Twee slagschepen van loodzware somberheid

Concert: Vara-Matinee, Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Hans Vonk. Programma: Hartmann, Klagegesang (1944). Nederlandse première: Bruckner, Negende Symfonie in D (originele versie 1887-'96). Gehoord: 7-12, Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Nooit eerder was K.A. Hartmanns Klagegesang uit 1944, geschreven voor de Duitse Verzetsstrijder en politicoloog Robert Havemann, in Nederland uitgevoerd. Eigenlijk is dat verwonderlijk, want er is geen ander symfonisch werk dat zo feilloos uitdrukking geeft aan gevoelens van vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Klagegesang, door Hartmann ook wel aangeduid als zijn Symphonische Expressionen, symboliseert op turbulente wijze de emotionele slingerbeweging en het bijna onverdraaglijk pijnlijk besef van tragiek en de hoop op een betere toekomst. Hoewel de tragiek overheerst, eindigt deze "bekentenis-symfonie' in een euforisch accoord in Des-majeur, dat na alle verklankte leed de uitwerking heeft van een dwingende oproep aan de goden om het goede te laten zegevieren. In 1949 zei Hartmann de (omgewerkte) slotfuga van Klagegesang opnieuw te gebruiken voor de finale van zijn Derde Symfonie, maar ditmaal eindigde hij met een reeks sombere accoorden in F-mineur: nieuwe oplevingen van het fascisme en de dreiging van de Koude Oorlog hadden zijn hoop doen verkeren in een totale desillusie.

Naast de Nederlandse première van Hartmanns Klagegesang bood de Vara-Matinee de al even zwaarmoedige maar uiterst imposante Negende Symfonie van Bruckner, zodat het publiek op de vrije zaterdagmiddag twee slagschepen van somberheid en droefenis te verstouwen kreeg. Dat het concert desondanks niet de uitwerking had van een loodzware last, die men bij het verlaten van de zaal weer zo snel mogelijk van zijn shouders wil schudden, was te danken aan de uitstekende directie van Hans Vonk.

Onder zijn intelligente en genuanceerde leiding, speelde het Radio Filharmonisch Orkest de lastige partijen met een ongebruikelijke intensiteit en nauwkeurigheid. Hartmanns Klagegesang, geschreven in een hoogst individueel post-romantisch idioom, werd met een indrukwekkende combinatie van architectonische helderheid en emotionele geladenheid uiteengezet. Vloeiend maar dreigend verliepen de overgangen tussen de passages waarin Hartmann bijna het hele orkest laat zwijgen, zoals de dialoog tussen de solo-contrabas en de pauk bij de opening, en de angstaanjagende klankexplosies door het voltallige orkest verderop, waarbij Hans Vonk uitblonk in het timen en doseren van de spanningsbogen.

Diezelfde kwaliteiten leidden tot een sonore, samengebalde en gestroomlijnde uiteenzetting van Bruckners magistrale zwanenzang. In beide werken wist Hans Vonk het Radio Filharmonisch Orkest met een indrukwekkende verbeeldingskracht te inspireren tot een rijk scala aan klankkleuren en dynamische schakeringen, terwijl hijzelf als een strenge bouwmeester geen seconde de overkoepelende structuur van de muziek uit het oog verloor.