Spaanse beeldhouwer Juan Muñoz in Van Abbemuseum; Een dwerg onder een souffleurskap

Tentoonstelling: Juan Muñoz, sculpturen, installaties en tekeningen. T-m 12 januari in het Van Abbemuseum Eindhoven, di t-m zo 11-17u. Catalogus: verschijnt nog.

Tegen een muur leunt een bronzen mannetje met een spits gezicht; hij heeft zijn oor tegen de wand gelegd en luistert, de hand achter de oorschelp. Wij bezoekers horen niets, maar wie alert is ontdekt dat zich achter die muur een installatie bevindt waar continu de geluiden van een Tom & Jerry-tekenfilm opklinken. Dergelijke grapjes tekenen de houding van de maker van deze werken, de Spaanse beeldhouwer Juan Muñoz. “Ik wil gul zijn voor het publiek, ik maak werk dat ook bij een leek de verbeelding in gang zet. Er is niets zo saai als kunst die alleen door kenners wordt begrepen.”

De stukken die Muñoz (38) in het Eindhovense Van Abbemuseum presenteert, slingeren zich als een lint door de elf zalen. Elk werk is met het vorige en volgende verbonden omdat verwante motieven ritmisch terugkeren. Muñoz is gefascineerd door poppen in mensengedaante, zoals de buikspreekpop en het 'duikelaartje' -de speelgoedpop die op een bol staat en kan bewegen maar nooit omvalt. In Eindhoven tref je naast danseresjes op zo'n bol meerdere malen een levensgrote dwerg aan.

“Zo'n dwerg heeft een tijdlang in mijn huis in Madrid gestaan, maar ik voelde me unheimisch in zijn gezelschap. Misschien liep hij 's nachts wel rond en gebruikte mijn spullen. Hij werd een indringer en ik heb hem de deur uit gedaan.” Het animistische effect van deze poppen is inderdaad groot.

Eén zaal wordt uitsluitend bezet door zo'n dwerg en de toeschouwer merkt dat hij er net zo reageert als op een levende lilliputter: eerst durf je niet goed te kijken, je kijkt weg, en àls je tenslotte kijkt, voel je je ongemakkelijk onder de zwijgende, standvastige aanwezigheid van deze gedrongen man.

De dwerg keert terug in De souffleur, een installatie die bestaat uit een podium met moors mozaïek-patroon, een trommel die in de hoek staat en de souffleurskap vooraan het podium. De korte benen van de dwerg steken onder de kap uit, terwijl de rest van zijn lichaam verborgen blijft. De enige acteur hier is de souffleur- samen met de trommel die eveneens zwijgt. Die trommel, nu uitgevoerd in wit gips, is in de volgende zaal aan de muur gehangen achter zwart gaas. Van veraf zie je hem meteen, maar vreemd genoeg wordt hij onzichtbaar als we dichterbij komen. Onze ogen stellen blijkbaar scherp op het gaas en dan valt het gips weg tegen de blanke muur.

Als beeldhouwer wijst Muñoz ons telkens op de werking van ruimte en de verhouding tussen ons en het ons omringende. Hoog aan de wanden zijn hier en daar ijzeren balustrades van balcons aangebracht; onwillekeurig kijk je omhoog en controleert of je niet bespied wordt. Ook zijn er trapleuningen aan de muren bevestigd die nergens naartoe leiden. Zo'n houten leuning bekijk je eigenlijk zelden, je hand glijdt er achteloos langs -tenzij je oud of ziek bent heb je die steun eigenlijk niet nodig. Door dat gebruiksvoorwerp tot een zelfstandig object te maken, doet Muñoz je beseffen dat het op maat gemaakt is voor ons lichaam -op ellebooghoogte namelijk- en zó gevormd dat je hand er moeiteloos omheen sluit. De leuning die een onzichtbare ruimte achter de muur suggereert, is maar één voorbeeld van de raadselachtigheid die veel van Muñoz' beelden omgeeft.

In de tekeningen die hij met wit krijt op zwart textiel maakt, de zogenoemde Raincoat-drawings, is telkens het interieur van een huis afgebeeld. De stoelen en tafels staan er verlaten bij: als wij er niet zijn, worden ze nutteloos. Achterin zo'n kamer staat steevast een deur open, waarachter iets ligt wat wij niet kunnen zien. Een donkere kamer, een zwart gat dat alle aandacht opzuigt.

De meubels vertonen overeenkomst met de poppen: de danseresjes op hun bol draaien en zwieren waarschijnlijk op hun sokkel als wij niet kijken. En in een oud boekenkastje dat tegen een museumwand staat, liggen twee poppebeentjes, als vergeten boeken die de bewoner bij zijn verhuizing achterliet.