Omzet woonmeubelen vertoont dalende lijn

HAARLEM, 11 DEC. De gang van zaken in de meubelindustrie geeft dit jaar een verdeeld beeld te zien. In de eerste helft van het jaar bewogen zowel de interieurbouwsector als de woonmeubelsector zich in opwaartse lijn met een groei van 6 tot 7 procent.

Daarna voltrok zich een tegengestelde ontwikkeling. Dit bleek woensdag uit de woorden van de heer J. Nuyens, algemeen voorzitter van de Centrale Bond van Meubelfabrikanten CBM, tijdens de algemene ledenvergadering.

In de interieurbouw is naar het zich laat aanzien ook de tweede helft van het jaar redelijk goed verlopen. De orderontvangst was bevredigend en die positieve lijn lijkt te worden doorgetrokken in de eerste helft van 1992.

In de woonmeubelsector zette in de tweede helft van het jaar een daling in. Nuyens sprak de verwachting uit dat de totale marktomvang van woonmeubelen in 1991 iets onder het niveau van vorig jaar zal liggen. Aangezien het vertrouwen van de consument in de economische situatie momenteel op een zeer laag peil staat, zei Nuyens dat de omzet in de komende maanden verder zal terugvallen. De ervaring vanuit het verleden heeft geleerd dat de bestedingen aan meubels nauw samenhangen met het vertrouwen dat de consument in de economie heeft.

Naar verwachting zal de export voor 1991 uitkomen op een stijging van 8 à 10 procent. Dit is lager dan in de achterliggende jaren, toen de stijging telkens boven de 10 procent lag. De exportgroei is voornamelijk te danken aan een toeneming van de afzet op de Duitse markt, ofschoon ook daar een afneming van de groei valt te constateren.

Nuyens acht tegen die achtergrond het overheidsbeleid op het vlak van exportbevordering onbegrijpelijk en heeft zijn bezorgdheid daarover aan de minister van economische zaken heeft overgebracht.