EG-top blijft nog even op de Kameragenda; Lof over resultaat van top in Maastricht overheerst in Kamer

DEN HAAG, 12 DEC. De opluchting in de Tweede Kamer gistermiddag was bijna tastbaar. De Maastrichtse EG-top was gelukt, Nederland had de 30ste september, "zwarte maandag', de dag waarop het Nederlandse ontwerp-verdrag voor de Europese Politieke Unie door de EG-partners smadelijk naar de prullenmand was verwezen, witgewassen. De Tweede Kamer gaat over enkele maanden het verdrag over de Politieke en over de Monetaire Unie ratificeren, dat was al na een half uur duidelijk.

Achter de regeringstafel zaten, met kleine oogjes, drie uitgeputte, maar glunderende ministers - Lubbers, Kok, Van den Broek - die af en toe als schooljongens schaterlachend wisecracks uitwisselden. In de zaal parlementsleden, die weliswaar zonder uitzondering bedenkingen hadden over het verdrag over het Politieke Unie, maar wier bewondering over de twaalfdimensionale schaakpartij door het drietal in Maastricht de overhand had. Staatssecretaris Dankert, die het meest onder politiek spervuur was komen te liggen door het aanvankelijk mislukte Nederlandse voorstel, kon niet in de vreugde delen; hij zat op dat moment al weer in Brussel te praten over de Europese begroting.

Zelfs de GPV'er Van Middelkoop, tegenstander van Europese integratie, feliciteerde de regering. “Ik ben voldoende nationaal ingesteld om mij daarover in elk geval in technisch opzicht te verheugen.” Grote scepsis over het bereikte resultaat kwam eigenlijk alleen van mevrouw Brouwer van Groen Links. “Het is dus toch een Europa van twee snelheden geworden. De snelheid van de 21e eeuw voor economie en geld, de snelheid van de 20e eeuw waar het gaat om het milieu, de democratie en het sociale beleid.”

De grote prijs van Maastricht is de EMU, de Monetaire Unie. “Uitstekend”, zei VVD-fractievoorzitter Bolkestein. “Minister Kok heeft de EMU met hardnekkige vindingrijkheid over de eindstreep gekregen. Wij hebben daarvoor zeer veel waardering.” Hij voegde er onmiddellijk aan toe dat zijn oordeel “voorlopig” was en toen naderhand premier Lubbers met grote stelligheid volhield dat het democratisch tekort door het verdrag “zonder enige twijfel is verkleind”, zei Bolkestein dat hij dat de premier graag op z'n woord geloofde. De verdragstekst over de Politieke Unie was pas een uur voor het Kamerdebat beschikbaar.

Het hele Kamerdebat had daardoor iets van schaduwboksen. De fractieleiders sprongen van het ene thema op het andere, Lubbers had veel woorden voor zijn toelichtingen nodig en voortdurend werd voor de Handelingen vastgelegd dat men op bepaalde punten later, in het nieuwe jaar, nog wilde terugkomen. En bovendien gold, zoals Brinkman (CDA) het uitdrukte: “Wat mislukt is in Maastricht, is in elk geval niet het voorzitterschap te verwijten.”

Geef toch maar eens een paar voorbeelden, vroeg Brouwer van Groen Links. Er kwam een antwoord op van premier Lubbers, maar het was weinig concreet: het medebeslissingsrecht van het Europese Parlement is op een aantal punten aanzienlijk uitgebreid, de zogenoemde samenwerkingsprocedure van parlement en ministerraad eveneens, de relatie met de Europese Commissie is beter geregeld, bijvoorbeeld doordat de zittingstermijnen komen samen te vallen.

Van Mierlo (D66) legde zijn vinger op een merkwaardig element in het speciale protocol over het sociaal beleid, dat door de Twaalf minus Groot-Brittannië zal worden gevoerd: Britse Europarlementariërs mogen meestemmen over wetgeving op het terrein van sociaal beleid. Ze hebben wellicht zelfs een doorslaggevende stem over wetten die geen consequenties hebben voor hun eigen land. “Dat is toch een rare constructie”, aldus Van Mierlo. En zo waren er nog meer ongerijmdheden.

Lubbers kon hem geen uitweg wijzen uit het probleem. Een hele club juristen had zich dinsdagavond in Maastricht over dit protocol gebogen en verder kon men niet van een Nederlandse premier verwachten dat hij zegt hoe het Europese Parlement met zijn zaken moet omgaan.

Van Mierlo haalde overigens over het algemeen nogal fel naar de Britten uit, die naar zijn mening voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. “Het land moet er wel buitengewoon slecht aan toe zijn om zoveel cruciale uitzonderingssituaties op te eisen en eigenlijk alleen maar de voordelen van de groeiende markt te incasseren.” Dat was allemaal “op de rand van het aanvaardbare”.

Kan de Europese burger echt tevreden zijn over "Maastricht'? Ach, nee, zei Brinkman. Maar hij hoeft ook niet ontevreden te zijn, “want de geschiedenis van Europa kan niet in een paar dagen worden herschreven”. Als maar zeker is dat Europa verder wil integreren en die wil is in Maastricht gebleken, zei Brinkman. En dus was hij “redelijk” tevreden.

Het Europa van de burger is inderdaad nog niet af, constateerde Wöltgens. De PvdA-fractievoorzitter, die onlangs opzien baarde met de stelling dat wat hem betreft Europa niet fanatiek verder hoeft te integreren, constateerde met enige ironie dat “het gevaar van te veel Europa in Maastricht niet acuut is geworden”. Een mislukte top echter zou een verkeerd signaal zijn geweest, zeker naar de rest van Europa. “Duitsland is binnenboord gebleven en ook Groot-Brittannië, zij het vooralsnog halfslachtig.”

En verder was natuurlijk ook hij teleurgesteld over de geringe uitbreiding van de parlementaire bevoegdheden. “Iedereen die maar een beetje democraat is, moet het niet kunnen verdragen dat er beslissingen met wetgevende mogelijkheden worden genomen in situaties waarbij de normale parlementaire verantwoordingsplicht niet bestaat. Dat is bijna per minuut onverdraaglijk, maar omdat deze akkoorden zijn bereikt, moeten wij dit toch even verdragen.”

De Monetaire Unie, daar was iedereen het over eens, zal de komende jaren de bron van vele positieve veranderingen worden. Maar wat de politieke integratie betreft, die is vol onduidelijkheden en vaagheden. De conclusie van het Kamerdebat was dat men niet alleen nog eens definitief een oordeel over "Maastricht' wil geven, maar dat er ook een algemener debat in Nederland over Europa moet komen.

De ervaringen met het afgewezen Nederlandse EPU-voorstel, dat door vrijwel de gehele Kamer werd gesteund, èn het daarop volgende gevoel van Euro-ironie, hebben de noodzaak daarvoor aangetoond. In Nederland blijft "Maastricht' nog geruime tijd op de agenda.