Van Praag wil imago Ajax veranderen door gesprek met fans; "Joodse achtergrond voorzitter bepalend voor etiket club'; "Misschien moeten we iets proberen via Postbus 51'

AMSTERDAM, 11 DEC. Steeds maar weer legt hij het in interviews geduldig uit. “Ajax is geen joodse club”, probeert voorzitter Michael van Praag zijn vereniging telkens van een etiket te ontdoen. Het is een voorzichtig begin in de strijd tegen het toenemende verbale supportersgeweld. De F-side trekt zich er weinig van aan. Steevast prijkt bij elke thuiswedstrijd de Israelische vlag in het vak van de fanatieke aanhang. En dat is koren op de molen van rivaliserende supportersgroepen, die het imago van de club aangrijpen om anti-joodse leuzen te roepen. Deze zijn misschien nauwelijks antisemitisch bedoeld, maar daarom niet minder kwetsend. De onsmakelijke kreten variëren van “joden dood” tot een sissend geluid.

In dit licht bezien is het begrijpelijk dat Michael van Praag af wil van de beeldvorming dat Ajax een joodse achtergrond heeft. Zelf voelt hij zich geen jood, omdat hij alleen een joodse vader had. Dat was de legendarische ex-Ajax-voorzitter Jaap van Praag. Volgens de joodse wet moet je een joodse moeder hebben om jood te kunnen zijn. Van Praag: “In het bestuur zijn Uri Coronel en ik de enige met een joodse familie. Ajax kent natuurlijk wel veel joodse leden. Daarom hangt er bij ons een gezellige sfeer die je elders niet aantreft. Maar in elke Nederlandse club lopen joden rond. Ik vind Ajax dan ook geen echte joodse club, zoals bijvoorbeeld Maccabi.”

De duidelijke stellingname van Van Praag wordt hem door de joodse aanhang van Ajax niet in dank afgenomen. De club uit de Watergraafsmeer is in de loop der jaren in Amsterdam altijd populair geweest onder joodse voetballiefhebbers. Al gaat het om een relatief klein percentage. Eddy Hamel (in de jaren twintig) en Johnny Roeg (jaren dertig) waren bekende joodse voetballers die in het eerste elftal speelden. Maar Ajax kreeg pas echt een joods imago toen Sjaak Swart en Bennie Muller niet waren weg te denken uit het basisteam en Jaap van Praag furore maakte als voorzitter (1964-1978).

Rob Cohen is een typisch joodse aanhanger van Ajax. Zijn vader bezat tot twintig jaar geleden een broodjeszaak, "De Kuil' geheten, op het Rembrandtsplein, waar joodse voetbalsupporters voor zij naar De Meer gingen zich te goed deden aan een lunch van kosjer-eten. Zelf is Cohen nu eigenaar van vijf Febo-snackbars. Hij voelt zich niet gekwetst door de opvatting van Van Praag maar betwijfelt of de poging van de voorzitter kans van slagen heeft. “Ik denk dat Ajax zijn imago niet kwijtraakt zolang er joodse mensen in het bestuur zitten. Van Praag kan wel beweren dat hij zich niet joods voelt, maar zijn werknemers zullen toch zeggen: ik heb een joodse baas. Daar kan hij niets aan veranderen. Van Praag bepaalt de uitstraling van de club. En joodse mensen vereenzelvigen zich mede daardoor met Ajax. Al heeft hij natuurlijk gelijk dat Ajax geen joodse club is. Van de seizoenkaarthouders zal misschien een procent joods zijn. Maar zij dragen de club wel een ontzettend warm hart toe.”

Cohen heeft geen moeite met de joodse stempel die Ajax in de loop der jaren kreeg opgedrukt. “FC Barcelona beschikt onder in het Nou Camp-stadion over een kapel. Niemand zal daar aanstoot aannemen. In Nederland word je gauw in een hokje geduwd. Als Jaap van Praag een Chinees was geweest, was Ajax nu misschien een Chinese club.”

Bennie Muller speelde tussen 1958 en 1970 in het eerste elftal 426 wedstrijden voor Ajax. Hij vindt de uitspraak van Van Praag “niet leuk”. De voormalige middenvelder: “Cijfermatig gezien heeft hij natuurlijk gelijk. Het aantal joodse aanhangers is miniem. Maar in Amsterdam wonen wel de meeste joodse mensen. En waarom zou Ajax dat imago niet mogen houden? In Londen staat Tottenham Hotspur ook bekend als een joodse club.”

Het gaat misschien te ver om te concluderen dat Van Praag zijn afkomst verloochent om de strijd aan te binden met het racisme, maar het lijkt er veel op. Het doel heiligt de middelen nu het verbale geweld toeneemt. Van Praag schrikt steeds vaker van de spreekkoren op de tribunes. “Wij zijn het onderwerp en het lijdend voorwerp. Als ik het geluid van ontsnappend gas hoor, gaat deze ontwikkeling in mijn ogen escaleren. Het is evenwel moeilijk om maatregelen te eisen als wij zelf met een Israelische vlag op de tribune staan. Het gaat tegenwoordig zelfs zover dat onze supporters met een Davidster rondlopen. Wat we in de oorlog als discriminerend ervoeren en verafschuwden, dragen zij nu trots op de borst. Zij ervaren het joods-zijn als een soort geuzengevoel.”

Ook Ben Muller heeft weinig waardering voor de Ajax-supporters die de aandacht willen trekken door het joodse imago van hun club te onderstrepen. De ex-voetballer, die nog steeds een sigarenzaak drijft in de Amsterdamse Haarlemmerstraat, heeft de oorlog bewust meegemaakt en in die periode veel familieleden verloren. “Ik denk dat de meeste supporters niet eens weten waar ze het over hebben”, zegt hij. “Het zijn voornamelijk jeugdige fans. Van hen weet 98 procent niet wat er in de oorlog is gebeurd.”

De discriminerende, antisemitische reacties zijn niet nieuw. Bennie Muller kan daarover meepraten. In de jaren zestig, in een wedstrijd tegen DWS, hinderde hij doelman Jan Jongbloed eens bij het uittrappen. De huidige assistent-trainer van Vitesse schold Muller vervolgens uit voor “pleuris-jood”. Jaap van Praag maakte het voorval aanhangig bij de tuchtcommissie en Jongbloed kreeg een schorsing aan zijn broek. Muller: “In Den Haag bij ADO en in Utrecht was het racisme bij de spelers het ergst. Hoorde je regelmatig tegen je roepen: "vuile rotjood'. Sjaak Swart en ik hebben er altijd voor geknokt om dit te bestrijden. Sjaak had alleen een joodse vader, maar door zijn uiterlijk twijfelde niemand aan zijn afkomst.”

Tegenwoordig heeft Muller nog weleens de neiging de tribune tijdens de wedstrijd te verlaten. Hij is als rapporteur verbonden aan een ochtendblad om cijfers te geven aan spelers en bezoekt daarom nog regelmatig competitieduels. “Ik ben een keer weggelopen. Toen bij FC Den Haag-Ajax onlangs dat gesis van de tribune klonk wilde ik ook het liefst zo snel mogelijk naar huis. Het is dat ik daar als rapporteur zat.”

Het Zuiderpark heeft op het gebied van racisme toch al een bedenkelijke reputatie. Rob Cohen: “Nog niet zo lang geleden heb ik in dat stadion op een muur zien staan: Anne Frank, hoerenkind. Het is iets dat in Europa momenteel steeds meer de kop opsteekt, dus ook in het voetbal. Bij Real-Barcelona zag ik dat Madrid-supporters vlaggen met hakenkruizen droegen. Waar Ajax ook komt, je hoort altijd wel racistische teksten. En dan vind ik het niet minder erg als Bryan Roy in zijn spel wordt begeleid door apegeluiden.”

Het bestuur van Ajax onderzoekt momenteel de mogelijkheden om wat te doen aan de discriminatie in de stadions. Van Praag: “Nogmaals, we zullen eerst moeten communiceren met onze eigen supporters. Hoe doe je dat, vragen wij ons momenteel af. Wellicht via een publicatie in het programmablad. Dat kun je echter maar één keer doen. We willen ook bij de overheid aankloppen. Met het ministerie van justitie gaan praten. Misschien is het mogelijk op televisie met Postbus 51 wat te doen. We lopen in Nederland altijd voorop met onze kritiek op Zuid-Afrika. Maar we zeggen zelf tegen Stanley Menzo: zitten er nog bananen in je voetbaltas?”

Bennie Muller vreest dat er een lange weg is te gaan voordat het antisemitisme uit de stadions is verbannen. “Zo'n mededeling in het programmablad helpt natuurlijk niet. Je zult avonden voor supporters moeten organiseren en lezingen moeten houden. Misschien komen de mensen op andere gedachten als ze weten wat er in de oorlog werkelijk is gebeurd.”