Kamer wil druk achter sociale vernieuwing

DEN HAAG, 11 DEC. De Tweede Kamer wil nog steeds prioriteit geven aan sociale vernieuwingen. Minister Dales (binnenlandse zaken) moet meer haast maken met de Wet Sociale Vernieuwing en met de instelling van een fonds voor dit doel.

Dit bleek gistermiddag tijdens het begin van de behandeling van de begroting van binenlandse zaken.

Vorige week stelde J. Schaefer, voorzitter van de projectgroep Sociale vernieuwing, in een zeer kritische evaluatie vast dat sociale vernieuwing op rijksniveau spaak loopt doordat verschillende departementen dwarsliggen en coördinerend minister Dales onvoldoende macht heeft hiertegen op te treden.

PvdA-woordvoerder De Cloe vroeg de minister waarom het zo lang duurt voordat de Wet sociale vernieuwing er is terwijl de minister van onderwijs “wel bliksemsnel een eigen wet sociale vernieuwing hebben gepresenteerd”. De PvdA-fractie wil dat er gevolg wordt gegeven aan de suggestie van Schaefer dat er zo snel mogelijk “een met gezag en autoriteit bekleed onafhankelijk adviescollege in het leven wordt geroepen”. Dit college moet het werk van de projectgroep voortzetten.

VVD-afgevaardigde Lauxtermann noemde de rapportage van Schaefer “de faillissementsaanvrage van de sociale vernieuwing”. Ook de VVD vindt dat het proces van sociale vernieuwing moet doorgaan. “Het is treurig dat in een van de rijkste landen van de wereld kennelijk de wil en het vermogen ontbreken om voor iedere ingezetene gelijke kansen te scheppen en te waarborgen.”

Verder herhaalde de Kamer dat de regering ernst moet maken met het decentraliseren van rijkstaken naar provincies en gemeenten en dat de mogelijkheden van de lagere overheden om zelf belastingen te heffen moet worden uitgebreid.

Verschil van mening tussen de regeringspartijen CDA en PvdA bestond over de vorming van regionale besturen in grootstedelijke gebieden. De PvdA is voorstander van een “stedelijke gebiedsautoriteit” voor de ontwikkeling van een democratisch, efficiënt en effectief regionaal bestuur. Het CDA heeft zo'n nieuwe bestuursvorm, tussen provincie en gemeente, altijd afgewezen uit angst voor een vierde bestuurslaag.