Pokerspel rond Duitse belastingen

BONN, 11 DEC. De verhoging van de Duitse kinderbijslag en de fiscale kinderaftrek alsmede de verlaging van een aantal bedrijfsbelastingen zullen per 1 januari 1992 (nog) niet van kracht kunnen worden. Ook moest gisteren na dagen touwtrekken tussen de regeringscoalitie en de Duitse deelstaten een besluit over een BTW-verhoging van 14 tot 15 procent per 1 januari 1993 worden verdaagd tot volgend voorjaar.

De Bondsdag, waar CDU-CSU en FDP een ruime meerderheid hebben, had het belastingprogramma van minister Theo Waigel (financiën, CSU) eerder deze herfst al aanvaard. De Bondsraad, die volgens de politieke krachtsverhoudingen in de Duitse Länder wordt samengesteld en waarin de SPD een meerderheid heeft, had het pakket echter verworpen. Daardoor ging, zoals in zulke gevallen voorzien, vorige week een bemiddelingscommissie uit Bondsdag en Bondsraad aan het werk, de zogenoemde Vermittlungsausschuss. De eerste onderhandelaars daarin, de Saarlandse premier Oskar Lafontaine (SPD) en Waigel, die speciaal van de EG-top in Maastricht was overgekomen, gingen gisteravond onverrichterzake uiteen.

De kwestie is ingewikkeld en heeft veel weg van een politiek pokerspel. Waigel verwijt de SPD, die in elf van de zestien deelstaten regeert, dat zij haar meerderheid in de Bondsraad misbruikt voor “obstructie”. Volgens hem probeert de SPD haar interne meningsverschillen te verhullen over de BTW-verhoging, die Waigel niet uit zijn totale pakket wil nemen en die volgens hem binnenkort toch komt in het kader van een EG-harmonisering.

Lafontaine wees er gisteren op dat een koor van economische deskundigen, van de Bundesbank tot wetenschappelijke advies-instituten van de Duitse regering zelf, hebben gewaarschuwd voor de inflatoire effecten van een BTW-verhoging. Daarvan vreest hij bovendien dat de vakbeweging die onmiddellijk in haar CAO-eisen zal verwerken. Door de op zichzelf al ongewenste economische schade daarvan zou de “netto opbrengst” voor Bonn bovendien flink kunnen tegenvallen, zo is Waigel voorgehouden.

Een bezwaar van de SPD is voorts dat een BTW-verhoging niet “aan de mensen te verkopen” valt naast het schrappen van de belasting op vermogens van bedrijven (de alleen in Duitsland bekende Gewerbekapital- en Vermögenssteuer). Maar de afschaffing van deze door de gemeenten geheven (extra) belasting op de winst en het vermogen van bedrijven moet volgens Waigel doorgaan als onderdeel van een al lopende grotere belastingherziening. Die herziening is er immers op gericht om Duitse bedrijven op de komende vrije Europese binnenmarkt ook concurrerend te houden in fiscaal opzicht.

De SPD, de grootste partij in elf van de zestien deelstaten is, net als in veel grote gemeenten met een krappe beurs, zit in een lastig parket. Zij is op “politiek-ideologische” en op macro-economische gronden tegen de voorgestelde BTW-verhoging en het schrappen van die gemeentelijke bedrijfsbelastingen, die de gemeenten binnen zekere grenzen zelf kunnen opleggen.

Het gaat hier in het federale Duitsland in feite echter ook om de verdeling van belastingopbrengsten tussen Bonn en de lagere overheden, het bestuursniveau waar de SPD vaak politieke verantwoordelijkheid draagt. De gemeentelijke belasting vormt met de BTW, waarvan de opbrengst voor 35 procent naar de Länder gaat, een belangrijke inkomstenbron voor de lagere overheden.

Dat heeft er nu bijvoorbeeld toe geleid dat terwijl hun partij in Bonn een BTW-verhoging afwijst de meeste SPD-premiers in de deelstaten eigenlijk graag een grotere BTW-opbrengst zouden zien en ook een groter aandeel daarin eisen (namelijk 37 in plaats van 35 procent). Een aantal Westduitse deelstaten, zoals Nedersaksen, Rijnland-Palts en het door de CSU geregeerde Beieren, claimt een procent extra van de BTW-opbrengst mede als compensatie voor het vertrek van geallieerde troepen uit Duitsland. Voor kanselier Helmut Kohl was dat dilemma een paar weken geleden alvast reden om de SPD-oppositie in de Bondsdag plagerig te voorspellen dat de BTW-verhoging uiteindelijk toch wel zou worden geslikt, wat de politieke gevoeligheid van de kwestie alleen maar vergrootte.

Ondershands waren de strijdende partijen in de “Vermittlungsausschuss” elkaar gisteren buiten het BTW-hoofdstuk al een aardig eind genaderd. Zo was er al overeenstemming over een hogere belastingvrije voet voor mensen met kinderen en over een verhoging van de kinderbijslag tot circa honderd mark per maand. Tot verbetering van de fiscale positie van belastingbetalers met kinderen is de Duitse regering trouwens ook verplicht door een uitspraak, afgelopen zomer, van het constitutionele hof in Karlsruhe. Nu het per 1 januari daartoe nog niet kan komen zal de zaak door teleurstelling onder deze groep belastingbetalers snel verder onder druk druk raken. De SPD verwijt de regeringscoalitie dat zij de afgelopen dagen daarop ook heeft gespeculeerd.