Kamer wil haast met discussie "mini-stelsel'

DEN HAAG, 11 DEC. De CDA en VVD-fractie in de Tweede Kamer dringen er bij het kabinet op aan haast te maken met de discussie over de invoering van een zogeheten "mini-stelsel'. Dit is een stelsel van sociale zekerheid waarbij de overheid werknemers slechts een minimale basisuitkering bij ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid garandeert. Daarbovenop moeten de werknemers de vrijheid krijgen om zelf te beslissen of en hoe ze zich bijverzekeren. De PvdA heeft zware bedenkingen tegen de invoering van zo'n stelsel.

Dit bleek vanmorgen tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van sociale zaken in de Tweede Kamer. Onlangs bracht het ministerie van sociale zaken een discussienota uit waarin de hoofdlijnen van zo'n nieuw stelsel worden aangegeven. Woordvoerster Doelman-Pel voor het CDA pleitte voor een snelle bezinning van het ministerie op de vraag welke risico's moeten vallen onder een nieuwe basis-uitkering, en welke risico's particulier of via bovenwettelijke afspraken in de CAO's geregeld dienen te worden. Ook de VVD vroeg het kabinet zo snel mogelijk met de sociale partners te gaan praten over de invoering van het nieuwe stelsel van sociale zekerheid. De VVD pleit voor een stelsel waarbij niet de overheid, maar de sociale partners zelf volledig verantwoordelijk zijn voor hoogte en omvang van de bovenminimale verzekeringen.

PvdA-woordvoerder Van Zijl zette echter grote vraagtekens bij de invoering van het mini-stelsel. Volgens Van Zijl valt op dit moment al zo'n 85 procent van de uitkeringen onder de categorie "mini'. Van Zijl vindt het "sociaal wenselijk' en ook economisch verantwoord dat mensen die buiten hun schuld uit het arbeidsproces raken op z'n minst nog een tijdje een inkomen ontvangen dat gebaseerd is op hun laatstverdiende loon. Van Zijl becijferde dat hiermee "slechts' een bedrag van 5 miljard gulden is gemoeid.