Europa betaalt met ecu in 2002

UTRECHT, 12 DEC. Temidden van abstracties als EPU en F-woord werd het Europa van de toekomst deze week éénmaal zichtbaar via een munt van volledig Europese snit. Althans, koningin Beatrix toonde zich bereid de nieuwe munt van haar beeltenis te ontdoen wanneer de ecu in 1999 wordt geïntroduceerd.

Munten zonder vorstin zal het vaderland volgens 's Rijks Muntmeester Chr. van Draanen moeiteloos accepteren. “Wij zijn een praktisch volkje, ons nationale gevoel bloeit alleen op als ons voetbalelftal de overwinning behaalt. Of als er een nieuwe Ard Schenk opstaat. Bij de munt speelt dat soort sentimenten niet.”

Maar toen Van Draanen zich samen met zijn Europese collega's dit voorjaar boog over de praktische bezwaren die kleven aan de introductie van de nieuwe munt, merkte hij dat een dergelijk gemak niet overal wordt beleefd. “Veel muntmeesters wilden niet zover gaan het nationale symbool op de munt in te leveren. Ik was daar op dat moment ook nog niet toe bereid. Vandaar dat we zijn uitgegaan van een munt met een Europees symbool aan de ene kant en een nationaal beeltenis aan de keerzijde. Maar nu Beatrix deze voorzet heeft gegeven, is het interessant te volgen hoe men in andere landen reageert. Willen bijvoorbeeld de Belgische en Spaanse vorstenhuizen zich ook van hun plaats op de munt ontdoen?”

Mocht dat zo zijn, dan zou de introductie van het nieuwe Europese geld in ieder geval aanzienlijk vergemakkelijkt worden. Want eigenlijk, zegt Van Draanen, is het praktisch gezien hoogst onverstandig straks twaalf soorten ecu's op de markt te brengen. “Wij komen dan met de kwestie van de acceptatie te zitten. Gebruikt een Nederlander net zo gemakkelijk de ecu met op de achterzijde de Spaanse vorst als de ecu die de beeltenis van Beatrix draagt? Ik vermoed dat hier het nationale sentiment toch wel enigszins zal spelen. Het gevolg: de ecu's uit de andere elf landen zullen hier veel minder goed circuleren, je raakt ze op den duur niet meer kwijt, waardoor we in het Europa van de twaalf een duur transportsysteem moeten gaan opzetten om de munten naar het land van herkomst terug te brengen. En dan heb ik het nog niet over de verwarring die ontstaat zodra er ook Europees papiergeld komt met aan de keerzijde een nationaal symbool. Dat gaat bij mensen tot grote misverstanden leiden. Geld moet ongecompliceerd zijn.”

Los hiervan bestaan er overigens nog vele andere prangende problemen die de tijdige invoering - dat wil zeggen: per 1 januari 1999 - van de ecu in de weg staan. Sterker, het staat al wel vast dat Europa pas op zijn vroegst in het jaar 2002 of daaromtrent in het dagelijks leven met de ecu kennismaakt.

Dat zit zo. De Europese muntmeesters stelden dit voorjaar vast dat de produktie van de nieuwe munt zo'n vijf jaar vergt. Er zijn, hebben ze uitgerekend, zo'n 50 miljard ecu-munten nodig voor een vlot betalingsverkeer. Alleen als ze hun gezamenlijke produktiecapaciteit vanaf 1994 volledig zouden inzetten, kan dat aantal in 1999 op de markt worden gebracht. “Maar”, zegt Van Draanen, “ik heb zeker de helft van mijn capaciteit ook nodig voor het slaan van de nationale munten. Dus als je 1999 wilt halen heb je een reëel probleem. Ik ben daar niet uit. Daar komt nog bij dat de minister van financiën daarvoor vijf jaar aaneen vijftig miljoen gulden aan produktiekosten zal moeten uittrekken, terwijl in 1994 formeel nog lang niet vaststaat dat die munt er ook werkelijk komt. Als ik minister was, zou ik het niet aan de Tweede Kamer durven voorstellen. En u weet: zodra het over de munt gaat, komt de Kamer in beweging. De munt speelt daar altijd een enorme rol.”

Van Draanen geeft de voorkeur aan ander scenario bij de invoering van de ecu. “Als in 1997 vaststaat welke landen per 1999 de nieuwe munt gaan hanteren, beginnen we met de produktie.” Dan zou hij dus in 2002 deel van ons dagelijks leven worden, al is er ook een andere oplossing mogelijk. “Je kunt hem gedeeltelijk invoeren en dan tijdelijk met ecu's en guldens werken. Maar ik vrees daarbij enorme problemen. Wat te denken van de warme bakker, de drogist, de marktkoopman die zijn betalingsverkeer nog niet geheel heeft geautomatiseerd? Die wordt geconfronteerd met klandizie die met een tientje betaalt voor een stukje zeep van anderhalve ecu (huidige waarde f2,33 - red.). Deze mensen worden daar dol van! Want waarmee betaalt hij terug? Met drie ecu's en wat kwartjes en dubbeltjes? Ziet u hem al tobben?”

Het is derhalve volgens Van Draanen te verkiezen de Ecu in 2002 in één keer te introduceren. Dan nog zullen zich voldoende complicaties voordoen. Bijvoorbeeld met de spaarders, die - net als eerder met bij de vijf gulden-munt gebeurde - hun eerste ecu's niet als betalingsmiddel hanteren. “Ik ben van de vijf gulden-munt nog altijd een miljoen stuks kwijt. Die zitten in de sokken en doosjes van de Nederlandse spaarder. Ik moet er niet aan denken dat dit ook bij de ecu gebeurt, ook al ligt het voor de hand. Want dan komen we alsnog in nood te zitten. En wie lost het op?”

Van Draanen heeft inmiddels al contacten aangeknoopt met de sector waarmee hij, uiteindelijk, de meeste problemen verwacht: de automatenindustrie. Want al is nog onduidelijk welke beeltenis de nieuwe munt straks zal dragen, bekend is wel dat de omvang van de nieuwe munten uit veiligheidsoverwegingen zal afwijken van de bestaande maten. En alleen de introductie van de vijf gulden-munt, vertelt Van Draanen, kostte de automatenindustrie al vier jaar om haar volledig te verwerken. Met andere woorden: de compleet nieuwe ecu-serie zal qua automaten veel meer tijd vergen.

“Terwijl Nederland het meest van alle EG-landen met automaten werkt. Ik acht de kans erg groot dat de parkeerautomaten in Nederland een jaar of wat stil zullen staan. Wij zijn een creatief, modern volkje, dus het zal wel uitlopen op gratis parkeren. Denkt u niet? Ik bedoel dat positief, hoor. We passen ons nu eenmaal gemakkelijk aan. De koningin is er een voorbeeld van.”