"Maastricht niet van invloed op tempo sociale harmonisatie'; Verwarring over sociaal beleid

Over de uitkomsten van "Maastricht' voor het sociale beleid in Europa bestaat een half etmaal na de slotbijeenkomst nog veel verwarring. Weliswaar hebben elf van de twaalf lidstaten op de laatste vergaderdag het twee jaar geleden opgestelde Sociaal Handvest herbevestigd, maar over de concrete invulling daarvan en het tempo waarin zij het bijbehorende "actieprogramma' zullen uitvoeren bestaat nog veel onduidelijkheid.

Het afhaken van Groot-Brittannië heeft onder de overige lidstaten veel irritatie gewekt en naar de gevolgen daarvan wordt nog volop gegist. Zo kon het ministerie van sociale zaken in Den Haag vanmorgen nog geen reactie op de sociale paragraaf geven bij gebrek aan voldoende informatie over de uitkomst van de onderhandelingen.

Voorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) zei in een eerste reactie "Maastricht' dat het nog niet mogelijk is op de sociale paragraaf in te gaan, omdat er nog veel onduidelijk is over de afspraken.

Daarentegen is het VNO “buitengewoon tevreden” over het akkoord dat de EG-landen hebben bereikt over de monetaire unie. “Voor de ondernemingen woog dit onderdeel heel zwaar, essentieel voor de eenwording”, aldus Rinnooy Kan. Hij ziet grote voordelen voor het bedrijfsleven in het verschiet liggen, waaronder lagere kosten en verminderde wisselkoersrisico's. “Europa wordt één grote thuismarkt.”

Rinnooy Kan complimenteerde het Nederlandse voorzitterschap, met name minister Kok (financiën). “Kok heeft het voortreffelijk gedaan. Dit getuigt van een prijzenswaardige daadkracht.” Betreurenswaardig vond hij de opstelling van de Britse premier Major. De voordelen van de EMU zullen echter zo groot zijn dat de Engelsen uiteindelijk toch mee zullen doen, voorspelde de VNO-voorzitter.

Verontrust is hij over het uitblijven van een akkoord over de GATT tussen de EG en de VS. Vóór 20 december moet overeenstemming worden bereikt. “Als dat niet lukt kan het bedrijfsleven daarvan veel te lijden hebben”, aldus Rinnooy Kan. “Onze zorgen nemen van dag tot dag toe.”

De vakcentrale FNV is teleurgesteld over "Maastricht'. “De sociale paragraaf is wisselgeld geworden voor de economische en monetaire unie en dat is voor de Europese werknemers geen goede zaak”, aldus woordvoerder P. Plas. Hij zegt dat de FNV de Britse arbeidsverhoudingen niet graag ten voorbeeld neemt. “Wat dat betreft hebben de Conservatieven in Maastricht hun naam eer aangedaan: behoudend en defensief.”

De vakcentrale wil zich niet al te zeer vastklampen aan de door verschillende regeringsleiders geuite hoop, dat Groot-Brittannië het akkoord van elf van de twaalf lidstaten niet zal kunnen negeren en er uiteindelijk toch bij wel zal aanhaken. “De kans op een machtswisseling in Groot-Brittannië is toegenomen. Labour, dat het in de peilingen behoorlijk doet, kijkt heel anders tegen de sociale paragraaf aan, maar wij zijn daar toch niet gerust op”, aldus de FNV-woordvoerder.

De Eurotop in Maastricht zal volgens W.R. van Hennekeler, werkzaam bij Public Affairs Consultants in Den Haag, niet zoveel gevolgen hebben voor het tempo van de sociale harmonisatie in Europa. “Het tempo ligt het laatste jaar vrij hoog en ik verwacht niet dat het hoger zal worden nu lastpost Groot-Brittannië is afgehaakt”, aldus Van Hennekeler. In de eerste plaats bestaan er volgens hem tussen de elf lidstaten die het wel eens zijn geworden “nog behoorlijke onderlinge verschillen van inzicht”. En in de tweede plaats moet volgens hem niet worden uitgesloten dat Groot-Brittannië over een paar jaar wel in enige vorm aan de sociale harmonisatie meedoet, als bijvoorbeeld Labour aan de macht zou komen.

Het beeld van slechte Britse arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen deugt volgens Van Hennekeler niet. “Het grootste verschil is dat sociaal beleid in Groot-Brittannië niet de uitkomst is van samenspraak met de overheid, maar volledig in handen ligt van werkgevers en werknemers in bedrijven en bedrijfstakken. Dat betekent echter niet automatisch dat sociale regelingen daar op een lager niveau zijn geregeld.”

Om deze reden is het volgens Van Hennekeler ook niet zo dat Groot-Brittannië nu opeens aantrekkelijker is geworden voor investeringen. “Juist omdat de machtsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers in Groot-Brittannië van veel groter belang zijn voor het sociale beleid dan in lidstaten waar de overheid een grote rol speelt, kan de uitkomst snel wijzigen. Als er een andere politieke wind waait, liggen de kaarten opeens heel anders. Die politiek-conjuncturele gevoeligheid maakt het ook welhaast onmogelijk een uitspraak te doen over de gevolgen van Maastricht voor de concurrentieverhoudingen binnen Europa. Eventuele verschuivingen daarin worden in feite afgeremd door de potentiële schommelingen waaraan het Britse sociale beleid blootstaat.”