"Energie-Handvest levert Russen geld op'; Andriessen: dosis idealisme achter het plan-Lubbers

DEN HAAG, 12 DEC. “Dit Energie-Handvest is de meeste perfecte manier om Oost- en West-Europa naar elkaar toe te brengen. Achter deze nieuwe internationale samenwerking zit een grote dosis idealisme, bij premier Lubbers die het idee als eerste lanceerde, en ook bij mijzelf. In plaats van hulpprogramma's, die per definitie beperkt zijn, biedt dit Handvest een basis voor de Russen om hun waardevolle olie en gas zelf op de wereldmarkt te brengen en er geld mee te verdienen.”

Dit zegt dr. J.E. Andriessen, minister van economische zaken, die komende maandag en dinsdag als gastheer optreedt in de Ridderzaal bij de grootste ministersconferentie die Den Haag ooit heeft geherbergd. Koningin Beatrix zal de opening van de conferentie met haar aanwezigheid opluisteren en premier Lubbers houdt een openingstoespraak.

Achtendertig aanmeldingen van collega's die het plan-Lubbers willen tekenen heeft Andriessen al binnen, waaronder die van Rusland, de Oekraïne en Wit-Rusland, de republieken die deze week de Sovjet-Unie opbliezen door gedrieën een Gemenebest te vormen. “Alle republieken die belangrijk zijn voor de energievoorziening willen het Handvest tekenen”, zegt de minister. “Als alle 12 republieken meedoen hebben we zelfs 50 ondertekenaars.”

Dat betekent overigens nog niet automatisch diplomatieke erkenning van alle voormalige Sovjet-staten die zich in Den Haag presenteren, door de Westeuropese regeringen. Waarschijnlijk zal daarover een aparte verklaring tijdens de conferentie worden afgelegd, zegt Andriessen. Hij voorziet dat een aantal republieken volgende week wordt vertegenwoordigd door Kazachstan, de republiek die nog achter het Unieverdrag van president Gorbatsjov staat.

Andriessen is trots op het Handvest waaraan door zijn ambtenaren, samen met Brusselse collega's, de Europese Commissie en de speciale Intergouvernementele Conferentie onder leiding van de Nederlandse oud-diplomaat mr. Charles Rutten maandenlang hard is gewerkt. “Na Maastricht kunnen wij nu nóg iets aardigs presenteren dat tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EG tot stand is gekomen.”

Anderhalf jaar nadat premier Lubbers op een Europese Top in Dublin zijn idee lanceerde voor een nieuwe Energiegemeenschap tussen West- en Oost-Europa is er nu een Handvest gereed dat een veel bredere samenwerking met de voormalige Sovjet-Unie regelt. Niet alleen alle Europese landen, maar ook de Verenigde Staten, Japan en Australië doen mee. Zes Golfstaten, enkele Noordafrikaanse landen en zeven internationale organisaties zijn als waarnemers bij het Handvest betrokken.

Kern van het energieplan is verbetering van de Russische olie- en gasindustrie door investeringen van Westerse ondernemingen, in ruil voor langlopende contracten voor de export van energie naar het Westen. Ook technische hulp bij energiebesparing, milieubescherming en verbetering van de veiligheid van Russische kerncentrales valt onder het Handvest. Door deze samenwerking kan verder een bijdrage worden geleverd aan een oplossing van de ernstige energieproblemen van de Middeneuropese landen die tot voor kort goedkope olie en gas uit de Sovjet-Unie kregen geleverd, maar nu de wereldmarktprijs moeten betalen. Als belangrijk punt voor Midden-Europa noemt de Nederlandse minister het opbouwen van een modern, gekoppeld elektriciteitsnet. “Dat gaat nog gigantisch veel geld kosten, maar het is erg belangrijk voor de economische ontwikkeling in die nieuwe democratieën.”

Volgens Andriessen kan het nog wel een half jaar duren eer het Handvest wordt gecompleteerd met een basis-overeenkomst (met de status van een internationaal verdrag), en met de bijbehorende protocollen. “Maar investeerders die belangstelling hebben voor Oost-Europa hoeven daarop niet te wachten, ondanks de politieke woelingen die daar nu aan de gang zijn. Want het Handvest is wel degelijk bindend. In bepaalde opzichten vind ik het vrij vèrgaand waartoe de partijen zich volgende week verplichten. Het is een raamwerk dat uitgaat van het principe van een vrije markteconomie, en allerlei marktgerichte hervormingen van de energiesector. Ook het evenwicht tussen voorzieningszekerheid en de markt zoals wij dat in West-Europa kennen, is in het Handvest vastgelegd. Die zekerheid verkrijg je door langlopende exportcontracten. Zo'n basis is aantrekkelijk voor Westerse investeerders. Eigenlijk kun je dit een heel uitgekiend systeem van investeringsbescherming tegen politieke risico's noemen. Het allerbelangrijkste is dat Rusland hiermee een entree krijgt op de wereldmarkt.” Op langere duur kan die entree er zelfs toe leiden, meent Andriessen, dat het Westen wat minder afhankelijk zou worden van olie-importen uit de OPEC-landen.

Of een exportstop voor olie, waartoe de regering van president Jeltsin enkele weken geleden besloot met het Handvest is te rijmen, is voor Andriessen nog de vraag. “Dat hangt erg af van de reden. Als inderdaad een ernstig brandstoffentekort dreigt, kun je je een tijdelijke maatregel voorstellen.”

Ook de milieubescherming heeft vrij veel aandacht in het Handvest gekregen, vindt de minister. Een van de grootste problemen van de Russische olie- en gasindustrie is het slechte onderhoud en de verouderde apparatuur waarmee wordt gewerkt. Daardoor is de doelmatigheid laag, gaat er veel energie verloren en wordt het milieu op veel plaatsen ernstig geschaad. “Volkomen logisch” zou het zijn, vindt Andriessen, als men zich eerst concentreert op het dichten van lekke leidingen en installaties, om verdere milieuvervuiling te voorkomen en een belangrijke extra energie-opbrengst binnen te halen.

Het Energie-Handvest wil ook een einde maken aan de onzekerheid voor buitenlandse ondernemingen over de vraag met wie ze zaken moeten doen in de voormalige Sovjet-Unie. “De wetgeving en de regels moeten nu transparant worden. In Rusland moest je bijvoorbeeld een geweldige hoeveelheid vergunningen hebben. Het kan nog wel even duren eer alle hinderpalen uit de weg zijn geruimd en mischien komen er nog wat problemen bij, maar hier ligt toch een belangrijk begin van hervorming.”

“Essentieel acht ik ook het vastgelegde beginsel van non-discriminatoire toegang tot de energiebronnen en pijpleidingen. Ze kunnen dus geen verschil maken in de eisen aan de marktpartijen, of het nu binnenlandse of buitenlandse zijn. Dat is nogal wat. Natuurlijk blijft de souvereiniteit van een land over zijn grondstoffen bestaan, maar men mag daar niet willekeurig mee omspringen.”

Andriessen ziet nauwelijks verband tussen het Energie-Handvest en het streven van de Europese Commissie naar een vrije energiemarkt binnen de Gemeenschap van de Twaalf, zoals de Rotterdamse professor Leigh Hancher maandag in deze krant suggereerde. “De Commissie is bezig met voorstellen voor verandering die ze ook zonder dit Handvest zou doen. Daarover bestaan inderdaad meningsverschillen maar dat is een klein probleempje vergeleken met de opgave waarvoor we nu met de Oosteuropese landen staan. Overigens, Commissaris Cardoso e Cunha is hier geweest en hij erkent dat Nederland als gasproducerend land met het belang van de ontwikkeling van veel kleine gasvelden een speciale positie heeft. Wij moeten de ondernemingen die dat gas voor ons winnen, zekerheid geven dat we het produkt ook afnemen. Cardoso erkent dat zoiets niet kan in een compleet vrije gasmarkt.”

Andriessen heeft zich de kritiek van de oliemaatschappijen, dat het plan-Lubbers kan ontaarden in te veel Brusselse bureaucratie die investeerders in Oost-Europa weer kan afschrikken, wel aangetrokken. Exxon-topman Raymond verwoordde die kritiek onlangs bij een bezoek aan Nederland. Daarbij ging het niet om het Handvest, maar om de basis-overeenkomst die nog moet volgen. “Inderdaad, als je alle Brusselse regelingen toepast op deze samenwerking, dan krijg je erg veel pagina's tekst. Ik hoop dat men zich zal beperken. Het Nederlandse standpunt is dat er zo min mogelijk geregeld moet worden en dat het secretariaat van het plan-Lubbers ook zo bescheiden mogelijk moet worden opgezet.”