Einde van de nationale norm; Normalisatie is voor de industrie van steeds groter belang. Nu moeten de Europese landen nog genormaliseerd worden; Nederlandse norm NEN-EN 40-2

Naast veel ellende bracht de spoorwegramp bij Harmelen (8 januari 1962, 93 doden) uiteindelijk ook iets goeds. In de chaos bleek dat de brancards van alle uitgerukte ambulances alleen in de eigen ambulance pasten, maar waar stond die? Na afloop besloot de ziekenautobranche dat zoiets niet nog eens mocht gebeuren. De maten van de brancards werden genormaliseerd en nu past in Nederland elke brancard in bijna elke ambulance. Net zoals elke stekker in elk stopcontact, elke rol WC-papier in de houder, en alle penlights in de walkman.

Het is allemaal zo vanzelfsprekend, dat pas in het buitenland opvalt dat sommige landen heel andere opvattingen hebben over randaardestopcontacten, schroefdraden en lampfittingen.

Maar er ook deze rimpels zullen zoveel mogelijk glad worden gestreken, vertelt de directeur van het in Delft gevestigde Nederlands Normalisatie-instituut (NNI), ir. H.W. Huigen. ""In 1985 hebben de landen van de EG besloten tot de zogeheten Nieuwe Aanpak. Sinds die tijd wordt ernaar gestreefd normen niet meer op nationaal niveau te ontwikkelen, maar zoveel mogelijk in Europees en mondiaal verband. Als elk land zijn eigen normen gebruikt - en voor sommige produkten ook verplicht stelt - creëer je grote belemmeringen voor het handelsverkeer.''

Voor de stopcontacten komt Europa te laat. De differentiatie is hier te ver voortgeschreden en de fabrikanten van verloopstekkers hoeven zich geen zorgen te maken. Maar voor het overige is de tijd van de nationale normen vrijwel voorbij. De toekomst is aan de Europese norm. Huigen gaat er zelf een bijdrage aan leveren, want op 1 januari van het volgend jaar wordt hij president van de Europese normalisatie-organisatie, het Comité Européen de Normalisation (CEN).

Huigen: ""Normen zijn afspraken. Elk geïndustrialiseerd land produceert allerlei dingen, en die worden ook steeds meer in combinatie met elkaar gebruikt. Neem de kleinbeeldfilm. Waar je ook een kleinbeeldfilm koopt, hij past altijd in elke kleinbeeldcamera. Verder proberen we zoveel mogelijk tot een standaardisering van veiligheidseisen te komen. Als elk land zijn eigen veiligheidseisen heeft, belemmert dat het handelsverkeer. Tenslotte werken we samen op het gebied van eenheden. Uiteindelijk zullen we overal dezelfde eenheden gaan gebruiken.''

Normen komen meestal tot stand doordat de industrie zelf tot de ontdekking komt dat standaardisering loont. Het NNI verschaft dan faciliteiten en deskundige begeleiding en gaat met de industrie om de tafel zitten. Vroeg of laat worden de afspraken in een norm neergelegd: een keurig bundeltje papier met een NEN-nummer, met daarin in woord en beeld alle afmetingen en eigenschappen die van belang zijn. Er zijn duizenden NEN-normen en bladerend in de 560 pagina's dikke NNI-catalogus krijgt men niet de indruk dat er veel produkten van onze beschaving zijn vergeten. Brandslangen, spilneuzen, gaffelkerfpennen, polymethylmethacrylaatplaten, eivormige betonbuizen, straatlantaarns, spijkers, containers, kabelconnectoren, wasbekkens, afvoerpijpen, achterlichten - voor al die produkten zijn in een NEN-norm afspraken gemaakt.

Niet alles wordt in die normen geregeld, vaak is materiaal of kleur vrij en in sommige tekeningen zijn stukken open gelaten - daar kunnen de vormgevers dan even hun gang gaan. En verder kan natuurlijk iedereen zijn gang gaan - de NEN-normen zijn geen wettelijke eisen en het staat iedereen vrij produkten te gebruiken die niet genormaliseerd zijn. De zaak wordt anders als de overheid voorschrijft als bij produkten een bepaalde norm moet worden gevolgd en dat geldt ook als de produkten moeten voldoen aan in Europese normen vastgelegde veiligheidseisen - een echte groeisector.

De NEN-bijbel bevat ook allerlei aanwijzingen over procedures. Hoe de thermische stabiliteit van polyvinylchloride moet worden bepaald, hoe het dikteverlies van tapijten moet worden gemeten en hoe bacteriologisch onderzoek van water dient te geschieden.

500 Europese normen

De reeks NEN-nummers groeit nog steeds, maar het tempo is flink aan het afnemen. Dat komt doordat de internationale normen aan belang winnen. In aantal leggen ze het nog steeds af tegen de nationale normen, maar de Europese normen doen hun best de achterstand in te halen. Sinds 1985 zijn er ruim 500 Europese normen geproduceerd en in 1992 komen er nog 300 bij.

Huigen: ""Wanneer we vaststellen dat er op een bepaald terrein behoefte aan een norm is, moeten we eerst kijken of er al een internationale norm is. Op mondiaal niveau zijn er de ISO-normen, maar dat zijn er nog niet zo heel veel. Als er geen ISO-norm is, gaan we naar de Europese (CEN-)normen. Is er een ISO- of CEN-norm, dan moeten we ons daaraan conformeren. We maken de industrie er ook wel eens op attent - als in de Nederlandse bouwindustrie nieuwe wastafels worden geproduceerd dan zeggen wij: houden jullie er rekening mee dat er nieuwe Europese normen op stapel staan voor afvoerpijpen? Het heeft weinig zin wastafels te produceren als er straks geen afvoerpijpen meer op passen.

""Bestaat er geen Europese norm, dan zouden we dus een eigen NEN-norm kunnen ontwikkelen, een andere mogelijkheid is een sterke Duitse, Franse of Engelse norm over te nemen. Maar het is vaak beter om maar meteen een voorstel voor een CEN-norm in te dienen. De CEN vormt dan een internationaal werkcomité dat tot een nieuwe internationale norm tracht te komen. Unanimiteit is niet vereist, maar er mogen niet meer dan drie landen tegenstemmen.''

Als het tot een nieuwe Europese norm komt, nemen de aangesloten landen hem over. De normalisatieinstituten geven de norm in hun eigen landstaal uit en zetten er de afkorting EN achter, ten teken dat het om een Europese norm gaat. Zo zijn er nu bij ons al vele NEN EN-normen; dezelfde normen worden in Duitsland met DIN EN, in Frankrijk met FN EN en in Engeland met BS EN aangeduid.

Het doet zich ook wel voor dat de verschillende landen al normen hanteren en dat die van elkaar afwijken. In die situatie moet er geharmoniseerd worden. Een land dat een bekende norm heeft, legt dan veel gewicht in de schaal, want het heeft alleen maar voordelen als er niet teveel verandert. De Duitse DIN-normen zijn inmiddels al vele keren tot CEN-norm gepromoveerd, maar ook de Franse AF- en de Britse BS-norm hebben een mooie score. En hoe doet onze NEN het? Huigen: ""Niet slecht. Op een aantal terreinen hebben we initiatieven genomen die tot CEN-normen hebben geleid. In de glastuinbouw bijvoorbeeld, maar ook op het gebied van streepjescodes, aansluitingen van gastoestellen, plastic pijpen, biocompatibiliteit van medische materialen, afvalverwerking, stalen bouwmaterialen en testmethoden voor petroleumprodukten. Je ziet daar de sterke punten van de Nederlandse industrie in terug.''

De plantepotten-affaire

Zoals het voorbeeld van de plantepotten bewijst, verloopt in de normering niet altijd alles naar wens.

Ir. R. Zwart, een van de 170 medewerkers van het NNI: ""Op de Nederlandse bloemenveilingen komen de planten in potten aan. Die potten worden in trays vervoerd, meestal van die geschuimde dragers waar die potten klemmend in passen. Dan vliegen de plantjes niet bij elke hobbel door de vrachtwagen. Ook op de veiling gaat het transport met die trays, maar voorwaarde is natuurlijk dat de potten bepaalde standaardafmetingen hebben. In januari 1988 had de bloemen- en plantenbranche het voor elkaar: er werden op de veilingen alleen nog maar potten toegelaten die voldeden aan bepaalde eisen. Je had drie typen, en voor elk type waren een aantal afmetingen gespecificeerd.''

Eind goed al goed? Nee, want planten en potten komen ook uit andere landen, en daar worden weer andere maten gebruikt. Met name de Denen hadden een andere opvatting. Geruggesteund door hun grootste pottenfabriek bleven ze in hun eigen potmaten volharden en ze dreigden zelfs met een klacht bij het Europse Hof vanwege belemmering van het vrije handelsverkeer. Voor overnemen van de Nederlandse maten voelden de Denen niets, want het maken van andere mallen kost tonnen en bovendien waren de Deense normen al in 1987 officieel vastgelegd door de Dansk Standardiseringsrad.

De Nederlandse bloemenveilers vervoegden zich bij het NNI. Hoe konden ze die standaard die ze waren overeengekomen wat meer kracht geven?

Zwart: ""We hebben ze gezegd dat de eerste stap is er een echte Nederlandse norm van te maken, opgesteld door het NNI.''

Zo gezegd, zo gedaan. In december 1988 kwam norm NEN 2427 tot stand, een normblad van twee pagina's waarin in schetsen en tabellen alles over de Nederlandse potten was vastgelegd.

Nu Europa in. Het NNI vervoegde zich bij het CEN in Brussel. Kon NEN 2427 de toevoeging EN krijgen, ten teken dat de Nederlandse norm Europese geldigheid had?

Zwart: ""Maar daar kwamen we de Denen weer tegen. De CEN vroeg zich af of het wel zin had een commissie te installeren als de twee meest betrokken landen nog zo aan het bekvechten waren. Het is een heel gedoe: je moet uit allerlei landen deskundigen bijeenbrengen, een voertaal vaststellen, er moeten tolken komen.

""We moesten eerst maar eens met de Denen om de tafel gaan zitten, om te kijken of er bilateraal uit konden komen. We hebben een keer of vier vergaderd, de laatste keer in juli van het vorig jaar. We kwamen geen stap verder.

""De situatie is nu zo dat de bloemenveilingen wel eens een oogje toeknijpen als er Deense potten komen, want die klacht hangt nog steeds in de lucht. En verder hopen de bloemenveilingen dat de situatie op den duur toch naar de Nederlandse normen zal evolueren. Wie weet, als de Deense mallen zijn afgeschreven.'