Ombudsman: politie moet opsluiting in cel registreren

DEN HAAG, 11 DEC. De politie schiet te kort bij het registreren van gegevens over de behandeling van personen die worden opgesloten in politiecellen. Dit blijkt uit onderzoek van de nationale ombudsman, mr. M. Oosting.

Vandaag heeft ook de Coornhert-Liga in een open brief aan de ministers van binnenlandse zaken en justitie aangedrongen op een landelijke registratie van met name sterfgevallen in politie-cellen. In 1989 heeft de voorganger van minister Dales (binnenlandse zaken) een dergelijke registratie toegezegd maar daarvan is het nog altijd niet gekomen. De Coornhert-Liga wil nu voor 15 januari uitsluitsel van de beide politieministers. Als de bewindslieden in gebreke blijven zal een klacht worden ingediend bij de nationale ombudsman.

Aanleiding voor het onderzoek van de nationale ombudsman is een aantal klachten dat de afgelopen jaren bij de ombudsman is ingediend. Zo klaagde iemand tijdens een verblijf van vijftig dagen in een politiecel geen enkele keer te zijn gelucht. Maar daar was niets over terug te vinden in de registratie. Hetzelfde geldt voor klachten over het te laat waarschuwen van een arts en over de verstrekking van methadon.

De ombudsman stelt dat vrijheidsbeneming van burgers door ze op te sluiten in een cel een “zeer ingrijpende dwangmaatregel is”. “Daarom dienen hoge eisen gesteld te worden aan de uitvoering daarvan en aan de voorschriften die hgoer voor gelden”, aldus Oosting. Voor een “adequate zorgverlening” moeten volgens de ombudsman onder meer gegevens over medicijngebruik (soort en hoeveelheid), voedselbeperking op medische of levensbeschouwelijke gronden en bijzonderheden over de geestelijke en lichamelijke toestand worden vastgelegd.