Turkije wil ook een rol spelen in de christelijke ex-Sovjetstaten

ISTANBUL, 11 DEC. Turkije heeft laten doorschemeren dat erkenning van alle islamitische staten die zich van de Sovjet-Unie afscheiden - de president van Kazachstan was hier reeds, die van Kirgizië en Oezbekistan worden nog verwacht - zeker niet automatisch zal geschieden. Elk geval zal apart worden bekeken. Zo heeft de Turkse diplomatie vriendelijk-afwachtend gereageerd op het recente verzoek om erkenning van Turkmenistan. Saparmurat Niyazof, de president van Turkmenistan, dat onlangs zijn onafhankelijkheid uitriep, had tijdens een bezoek aan Ankara gepleit voor erkenning door Turkije. Hij deed dat zowel in een - in het Russisch gestelde - brief aan president Özal als in een toespraak tijdens het diner dat door zijn delegatie werd aangericht, paradoxaal genoeg in de Sovjet-ambassade van de Turkse hoofdstad.

Turkije heeft vorige maand als eerste de Turkssprekende republiek Azerbajdzjan erkend, maar dit moet als een bijzondere aangelegenheid worden beschouwd, zoals de erkenning van Moldavië door Roemenië en die van de Oekraïne door Canada, waar zeer veel Oekraïners wonen. Azerbajdzjan is van alle afgescheiden republieken het meest Turks, het beschouwt zich als een tweede (seculier) Turkije in spe, en richt zich cultureel en economisch zoveel mogelijk op dit land.

Bij de erkenning van Azerbajdzjan speelde ook het motief mee dat Ankara Teheran vóór wilde zijn. De Azeri-bevolking is grotendeels shi'itisch, maar veel minder vatbaar voor fundamentalisme. Iran is echter wel actief in deze richting bij de bouw van moskeeën en de verspreiding van lectuur. Wat het laatste betreft is er een rivaliteit gaande welk schrift het afgeschafte Cyrillisch moet opvolgen: het Latijnse dat door Atatürk in Turkije werd ingevoerd of het religieuzer beladen Arabische dat in Iran wordt gebruikt. Deze rivaliteit heerst overigens ook in de andere islamitische staten van de - voormalige - Sovjet-Unie.

Bij het feit dat Ankara niet van plan is alle islamitische staten uit de Sovjet-Unie automatisch te gaan erkennen, speelt niet alleen het motief mee dat het land de goede betrekkingen met het voormalige centrum Moskou toch nog in stand wil houden. Het behoort tot het beleid van zowel de vorige, bij de verkiezingen gevallen regering-Yilmaz als de nieuwe onder Demirel, evenzeer een rol te willen spelen in de "christelijke' republieken Oekraïne, Georgië en vooral Armenië.

In deze landen, waarvan de laatste twee, anders dan Azerbajdzjan, wel aan Turkije grenzen, openen zich voor Ankara ongekende perspectieven. De Turkse ambassadeur in Moskou, Volkan Vural, is vooral zeer actief in het gladstrijken van de betrekkingen met Armenië, waarmee historisch gezien een grote animositeit zou moeten heersen.

Omgekeerd is ook de regering in Jerevan met dit "gladstrijken' bezig. De jaarlijkse herdenking van de 24ste april - de "genocide' van het Ottomaanse rijk op Armeniërs in 1915 - is afgeschaft. Een Armeense deputatie zou al in Ankara op zoek zijn geweest naar een geschikte behuizing voor een consulaat.

Reeds heeft de Armeense republiek, afgesneden van het oosten, zich economisch voor Turkse produkten geopend en vorige week werd bekend dat een van Turkijes grootste holdings opdracht heeft gekregen tot een omvangrijk wederopbouwproject in het door de aardbeving getroffen gebied van Armenië.

Het Turkse streven richt zich niet op een totale solidariteit met het "broedervolk' der Azeri's maar eerder naar bemiddeling in hun conflict met Armenië inzake de enclave Nagorny-Karabach. Interessant was in dit opzicht de brief die de kersverse premier Demirel - met als koerier ambassadeur Vural - naar de Azerbajdzjaanse premier Hasanov stuurde toen het parlement in Bakoe op het punt stond de betrekkingen met Armenië te verbreken, na het neerstorten van een helikopter met bemiddelaars waarvan het Armenië de schuld gaf.

Demirel wekte daarin de Azeri's op “het recente gebeuren te beschouwen met een sobere en rationele instelling”. De betrekkingen werden niet verbroken maar de regering in Bakoe deed iets dat wellicht nog ingrijpender was: het hief de autonome status van de enclave op. Door meteen daarop de inhoud van zijn brief bekend te maken, liet Demirel blijken ook dit initiatief geenszins toe te juichen.

Er zullen nog wel meer situaties komen in het Kaukasische kruitvat, waarin Ankara een middenpositie prefereert, zich distantiërend van de luidruchtige groot-Turkse campagne die hier door uiterst rechts wordt gevoerd. En als het op erkenning aankomt, zou Armenië wel eens eerder aan de beurt kunnen zijn dan islamitische republieken.