Goede milieu-encyclopedie moet nog geschreven worden; Wie is wat in Milieuland

Nederlandse Milieuliteratuur. Uitg. Koninklijke Vermande, Lelystad. Verschijnt 6 keer per jaar. Prijs ƒ 418,70. Losse nummers: ƒ 85,-

Nederlandse Milieu Expertise 1991-1992. Uitg. Cimi, Bilthoven- Koninklijke Vermande, Lelystad. 544 p. Prijs: ƒ 79,50. ISBN 90 6040 984 1

Natuur & Milieu Encyclopedie. Eindredaktie: Daan Kloeg. Uitg. Zomer & Keuning, Ede-Antwerpen 1991. 359 pp. Prijs: ƒ 29,90. ISBN 90 210 0221 3

De achteruitgang van het milieu heeft de afgelopen jaren heel wat pennen in beweging gebracht. Volgens het Handboek van de Nederlandse Pers verschijnen in Nederland al meer dan tachtig periodieken die aan dit onderwerp gewijd zijn. Daarnaast worden er jaarlijks naar schatting 3000 rapporten, onderzoeksverslagen en boeken over het milieu gepubliceerd. Er verschijnt zoveel literatuur, dat de oprichting van een databank met informatie over nieuw verschenen artikelen en publikaties noodzakelijk leek. Op initiatief het Directoraat-Generaal Milieubeheer van het ministerie van VROM is in 1988 de CIMI opgericht, de Centrale Ingang Milieu Informatie. Deze instelling kreeg de opdracht om de milieu-informatie in Nederland beter te ontsluiten. Wie op zoek is naar informatie over een bepaald milieu-aspekt kan via het Rijks Computer Centrum de databank raadplegen. Ook telefonisch vallen inlichtingen te verkrijgen. Maar de hierin opgeslagen informatie wordt gelukkig ook in gedrukte vorm verspreid.

Zes keer per jaar verschijnt een deel van de serie Nederlandse Milieuliteratuur. Naast rapporten en boeken beschrijft de serie ook tijdschriftartikelen. Bijna driehonderd tijdschriften worden voor dit doel regelmatig gescreend op literatuur over milieu. Uiteraard is het zoeken naar een bepaald onderwerp of naar een specifiek artikel omslachtiger dan wanneer dat met hulp van de computer gebeurt.

Platform stadsecologie

Wie op zoek is naar een instantie of organisatie op het gebied van milieu kan eveneens bij CIMI terecht. Onlangs verscheen - op basis van gegevens uit het databestand CIMIBRON- de ”Gids Nederlandse Milieu Expertise'. Vijfhonderd adressen van overheidsorganisaties, onderzoeksinstituten, onderwijsinstellingen en particuliere (milieu)-groeperingen hebben in deze gids een plaats gevonden.

Ondanks de niet geringe hoeveelheid adressen ontbreken er nogal wat organisaties. Zoals de Bomenstichting, WISE (World Information Service on Energy), het Platform stadsecologie, Ecomare en het International Water Tribunal. Stichting Allicht en Duurzame Energie staan evenmin in de gids vermeld, terwijl deze organisaties bij CIMI wel bekend zijn, want de door hen uitgegeven tijdschriften komen weer wel voor in het milieuliteratuurbestand.

De keuze, welke organisatie wel of niet in een adressenbestand moet worden opgenomen, is natuurlijk lang niet altijd eenduidig. Maar waarom alle Kamer van Koophandels, de ANWB en het Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Schildersbedrijf in deze gids zijn opgenomen en - ik noem er nog maar een - een uitgesproken milieu-onderzoekinstelling als het International Centre For Water Studies (ICWS) te Amsterdam niet, is raadselachtig.

Elke instelling is voorzien van een korte karakterisering van de aktiviteiten, voor zover deze zich op milieugebied afspelen. Wat betreft de openingstijden is de ongelukkige keuze gemaakt om deze uitsluitend te noemen wanneer zij afwijkend zijn. Afwijkend waarvan, vraag je je af. En wie garandeert dat de instelling haar afwijkende openingstijden niet vergeten is op te geven? Een konsekwent noemen van de openingstijden voorkomt hierover misverstanden.

Ronduit knullig is het namenregister. Wie zou nu beseffen dat voor het opzoeken van ”De Kleine Aarde' onder de D moet worden gekeken, in plaats van bij de K? Waarom trouwens niet bij de ”S' van Stichting De Kleine Aarde? Want wie het adres van de Landelijke Mestbank wil weten moet wel bij de S kijken, van Stichting Landelijke Mestbank.

Het duurt ook even voordat je begrijpt dat Milieudefensie niet bij de M van Milieudefensie, niet bij de S van Stichting Milieudefensie, maar bij de V van Vereniging Milieudefensie te vinden is. De keuze om organisaties via hun juridische status te ontsluiten, betekent dus vrijwel altijd dubbel zoeken. Op zijn minst hadden wat meer ”zie' verwijzingen in het register niet misstaan.

Het trefwoordenregister is niet veel beter. Dit lijkt zonder enige korrektie uit de computer gerold te zijn. Trefwoorden die bij een interaktief computergebruik nuttig zijn, omdat ze gekombineerd kunnen worden met andere trefwoorden, blijken lang niet altijd zinvol in een handboek. Het trefwoord ”effecten' levert in deze gids bijvoorbeeld een onzinnige reeks van 56 (!) verwijzingen op. En het trefwoord ”kwaliteit' verwijst zelfs naar 100 organisaties!

Het trefwoordenregister rammelt aan alle kanten. Wie het adres wil weten van de Landelijke Milieu Databank Politie zoekt tevergeefs naar een trefwoord ”politie' of een trefwoord ”databank'. Het trefwoord ”recycling' ontbreekt, terwijl dit toch de meest voor de hand liggende ingang is naar de Belangenvereniging Recycling Bouw- en Sloopafval of naar de Nederlandse Schroot Vereniging. Het merkwaardigste trefwoord blijkt ”De vervuiler betaalt', dat - na het voorgaande niet verwonderlijk - onder de ”D' te vinden is.

De gids maakt al met al de indruk dat ze gemaakt is door mensen die weinig thuis zijn in de milieuproblematiek, die nauwelijks hebben nagedacht over hoe een naslagwerk eruit dient te zien en die bovendien niet de moeite hebben genomen het manuscript door te lezen voordat het naar de drukker ging. Dit is bijzonder jammer, omdat de uitgave van de gids nu juist zo'n uitstekend initiatief is. Een dergelijk naslagwerk is niet alleen nuttig voor (openbare) bibliotheken. Ook voor het groeiend aantal mensen dat werkzaam is op milieugebied, zal een dergelijke gids dagelijks van pas komen.

Milieukeur

Gelukkig verschijnen er ook goede gidsen. In de recent verschenen Natuur & Milieu Encyclopedie worden meer dan 1500 begrippen behandeld. Fraaie foto's en tekeningen verhelderen de tekst, terwijl verwijzingen naar verwante begrippen niet ontbreken. De samenstellers zijn erin geslaagd om in kort bestek niet alleen begrippen uit te leggen, maar ook om de diskussie met betrekking tot bepaalde onderwerpen samen te vatten. Wie bij ”milieukeur' kijkt, komt dus niet alleen te weten waarom een milieukeur nuttig zou zijn. Tegelijk wordt uit de doeken gedaan hoe moeilijk is het hier normen voor vast te stellen.

Wensen blijven er altijd. Want wie als geinteresseerde leek nu net iets meer wil weten dan deze encyclopedie vertelt, komt niet ver. Aan te nemen valt, dat de auteurs boekenkasten met literatuur tot hun beschikking hebben gehad tijdens de samenstelling van dit boek. Het zou een enorme verbetering zijn, wanneer de lezer van dit bronnenmateriaal op de hoogte wordt gesteld.