Enorme toeloop van publiek op vierde IDFA; Palestijnse documentaire met Joris Ivens Award bekroond

AMSTERDAM, 12 DEC. De Joris Ivens Award voor de beste nieuwe documentaire is op het International Documentary Filmfestival Amsterdam toegekend aan de Palestijns-Belgische produktie Rêves et silences van de in Londen wonende Palestijnse regisseur Omar al-Qattan.

Die toekenning verleidt tot speculaties over een verband met het eerder afgelasten van een Israel-Palestina retrospectief op hetzelfde festival. Onder druk van de Israelische regering hadden twee archieven hun filmkopieën niet meer beschikbaar willen stellen, omdat het programma ook PLO-propagandafilms zou bevatten en werk van buiten Israel wonende Palestijnen, onder wie met name Michel Khleifi, de produktiepartner van Al-Qattan.

Maar de onafhankelijke jury onder voorzitterschap van de Poolse filmhistoricus Jerzy Toeplitz, die ook de tegen de beslissing van zijn regering gekante Israelische regisseur Rafi Bukaee onder haar leden telde, had goede gronden om Rêves et silences unaniem (en dus niet "anoniem', zoals de festivalkrant meldt) te bekronen. Het juryrapport prijst de “tolerantie, compassie, menselijkheid en het begrip voor de behoeften en aspiraties van volkeren” in deze documentaire.

Inderdaad is Rêves et silences geen pro-Palestijnse propagandafilm, maar een van de beste inzendingen naar de Amsterdamse competitie. Al-Qattan nam vlak na de Iraakse invasie in Koeweit zijn documentaire op in de Jordaanse hoofdstad Amman. Hij schetst erin genuanceerd de tegenstelling tussen het pragmatische karakter van een Palestijnse huisvrouw met heimwee naar Jaffa en de strenge geboden en verboden predikende fundamentalistische geestelijkheid. In pittige, soms zelfs sarcastische twistgesprekken confronteert de vrouw de islamitische farizeeërs met het gebrek aan logica in hun redeneringen: een vrouw moet gesluierd door het leven gaan om de mannen niet in verleiding te brengen, maar er zijn tal van uitzonderingen op die regel. Hoppend belijden leden van een soefi-sekte hun geloof, terwijl de hoofdpersoon over de Dode Zee blikt naar haar vaderland. Ook al heeft ze weinig op met de Staphorstvariant van haar religie, antwoordt ze de geestelijke, die haar vraagt hoe zij dan denkt terug te kunnen keren: “Als Allah het wil”.

Al-Qattan, een welbespraakte en genuanceerd formulerende intellectueel, licht toe dat slechts de synthese van Westerse en islamitische denkbeelden tot een oplossing kan leiden voor de problemen van het Midden-Oosten: “De Arabieren vormen geen gesloten blok van fanatici en fans van de Iraakse leider. Het kostte me moeite een Iraakse vriend, die nota bene gemarteld was door Saddam, ervan te overtuigen dat onvoorwaardelijke steun aan diens daden de Palestijnse zaak niet verder helpt. Evenmin begreep hij dat je tegelijkertijd zijn inval in Koeweit en de westerse bombardementen op Bagdad veroordelen kunt”.

Al-Qattan is slim genoeg om te begrijpen dat je de wereld eerder wint voor de Palestijnse zaak door de interne tegenstellingen te vertonen dan door een eensluidend appel. Hij leverde dan ook genuanceerde bijdragen aan de discussies tussen joodse en Arabische Israeliërs en Palestijnen, die in Amsterdam gevoerd werd. De restanten van het filmprogramma werden vertoond onder de nieuwe noemer "Midden-Oosten-panorama'.

De speciale juryprijs werd uitgereikt aan de al door de Nederlandse televisie uitgezonden documentaire van Sandra Werneck over de moorden op zwerfkinderen in Rio de Janeiro Guerra dos meninos - Children's War. De publieksprijs was bestemd voor de Franse documentaire van Laurent Chevallier over de terugkeer van een Afrikaanse slagwerker naar zijn geboortedorp in Guinee, Djembéfola. De film maakt inmiddels kans op een gewone bioscoopdistributie in Nederland.

Het meest verbazingwekkende van dit vierde documentairefestival was wel de enorme toeloop van het publiek, dat zelfs op doordeweekse middagen regelmatig voor uitverkochte zalen in de bioscoopzalen van het Alfatheater zorgde. Bestuursvoorzitter Walter Etty schrok zelfs zo van de groei van het documentairefestival, dat hij geen cijfers wil bekendmaken, “omdat ze haast niet kunnen kloppen en we eerst een computercontrole moeten doorvoeren. Hoe dan ook begint het IDFA een vast publiek te vinden en redde het zich met enige verve uit de onoplosbare knoop van de Israelisch-Palestijnse dilemma's.