De wereld veranderde, maar educatief park Flevohof niet

BIDDINGHUIZEN, 12 DEC. Tegen de kaalte van de Flevopolder steekt een enorm reclamebord af: "Hier organiseert Scouting Nederland wereld jamboree 1995'. De aanschaf van het terrein erachter, waar over vier jaar 30.000 padvinders moeten kamperen, is een van de molenstenen om de nek van de Flevohof geweest. Gisteren is het failliete "speel-, kijk- en doe-park' verkocht.

De Flevohof, sinds 22 oktober gesloten, ademt nog altijd de goede bedoelingen waarmee dit park twintig jaar geleden werd geopend. In het educatieve landbouwpark konden bezoekers aanschouwen waar hun melk vandaan komt, hoe sla groeit en hoe kuikentjes geboren worden. Een ideaal doel voor schoolreisjes.

De houten toren die uitkijkt over een in planten en struiken uitgebeelde kaart van Nederland moet jaar in jaar uit toneel zijn geweest van duw- en trekpartijen. In een paviljoentje, aangeboden door de afdeling Utrecht van de Koninklijke maatschappij voor tuinbouw en plantkunde, liggen nog twee geheel verschoten brochures van de Koninklijke bloembollen- en zaadhandel Van Tubergen met alles over balkonplanten en groentezaden. Bij het indianendorp staat een zuiltje met nuttige fototips: “zet u zelf ook eens op de foto” en “laat uw foto's ontwikkelen en afdrukken bij de Hema Fotoservice”.

De Flevohof herbergde Oud-Hollandse hoenderrassen, een knutselhuis, Biggenbergen (met de biggenspeelkuil en het runderoord) en een goudzoekerskreek. Er waren paviljoens voor veevoeder, suiker, aardappelen en bijen met dito exposities.

Nu is alles dicht, tot aan de marmottenheuvel toe. Het gaatje waardoor de bezoeker "de langste koe van Europa' kon aanschouwen, zit achter gesloten deuren. De vijver bij het lunapark waar met waterspuiten een soort polo gespeeld kon worden, is dichtgevroren. In de schaapskooi bevindt zich niet langer de Veluwse geit, noch de Toggenburger, noch het Ouessantenschaap.

Harry Groenenboom mag nog wel in de Flevohof komen, hij woont er zelfs. Zijn vader heeft hier de champignonkwekerij gepacht en die is nog altijd in bedrijf. Dat het park dicht is, vindt hij niet erg. “Het is juist leuk zo, nu heb ik alles voor mezelf.” Hij speelt met een paar vriendjes op het avontureneiland waar Fort Fun Creek staat. In de opgedroogde goudzoekerskreek liggen stoeltjes en kleerhangers. Een houten paard is achtergebleven in de stal van het fort. De "jail' is leeg.

De zon verdwijnt achter de bergen van avonturenland. Het is de stralende laatste dag van de Flevohof.

Het secretariaat is de enige afdeling van de Flevohof waar nog wordt gewerkt. In een duister kantoortje zit administrateur E. Smit, nu in dienst van de curator. Hij bekijkt de vorderingen van de verschillende crediteuren en geeft de verwilderde katten te eten.

De ondergang van de Flevohof voorzag hij al gauw nadat hij zo'n vijf jaar geleden in dienst kwam, want bij de rekeningen merk je zoiets het eerst. “En we hebben drie jaar achter elkaar een warme zomer gehad. Mooi weer is slecht voor het park.” Maar dat is zeker niet de reden dat het park in de problemen kwam. “De hele wereld is veranderd, alleen de Flevohof niet.”

Voor sommige kinderen is het allemaal niet snel genoeg. Het enige wat die hier leuk vinden is de videohal die niet zo lang geleden werd geplaatst. Ook voor de wat meer "bewuste' gezinnen - de doelgroep van het park - is het park te weinig aangepast. “Vroeger kwamen die stadse kinderen hier bij de veehouderij kijken en roken de mestlucht. Stank is gezond, dachten ze.” Tegenwoordig weten ze allemaal dat het vee een van de grote milieuvervuilers is. “De positieve waarde van de intensieve veeteelt is weg.”

Of de nieuwe koper het park weer zal openen, durft Smit niet te zeggen. Het is een moeilijk thema en het is een onaantrekkelijk gebied. “De hele polder is in een down-stemming.” Mensen hadden juist hun stacaravan bij natuurpark Harderwold weggehaald toen daar een asielzoekerscentrum kwam en naar het aan de Flevohof grenzende "Land zonder drempels' gesleept. “En nou zijn we hier al weer failliet.”