Egyptologie voor beginners

In de hal van het Archaeologisch Instituut op de Oude Turfmarkt in Amsterdam staan stenen paarden en gevleugelde godinnen zonder hoofd. In het bovenzaaltje zijn de veertig stoelen tot de laatste plaats bezet. Bij de amateur-cursus Egyptologie staan vanavond twee college-uren Egyptische religie op het programma. Cursusleidster Willeke Wendrig (30), archaeologe uit Leiden, stort zich vol enthousiasme op de duistere spreuken uit de Dodenboeken, die de overledene op zijn tocht door de onderwereld moesten helpen.

Er is een spreuk opdat je niet behoeft te werken in het Dodenrijk en eentje opdat je als dode je mond weer terugkrijgt, want zonder mond kun je niet eten. Een spreuk opdat je hart niet geroofd wordt en opdat je het, mocht dat toch gebeuren, terugkrijgt (een reservespreuk dus voor als er iets mis mocht gaan). Er is een spreuk opdat je hoofd niet wordt afgesneden (want zonder hoofd ben je niet herkenbaar) en eentje opdat dat je niet nogmaals hoeft te sterven (want als dat je overkomt ben je echt helemaal weg).

""Moest je voor het aanbrengen van grafspreuken die meer waard zijn ook extra betalen?'', wil een mevrouw op de voorste rij graag weten. ""Nou nee'', zegt de juf na een lichte aarzeling, ""ik denk dat ze in de werkplaats vooral naar lengte keken.'' Voor mensen met weinig geld is trouwens de laatste spreuk een uitkomst, want die moet zorgen dat je als dode alle vorige spreuken ineens kunt onthouden.

Mijn buurvrouw zit ijverig te pennen. ""Het is moeilijk en het blijft moeilijk,'' zegt ze lachend, ""vooral die hiëroglyfen.'' Overdag werkt ze als commercieel medewerkster bij een schoonmaakbedrijf en voor volgend jaar heeft ze een reis naar Egypte gepland, vandaar. Een andere cursist, bankemployee, heeft zich juist aangemeld omdat hij al in Egypte geweest is. ""Met twaalf man in een busje drie weken lang de woestijn door. Bloedheet, maar erg leuk.''

Tweetjes en drietjes

Verreweg de meeste deelnemers zijn vrouwen en de gemiddelde leeftijd is zo te zien niet hoog. Met tweetjes en drietjes komen ze uit de wijde omtrek. Uit Zaanstad, Muiden, Uithoorn, Purmerend. ""Je staat versteld over het enthousiasme'', zegt Willeke Wendrig, ""alsof mensen hier jaren op hebben gewacht.'' Dit is de vijfde groep waaraan ze deze beginnerscursus geeft. ""Van te voren ben ik altijd zenuwachtig. Sommige mensen hebben al zo ontzettend veel gelezen en anderen nog niets, en je moet ze allemaal bedienen.''

Naast deze cursussen werkt ze als assistent-in-opleiding (AIO) aan een onderzoek naar de herkomst van oud-Egyptische manden als bron van informatie over het leven van de "gewone man' onder de farao's.

Initiatiefnemer tot deze en andere amateur-cursussen Egyptologie die nu op 16 plaatsen in het land worden gegeven, is drs. Maarten Kersten. Hij is directeur van het Leids Instituut voor Cultuurstudies, haast vanzelfsprekend gehuisvest op het Rapenburg in Leiden. Na een dooltocht door hoge gangen met bewerkte plafonds en kamerbrede muurschilderingen, waar allerlei eenmansonderneminkjes huizen die echter nooit van Cultuurstudies gehoord hebben, ontdek ik uiteindelijk vier hoog achter op zolder, ondergeschoven bij low-profit reisbureau Litotours, directeur Kersten (45) in een vaalblauw, strak spannend T-shirtje. Het instituut bestaat eigenlijk vooral uit zijn persoon. ""Nee, we hebben geen naambordje op de deur, want er komt hier toch haast nooit iemand.''

Volgens Kersten zijn de nieuwe cursussen ""een ge-wel-dig succes, dat heeft onszelf enorm verbaasd. Er lopen nogal wat werkloze jonge Egyptologen rond, die van het ene uitzendbureau naar het andere zwerven, daar soms ook als intercedent terechtkomen of in de automatisering belanden. Ik vind dat jammer. Als je voor een vak geleerd hebt wil je dat toch ook kunnen toepassen?''

Vroeger, betoogt hij, was het gemakkelijker om wetenschappelijk onderzoek te doen met behoud van een werkloosheidsuitkering. ""Ik heb dat zelf jarenlang gedaan. Er zijn nog 800.000 werklozen, dus je schaadt daar niemand mee, integendeel, je helpt de wetenschap vooruit. Ik noemde dat mijn staatssalaris. Zo kon ik colleges archaeologie geven in Leiden, opgravingen doen in Venezuela en op de Antillen. En ik heb me verdiept in de pre-historische oorsprong van het Ankch-teken, ook wel ten onrechte het "Koptische Kruis' genoemd, en in de achterliggende symboliek van sterven en wederopstanding. Ik vond het natuurlijk wel jammer dat ik geen baan kreeg, maar zo liepen er zoveel.''

""Toen kreeg ik deze brainwave, om maar eens een vreselijk Engels woord te gebruiken: je moet de Egyptologie onder de mensen brengen, er de boer mee opgaan. Dan geef je werkloze Egyptologen de kans iets met hun vak te doen. We hebben nu een stuk of tien cursusleiders aan het werk. Mooi, toch?''

Bestaande cursussen, waaronder die aan het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden, en van Openbaar Kunstbezit speelden zich vooral af binnen musea of instituten in de Randstad. Maar daarbuiten was er weinig of niets.

Vrouwenclubje

September vorig jaar startte het LIC met 12 cursussen in de regio, met deelnemers van 14 tot 81 jaar, in januari volgde een tweede ronde. ""We zaten overal, we gaven een cursus voor een vrouwenclubje in Hardenberg, we zaten in klaslokalen, wijkgebouwtjes en buurthuizen, en we zaten ook in het Golden Tulip Hotel vanwege de bereikbaarheid. Maar dat was eigenlijk niet betaalbaar en voor elk extra wissewasje, een diascherm of een projektor, moest je bijbetalen.'' De cursussen kosten 300 gulden, voor 22 college-uren: tien avondsessies en een bijeenkomst in het museum in Leiden.

Dit seizoen viel de publiciteit wat tegen en bovendien was Kersten veel op reis, nu draait men alleen in Amsterdam en Arnhem. In februari gaat men weer in twaalf plaatsen van start en starten ook de eerste gevorderden. Binnenkort vertrekt ook een reisgezelschap van 20 oud-cursisten naar Egypte.

""We willen een fundament leggen om zelf verder gericht te lezen. De honger naar kennis is groot, mensen lezen rijp en groen, ze kopen zich kwijt aan boeken. Daar in de woestijn liggen immers de wortels van onze cultuur!''

Taal, geschiedenis, religie, archaeologie, het LIC wil de deelnemers van alles wat meegeven. ""Je kunt ze natuurlijk niet alles leren wat wij vroeger in zeven of acht jaar leerden, en wat ze nu in vijf of zes jaar proppen. Dat is de tragiek van de huidige studie, hoe meer zo'n meneertje Ritzen daar om financiële redenen vanaf knabbelt, hoe meer het ten koste gaat van het vak en van de internationale reputatie die wij in Leiden hadden.''

Zelf wilde Kersten van kinds af aan Egyptoloog worden. Toen hij zeven was (zijn oma had hem leren lezen toen hij vier was) kreeg hij een prismapocket over Schliemann in handen, met foto's van Troje. Hij was meteen verkocht. Maar na het gymnasium had zijn stiefvader, zelf econometrist, liever dat hij een nuttig vak leerde. Egyptologie leek hem maar niks en voor geschiedenis bestond toen net een studentenstop. ""En ik hield van schrijven, toen ik van school af kwam ben ik journalist geworden bij Het Vaderland.''

""Het vak had toen nog iets romantisch, je ging op pad en daarna zat je op zo'n oud typemachientje te roffelen. Wij riepen altijd dat we geen zeeppoeder maakten maar een ideëel produkt, pas later sloeg de commercie toe. De School voor Journalistiek bestond toen nog niet, maar op zaterdag zaten we, onderuitgezakt, op het Instituut voor Perswetenschappen om de groten in het vak te zien optreden. Mensen als Maarten Rooij, of Henri Knap - die wij vreselijk arrogant vonden. Maar Schneider was natuurlijk heel goed en Heldring vonden we fascinerend.''

Loodzetsel

""Ik ben begonnen als krullenjongen, tussen de slierten loodzetsel, waar ik werd opgeleid door een oud-zetter, die corrector was geworden. Zo'n man die alles meteen ziet. Ik ben nog steeds verbijsterd als ik zie hoe weinig NRC-Handelsblad gebruik maakt van correctoren. Drie Tante Betjes op elke voorpagina, en dan al die fouten van haastige buitenlandcorrespondenten, slechtlopende zinnen...''

Na zijn diensttijd, als reserve-officier doorgebracht op de Antillen, ging Kersten alsnog naar Leiden, als werkstudent. ""We waren dat jaar met tien eerstejaars, het was 1975 en de hoogleraar die er nooit meer dan twee had gehad, schrok zich wezenloos. Wij waren ook de eersten die afstudeerden in de algemene archaeologie.''

Inmiddels werkt Kersten, naast zijn werk voor het LIC en het onderzoek naar het Ankch-teken dat hem nog steeds fascineert, aan een boek over zijn vak dat komend voorjaar moet verschijnen bij uitgeverij Bzztoh. ""Het klassieke beeld van de archaeloog is dat van de man die aan de rand van een opgravingsput in de woestijn vanonder een parasol, met een zweepje, tegen zijn mannen zegt "Je moet hier even wat wegkwasten en daar ook.' Nou, dat klopt! Behalve dat zweepje misschien. Maar je hebt er echte slavendrijvers bij. Vooral de Britten zijn gewend aan hiërarchische verhoudingen. Zulke aspecten van mijn vak wil ik ook in mijn boek beschrijven, niet alleen de droge stof.''

Kersten houdt staande dat archaeologen anno nu nog geen tien procent hebben ontdekt van wat er te ontdekken valt. ""Ga maar eens naar Saqqara, waar die prachtige trappyramiden staan. Als je op het plateau boven de koningsgraven staat en je kijkt de horizon af zie je een woestijn vol bubbels. Dat zijn allemaal onuitgegraven graven. Die moeten allemaal nog worden onderzocht. En de meeste steden in de Nijldelta zijn onder tonnen rivierslib verdwenen. Er is nog zoveel onontdekt, maar er is nog zo weinig geld.''

In Leiden raken Egyptologen nu steeds meer geïnteresseerd in het "gewone' Egypte, in de vraag hoe die samenleving in elkaar zat, hoe de slavernij werkte en waaruit de volksgodsdienst bestond. In plaats van het spectaculaire schatgraven wordt nu meer samenwerking gezocht met antropologen en sociologen en ook met vrouwenstudies.

""Dat is de trend'', knikt Kersten. ""We richten ons op het leven van de gewone Egyptenaar en we dragen het uit naar de gewone amateur-Egyptoloog. Dat is de democratisering.''

Inmiddels kan het Leids Instituut voor Cultuurstudies zichzelf, met zo'n 500 cursisten per jaar, heel aardig bedruipen. Niet in de laatste plaats omdat Kersten, samen met een collega-Egyptoloog die in de Kopten is gespecialiseerd, ook een galerie heeft in Leiden. Beiden zijn vooral geïnteresseerd in abstracte kunst uit de na-oorlogse Doorbraakperiode, zowel van Nederlandse als van Russische herkomst.

""Voor tentoonstellingen moeten we vaak op zolders en in ateliers van gestorven kunstenaars graven en wroeten. Ik heb het ook van huis uit meegekregen, mijn vader was hoofdconservator van het Rijksmuseum en mijn moeder schildert ook. Binnen de groep van Cobra is een naam als Karel Appel boven komen drijven, maar anderen, die vergeten zijn, waren bescheidener en vaak serieuzer bezig. Soms ontmoet je nog zo'n hoogbejaarde kunstenaar of zijn weduwe. En soms verkopen we eens een doek, dan kunnen we weer een tijdje draaien.''

Leids Instituut voor Cultuurstudies, Rapenburg 8-10, 2300 EV Leiden, tel. 071-128502.