Veel bedrijven bij Wir-onderzoek buiten schot

DEN HAAG, 11 DEC. Eind februari 1988. Het gerucht dat de investeringspremie WIR verdwijnt, bleef hardnekkig circuleren. Op de wekelijkse persconferentie van 25 februari ontkende minister-president Lubbers dat de WIR zou worden afgeschaft. Op dat moment werd net een speciale editie van de Staatscourant gedrukt waarin de afschaffing van de WIR met ingang van maandag 28 februari bekend werd gemaakt.

Met dit leugentje wilde Lubbers voorkomen dat bedrijven op het nippertje grote investeringen gingen doen; iets wat de overheid miljoen guldens aan WIR-premie zou kunnen kosten. Uit het onderzoek van de Belastingdienst blijkt dat in dat bewuste WIR-weekend in totaal voor 7 miljard gulden is geïnvesteerd. Voor een bedrag van circa 2,2 miljard gulden aan investeringen is onjuist aangemeld en het bedrijfsleven claimde ten onrechte een bedrag van bijna 270 miljoen gulden.

De Belastingdienst is eind februari 1988 direct begonnen met een grootscheeps onderzoek. Bij 5500 naamloze en besloten vennootschappen zijn de boeken gecontroleerd, waarbij werd nagegaan of is gefraudeerd met aankoopdata van investeringen. Investeringen die voor 28 februari waren gedaan, kwamen nog in aanmerking voor een premie van 12,5 procent. Na een opeenstapeling van WIR-tegenvallers besloot het kabinet tot afschaffing van de investeringregeling en de maatschappijhervorming die het kabinet Den Uyl met de WIR beoogde bleef uit.

Vorig jaar leidde de WIR nog tot een fel dispuut tussen minister Kok en minister Andriessen over de vraag: hoeveel van de WIR-overschrijding moeten de bedrijven terugbetalen? Dat de tegenvallers pas na geruime tijd bekend worden, hangt samen met de verrekingstechniek van de WIR. De 12,5 procent WIR-premie wordt verrekend met de verschuldigde vennootschaps- of inkomstenbelasting. Na felle kritiek van de Raad van State zag het kabinet af van het plan om belasting te heffen over WIR-uitkeringen aan het bedrijfsleven. Daarvoor in de plaats besloot het kabinet om de betaling van de WIR-premie niet over drie jaar, maar over vijf jaar te spreiden.

Het onderzoek van de Belastingdienst dat vandaag naar de Tweede Kamer gaat, heeft zich beperkt tot 5500 bedrijven die vennootschapsbelasting betalen; tegen 60 bedrijven worden nu juridische stappen ondernomen. Ruim 435.000 bedrijven die vallen onder de inkomstenbelasting - bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf en de agrarische sector - blijven buiten schot. Of dringt de Tweede Kamer aan op een vervolgonderzoek?