse gelijkheidsidealen.

Hoewel het grote succes van het “minzame, weinig heldere D66” nog wel twijfel zaait over de wijsheid achter een al te sterke profilering op milieugebied, mikt het partijbestuur op een zo scherp mogelijke "groene' identiteit. Dat betekent volgens vice-voorzitter Joost Lagendijk, zelf afkomstig uit de PSP, geen getuigenispolitiek meer. “We moeten vooral uitvoerbare beleidsalternatieven presenteren. Bijvoorbeeld: de Groentax, ons idee uit 1989 dat nu door de andere partijen wordt overgenomen, was qua richting goed maar werd in 1989 gebracht als een gigantisch plan dat wel 50 miljard zou opbrengen. Dat had dus niet zo veel effect. We moeten niet al te grote stappen ineens willen zetten. We moeten met z'n allen terug in produktie en consumptie.”

De van oorsprong Surinaamse schrijfster Astrid Roemer was in 1989 Groen-Links kandidaat voor de Tweede Kamer en zit sinds 1990 in de Haagse gemeenteraad. Volgens haar weten de meeste mensen allang dat het fout gaat met het milieu. “Het is alleen zeer moeilijk echt de overtuiging te hebben en over te brengen dat we echt anders moeten gaan consumeren en produceren. Maar zoiets moet Groen Links de samenleving wel gaan bieden. We zijn nog lang niet zover. De partij heeft nog geen echte eigen cultuur, eigenlijk bestaan we als groep niet eens, laat staan als partij.”

Volgens beleidsmedewerker Kees Diepeveen van de Tweede-Kamerfractie is het overmorgen te bespreken manifest nog te technocratisch. “Ik denk dat we al weer toe zijn aan een echte re-ïdeologisering. Tegenover de culturele crisis van de moderne samenleving moeten we andere waarden en normen plaatsen, een andere werkelijkheid. Door bijvoorbeeld duidelijk te maken dat schone lucht en gezonde natuur veel meer bijdraagt aan iemands welvaart dan meer geld verdienen. Het manifest zet te weinig vraagtekens bij het moderne individualisme, dat volgens mij op zijn einde loopt. Ik verwacht daarom dat als Groen Links, zoals ik hoop, voluit voor groen zal kiezen, er nog problemen genoeg komen: groen versus het individualisme bijvoorbeeld.”

Niet alleen principiële kwesties kunnen hoog gaan opspelen in de nog altijd wankele, jonge partij. Velen in de partij dromen hardop van een moderne lijsttrekker met een onbelast politiek verleden, die ook verfrissend oogt in televisiedebatten. Het Kamerlid Ina Brouwer van Groen Links, oud-fractievoorzitter van de CPN, werd lange tijd genoemd als een mogelijk opvolger van Beckers. Ze vindt die ideeën over een nieuwe, frisse lijsttrekker “trendy beeldvorming en oppervlakkig”. Brouwer: “Ik betwist dat een nieuw iemand het ene succes na het andere zou kunnen halen. Nee, het succes van een partij is afhankelijk van de kracht van de ideeën en van het maatschappelijke en politieke klimaat en dat is op dit moment niet links georiënteerd. Dat klimaat is marktgericht, antibureaucratisch, minder staat. Met die tendens gaan wij als Groen Links ook wel mee en dat is op zich goed, maar die ideeën staan niet voor de typisch Groen-Linkse invalshoek van een drastische wijziging van de maatschappelijke verhoudingen. Links is nu in het defensief. Als we dadelijk acht zetels halen, zou dat al heel mooi zijn.”

Een belangrijke vraag voor het nog altijd zeer feministische Groen Links is of de lijstrekker een man of een vrouw zal zijn. Volgens vice-voorzitter Joost Lagendijk zou het "lijsttrekkersreferendum' heel goed kunnen gaan tussen het Kamerlid Paul Rosenmöller en de huidige partijvoorzitter Marijke Vos, beiden "onafhankelijk', want “zo dik gezaaid zijn goede kandidaten nu ook weer niet”. Lagendijk verwacht in ieder geval dat een "goede man' in het geheel niet kansloos zal zijn bij het referendum, dat waarschijnlijk eind 1993 zal worden gehouden.

Ook Astrid Roemer ziet maar weinig nut in de discussies over de soort leider die de partij moet hebben. “Kennelijk begint Groen Links zich plaatsvervangend te schamen dat ze geen leider heeft, zoals de andere partijen.” Roemer heeft wel eens de indruk dat bij de Groen-Linkse mannen, “die de vrouwen altijd veel ruimte hebben gegeven”, nu onverwachts en onbewust weer oude patriarchale instincten gaan opspelen. Vandaar de roep om “een Leider, een man waarmee de mannen zich wel kunnen identificeren”. Volgens Kees Diepeveen zou het echter juist “een verfrissende breuk met het verleden zijn als Groen Links bij gelijke geschiktheid juist een man zou kiezen. Je moet tenslotte niet meer dan de helft van je kader al op voorhand uitsluiten.”