De Vries wil minimumloon niet verlagen

DEN HAAG, 12 DEC. Minister De Vries (sociale zaken) wil niet ingaan op de wens van de fracties van CDA en VVD in de Tweede Kamer het minimumloon te bevriezen of te verlagen. Dit bleek vanochtend uit het antwoord van de minister tijdens het debat over de begroting van het ministerie van sociale zaken.

Over het voorstel van coalitiegenoot CDA het minimumloon tijdens deze kabinetsperiode te bevriezen ontstond bij de PvdA grote ontsteltenis. Volgens het CDA-Kamerlid De Jong zou de maatregel een gunstig effect hebben op de werkgelegenheid, vooral van laaggeschoolden.

PvdA-woordvoerder Van Zijl wilde weten of het CDA hiermee de koppeling van het minimumloon en de uitkeringen aan de loonstijging ter discussie wil stellen. “In juni wenste collega De Jong het kabinet nog veel koppelen en weinig afwijking toe. Inmiddels lijkt het omgekeerde het hoogste doel”, stelde Van Zijl.

De nieuwe koppelingswet houdt in dat lonen en uitkeringen gekoppeld blijven zolang de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden niet verslechtert. Voor 1992 is de koppeling daarom voor een jaar geschrapt.

De Jong ontkent echter dat hij uit is op het om zeep brengen van de koppelingswet. Wel vindt hij dat handhaving van de koopkracht geen "fetish' mag zijn. “Voor mij gaat werk echt boven inkomen”, zegt De Jong desgevraagd. “Wat ik niet wil is dat elk jaar de afwijking centraal staat, in plaats van de koppeling.”

Volgens hem is een bevriezing van het minimumloon hiertoe een geëigend instrument.

Pag 3:

"Effect van verlaging minimumloon tegendraads'

Volgens De Vries blijkt uit onderzoek dat een verlaging van het minimumloon een tegendraads effect zouden hebben op het bezetten van moeilijk vervulbare vacatures. Liever gebruikt de minister andere "prikkels', zoals een verhoging van de belastingvrije voet voor werkenden. Een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) wijst bovendien uit dat een verlaging van het minimumloon met 10 procent een werkgelegenheidsgroei van ten hoogste één procent zou opleveren. “Al met al lijkt het me dus een weinig zinvolle operatie”, aldus De Vries.

Op een ander punt kwam De Vries het CDA en de VVD wat meer tegemoet. Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat de lonen komend jaar niet méér mogen stijgen dan drie procent. CDA en VVD vroegen de minister of hij bereid is CAO's onverbindend te verklaren als blijkt dat de loonstijging deze lente toch hoger uitvalt. Via deze wet kan de minister CAO's niet automatisch voor een hele bedrijfstak geldend verklaren als hierdoor het "algemeen belang' in gevaar komt. De Vries wil dat sociale partners zelf tot loonmatiging komen, maar liet doorschemeren niet afwijzende te staan tegenover het niet verbindend verklaren van CAO's. De PvdA verzet zich hiertegen.

De Tweede Kamer heeft felle kritiek op het plan van minister De Vries om 1,5 miljard gulden van het pensioenfonds PGGM te gebuiken voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van de zogenoemde zorgsectoren. De Vries legde die kritiek naast zich neer. “Het PGGM heeft een groot vermogensoverschot”, zei De Vries “en het is niet vreemd dat we hier gebruik op maken.”