Probleem Major: hij is te lief

MAASTRICHT, 11 DEC. “Hoe voelt dat nou, om zo helemaal alleen te staan”, vroeg François Mitterrand op minzame toon aan John Major, terwijl hij op de van hem zo bekende manier een ogenblik zijn ogen sloot. Het antwoord van de Britse premier kwam direct. “Ik begrijp niet waar de president het over heeft. We zitten hier toch met z'n allen voor dezelfde zaak. Het kan toch niet zo zijn dat één land de politieke consequenties van onze besluiten draagt.”

Een scène uit de vergaderzaal in het Maastrichtse provinciehuis gisterochtend. De andere tien regeringsleiders kijken geamuseerd toe. De Franse president vertolkt de algemene gevoelens in de zaal. Dat gevoelen wordt naderhand door een hoge Duitse diplomaat, die een groot deel van deze tweede dag van de EG-top in de zaal is geweest, als volgt beschreven: “Het Kanaal tussen Engeland en het vasteland ligt nu zo vol met compromissen ten gerieve van de Britten dat bij het sociaal handvest de anderen hebben gezegd: stop, nu is het genoeg”.

John Major had op dat moment al vele malen herhaald dat door hem de opname van een sociaal handvest in het verdrag over de Europese Politieke Unie “fundamenteel werd verworpen”. Mitterrand had even zo vaak laten weten dat een politieke unie zónder sociaal handvest voor hém onaanvaardbaar was. De Fransen lieten in het perscentrum zelfs het bericht verspreiden dat zij het verdrag over de Economische en Monetaire Unie niet eens zouden ondertekenen als ze met de boodschap naar het Franse volk terugmoesten dat een verenigd Europa het zonder gemeenschappelijke sociale politiek moest stellen. En kanselier Helmut Kohl had verscheidene keren uitgesproken dat hij geheel achter de Franse president stond. “De prime minister mag niet klagen; wij zijn hem op veel punten zeer ver tegemoetgekomen.”

Een probleem in onderhandelingen met Major is diens omgangsstijl, aldus een van Kohls medewerkers. “Die man is zo aardig en zo hoffelijk, zo lief bijna, dat hij daardoor echt meer gedaan krijgt dan zijn voorgangster, die mensen echt voor het hoofd kon stoten en daarmee weerstanden wekte. Of u het gelooft of niet, dat speelt werkelijk een rol.”

Twaalf uren later moest men het wel geloven: de Britse premier had voet bij stuk gehouden en niet Groot-Brittannië verdween uit het sociale hoofdstuk van het verdrag over de politieke unie, maar het sociale hoofdstuk verdween uit het verdrag.

Pag 5:

Steunend en kreunend in conclaaf

Rondom de sociale paragraaf moest even een apart EG-tje worden opgericht, voor de elf landen die wél aan gemeenschappelijk sociaal beleid willen doen.

Met dezelfde "soft approach' als hun chef hadden Britse woordvoerders de hele dag, keer op keer, aan uitpuilende zaaltjes met journalisten uitgelegd waarom voor de Britten na het "F-Word' nu het "S-Word' kwam: competentie voor Europa op sociaal terrein is niet nodig. “Een sociaal handvest vernietigt concurrentiekracht en banen, zowel in Groot-Brittannië als in Europa. Het speelt Japan en de Verenigde Staten in de kaart.” Als het dan per se moest, dan maar een clausule in het verdrag waardoor de Britten verschoond blijven van de dwang sociale wetgeving van de EG over te nemen. “Wij zullen dan toezien hoe de anderen zichzelf in de voet schieten”, zei een woordvoerder. Na de "opt out clausule' bij de monetaire unie leek er nu ook een voor het sociaal beleid te komen.

Het was Mitterrand zelf geweest, die rond het middaguur dit idee van een tweede "opt out' had gelanceerd. Niet zo lang daarna werd vastgesteld dat verder praten niet zo veel zin meer had: ambtenaren moesten buiten de zaal maar proberen een compromis-tekst te vinden. De monetaire "opt out' was op dat moment al geen echt probleem meer.

Met de formulering van compromissen voor het sociaal beleid belastte de voorzitter, premier Lubbers, zich ten dele zelf, terwijl minister Van den Broek, jurist van huis uit, steeds in de buurt bleef om nieuwe ontwerp-teksten aan te dragen. Een medewerker: “De master drafter uit het Torentje kwam met het ene na het andere compromis, dat hij dan weer aan de ene en dan weer aan de andere collega liet zien of liet brengen.” Maar hoe moest hij dichten wat John Major 's morgens een “onoverbrugbaar gat” had genoemd?

Lubbers besloot tot de methode van de "bilateraaltjes', die hij vele jaren in het Nederlandse kabinet heeft kunnen testen en waarin de Fransen dan ook onmiddellijk de "biechtstoelprocedure' herkenden: hij sloot de vergadering rond kwart over zes gisteravond en trok zich samen met John Major terug in een kamertje, gelastte het diner af en bestelde broodjes.

Bondskanselier Kohl zou naderhand, in de vroege ochtenduren, zeggen dat de deelnemers aan de Europese Raad “er alle reden toe hadden hun gastheer te danken”. “Vooral Ruud Lubbers heeft een grote mate van inzet getoond. Vooral de laatste zes uren was zijn geduld daarbij bewonderenswaardig.”

In een zijkamertje legde Lubbers aan het begin van de avond Major de vraag voor wat zijn bottom line was, hoe ver hij wilde gaan. Na ongeveer anderhalf uur kwam ook kanselier Kohl bij het gesprek, dat toen nog ruim een half uur duurde. Ook hier bleef Major zich hard opstellen. Uit de vergadering kwam de opdracht van Lubbers aan de juristen-ambtenaren om een "opt-out clausule' te ontwerpen, voor het Verenigd Koninkrijk of voor de sociale paragraaf.

Verscheidene landen waren het eigenlijk zo langzamerhand beu dat Londen zich ook op dit punt buiten de Gemeenschap wilde stellen. “Moeten we niet gewoon vaststellen dat de Gemeenschap uit elf leden bestaat”, zei een hoge Franse diplomaat. Maar als er geen politieke unie kwam, kreeg men ook de monetaire unie niet en dat was toch de grote prijs die in Maastricht gehaald moest worden.

Aan Franse zijde was men in tegenstelling tot de Duitsers wat gepikeerd over de werkwijze van Lubbers. De premier had in de opvatting van Parijs in een eerder stadium moeten ophouden nog concessies aan Londen te doen. Mitterrands woordvoerder Musitelli zei tijdens een "briefing' tegen de pers bijna plechtig: “Frankrijk constateert dat Londen elk amendement weigert, geen voorstellen doet, derhalve dus niet onderhandelt. Het voorzitterschap heeft de neiging het uur van de waarheid uit te stellen.”

Tegen half negen gisteravond, ruim twee uren nadat de vergadering was opgeschort, kwamen de elf regeringsleiders en het ene staatshoofd weer bijeen. “Ze gingen haast steunend en kreunend zitten”, aldus een aanwezige. “Ze vonden het nu wel lang genoeg geduurd hebben en dat drukten ze met heel hun houding uit.” Op dat moment lagen er nog zes "knelpunten' op tafel: de twee "opt out clausules', de kwestie van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid bij het buitenlands en veiligheidsbeleid, de kwestie van de naamgeving van het verdrag ("Unie', "Verdrag'), de door de Duitsers geëiste bevoegdheid van het Europese Parlement om verdragen mede te ratificeren en de vraag of het vrije vervoer van personen onder het EG-verdrag moest worden gebracht.

Tegen tienen kwam de melding dat de leiders eruit waren en dat ze alleen nog wat aan de tekst zaten te schaven. Dat schaven duurde uiteindelijk tot tegen enen, dat wil zeggen, er werd niet alleen geschaafd, het hele punt van de sociale paragraaf passeerde opnieuw de revue, want het plan om het sociale beleid nu verder met elf landen buiten het EPU-verdrag te voeren, stond behalve Major niemand aan.

Maar de politieke toekomst van John Major, die vóór juni in zijn land verkiezingen moet houden, hangt af van de manier waarop hij de Britse relatie tot de Gemeenschap definieert. En dus hield hij simpelweg vol. “Wij hebben precies de doelen bereikt waarmee we hier zijn gekomen”, zei hij triomfantelijk tijdens zijn afsluitende persconferentie, waarop hij uitvoerig premier Lubbers prees voor het feit dat deze “very helpful” was geweest.

Maar ook Helmut Kohl, die de laatste week in zijn land sterk wordt belaagd door kritiek op het feit dat hij de D-mark europeaniseert, heeft successen nodig. En dus wás dit een succes. Hij sprak van “een nieuw tijdperk in de Europese integratie”. Door de onomkeerbaarheid van het proces, aldus de kanselier, was tegemoet gekomen aan wat steeds een eis van de Duitse regering is geweest. “Tegen de tijd dat de monetaire unie van kracht wordt in 1997 of uiterlijk 1999 doet Engeland al lang mee bij de sociale politiek en zijn ook de andere intergouvernementele structuren al opgenomen in het gemeenschapsrecht. Daarover heb ik geen enkele twijfel”, aldus Kohl.

Ten slotte Ruud Lubbers. Had Groot-Brittannië eigenlijk niet onder zijn leiding “the best of all worlds” gekregen, zo werd hem gevraagd. Welnee, er is slechts sprake van een tempoverschil. “Ik heb niet de indruk dat dit een positie is die John Major graag had gewild. Hij had liever dat de anderen hun pas wat hadden vertraagd, maar nu moet hij dat zelf doen en gaan de anderen sneller.” Europa heeft kennis kunnen maken met het Lubberianisme.