Israel niet zo ontevreden over verloop "Washington'

WASHINGTON, 11 DEC. Wie is uiteindelijk de baas? Wie bepaalt de manier waarop en het tempo waarin de onderhandelingen tussen Israel en zijn Arabische buren worden gevoerd? Daarover onderhandelden - beter gezegd: kissebisten - gisteren in Washington de hele dag de delegatieleiders van Israel, de Palestijnen en Jordanië. Zij deden dat niet aan tafel in één van de kamers die het State Department de naar vrede strevende partijen voor dat doel gratis ter beschikking heeft gesteld, maar op de meest ongemakkelijke en onceremoniële manier die maar mogelijk is: in een van de eindeloze gangen waarover het ministerie zo rijkelijk beschikt.

Het leek nog het meest op een tienderangs film. De Israeliërs ontmoetten, in twee apart gelegen kamers van het State Department, hun twee andere Arabische onderhandelingspartners, Syrië en Libanon. Voor zover bekend beperkte het uren durende onderhoud zich tot de uitwisseling van oude en zeer bekende standpunten. En precies zoals in Madrid meer dan een maand geleden, was de sfeer tussen de Libanezen en de Israeliërs ontspannen, bijna gezellig, terwijl het samenzijn met de Syriërs stijf en vijandig was. Ook ditmaal weigerden de Syriërs met de Israeliërs koffie te drinken. En wederom betreurde men nadien van Israelische kant dat Syrië had geweigerd over een vredesverdrag te praten, terwijl de Syrische partij Israel verweet dat het niet over afstand van veroverd gebied wilde praten.

Elders in het gebouw zaten buiten het vergadervertrek in drie armstoelen de Palestijn Haider Abdel Shafi en de Jordaniër Abdel Salam Majali, de leiders van de gemeenschappelijke Jordaans-Palestijnse delegatie, en de Israelische delegatieleider Eljakim Rubinstein met elkaar te praten. In de gang hingen de leden van hun delegaties rond, soms heen en weer dribbelend, een enkele keer zelfs met leden van de vijandelijke groepering koffie drinkend. Over twee dingen waren ze het allemaal roerend eens: over de laffe en slappe smaak van de Amerikaanse koffie, en over de noodzaak om snel concrete en inhoudelijke zaken te bespreken.

Bij die eenstemmigheid bleef het. Want verder boekte men tijdens de corridor-sessies die 's ochtends en 's middags in totaal vijfeneenhalf uur duurden, geen enkele vooruitgang. Doodvermoeid ging men ten slotte uiteen, na het gemeenschappelijke besluit te hebben genomen om vandaag opnieuw op de gang te delibereren over hoe het nu verder met de onderhandelingen moet.

Intussen hebben diverse Palestijnen al de wens uitgesproken dat de Amerikaanse gastheer een machtswoord zal spreken. Ingewijden geloven niet dat dit zal gebeuren. want daarmee zou president Bush voedsel geven aan de Israelische verwijten dat Bush het Arabische spel meespeelt. Hij zou ervoor zorgen dat de Arabieren, die in feite alleen met de Amerikanen zaken willen doen, via de Amerikanen de Israeliërs tot concessies proberen te dwingen. Vandaar dat het State Department de afgelopen dagen officieel bekendmaakte dat de partijen onderling hun zaken moeten regelen.

De Palestijns-Israelische ruzie gaat over de wijze waarop de delegaties de komende dagen met elkaar zullen praten. De Palestijnen staan erop dat de gesprekken onmiddellijk in twee kamers beginnen - met in de ene kamer een volledige Jordaanse delegatie plus één Palestijn, en in de andere kamer een volledige Palestijnse delegatie met één Jordaniër. Even nadrukkelijk staan de Israeliërs erop dat de gesprekken in één en dezelfde kamer beginnen met de gemeenschappelijke Jordaans-Palestijnse onderhandelingsdelegatie, en pas daarna, na onderlinge overeenstemming, in aparte commissies uiteenvallen.

Dit voor buitenstaanders belachelijke schijnprobleem bleek voor de partijen zelf een kwestie van het allergrootste belang te zijn. Omdat zij de Amerikaanse publieke opinie trachten te bespelen, moeten de partijen doen alsof zij de belichaming van goede wil en vredesbereidheid zijn. Maar tegelijkertijd willen zij tegenover het thuisfront en tegenover de buitenwacht tonen hoe ferm en principieel zij de eigen nationale belangen verdedigen.

Zo vertelde een zeer verontwaardigde Hanan Ashrawi, de woordvoerster van de Palestijnse delegatie, dat de Palestijnen “extreem soepel” zijn, maar zich na 24 jaar Israelische bezetting “geen Israelisch Diktat' laten opleggen. Volgens haar en de andere leden van de Palestijnse delegatie was men in Madrid overeengekomen dat de gemengde Jordaans-Palestijnse delegatie zich in tweeën zou splitsen. Zij liet weten dat de manier waarop de Jordaniërs en de Palestijnen hun onderhandelingsdelegatie(s) formeren, hun eigen zaak is, en zeker geen kwestie waarmee de Israeliërs ook maar iets te maken hebben. Zij beschuldigde Israel ervan voortdurend nieuwe procedurele obstakels op te werpen om de inhoudelijke onderhandelingen voor zich uit te schuiven. Volgens haar waren de Israeliërs dan ook te kwader trouw.

De Palestijnen, aldus Ashrawi, willen als gelijken worden behandeld. “Wij zijn een volk met een nationale identiteit en met rechten. En wij onderhandelen met de Israeliërs op basis van gelijkheid en wederkerigheid.” Volgens Ashrawi was er een ernstig misverstand. “De Israeliërs schijnen te denken dat als wij om een aparte (onderhandelings)kamer vragen, wij daarmee ook om een onafhankelijke staat vragen.”

Inderdaad dachten de Israeliërs dat. Hun woordvoerder Benjamin Netanyahu, die eveneens van een misverstand of van kwade trouw sprak (uiteraard aan Palestijnse kant), zei dat “de Palestijnen door middel van procedure een aparte politieke entiteit proberen te creëren” - iets waarmee Israel onder geen beding akkoord ging. Netanyahu versprak zich dan ook niet toen hij Palestijns zelfbestuur, waarover de partijen moeten onderhandelen, “binnen een Jordaans politiek kader” plaatste, zonder verder aan te geven hoe dat kader moest zijn.

Netanyahu dacht dat de Arabieren misschien niet zo gewend zijn aan onderhandelingen en daarom onbekend zijn met de regel dat je tijdens het spel de doelpalen niet zo maar kunt verschuiven. Volgens hem was er in Madrid afgesproken dat de de Israelische en de gemeenschappelijke Jordaans-Palestijnse onderhandelingsdelegatie aparte subcommissies voor technische zaken zouden instellen, zogenaamde functionele commissies. In sommige van die commissies zouden vrijwel alleen Palestijnen, in andere vrijwel alleen Jordaniërs zitten, al naar gelang de onderwerpen die daar besproken zouden worden. Maar de oprichting ervan zou in gemeenschappelijk overleg gebeuren. “Wij kwamen niet overeen om voor een voldongen feit te worden gesteld.”

Vorige week was er - onzichtbaar voor de wereld - inderdaad zo'n voldongen feit geschapen, toen de Amerikanen in het State Department twee kamers voor de Jordaans-Palestijnse delegatie ter beschikking stelden. Dat gebeurde toen de Israeliërs, die niet voor een “Amerikaans Diktat” wilden bukken, weigerden op de door Bush en Baker bepaalde datum voor de onderhandelingen naar Washington te komen. In de ene beschikbaar gestelde kamer zaten de Jordaniërs, en in de andere kamer de Palestijnen zogenaamd op de afwezige Israeliërs te wachten.

Volgens goed ingelichte bronnen hadden de specialisten in het State Department niet gecontroleerd of de versie van de Palestijnen over de in Madrid gemaakte afspraken wel correct was. En aangezien de Israeliërs geweigerd hadden naar Washington te komen, konden zij die Palestijnse versie niet tegenspreken of corrigeren.

De toch al razende Israeliërs protesteerden toen bekend werd dat de Jordaans-Palestijnse delegatie zichzelf met toestemming van de Amerikanen nog vóór de nieuwe onderhandelingsronde had opgesplitst. Zij lieten de Amerikanen de notulen zien van de onderhandelingen en afspraken van Madrid. Daarop besloot het State Department om slechts één vergaderkamer voor de Jordaans-Palestijnse delegatie ter beschikking te stellen.

De Palestijnen, die zich toch al als de zwakke en onderdrukte partij beschouwen, zijn hierover razend. Hun frustraties zijn vorige week aanzienlijk toegenomen, toen Israels afwezigheid in Washington veel minder ernstige gevolgen voor Israel had dan iedereen verwacht had. Bovendien leken Bush en Baker tegenover de Israeliërs tegemoetkomender te worden. Zij mengden zich minder dan voorheen in het Israelisch-Arabische gekift, zij weigerden de lege Israelische stoelen aan de TV-camera's bloot te stellen en zij gaven, tegen alle verwachtingen in van de Palestijnen, geen visum aan Nabil Sha'ath, een van de vertrouwelingen van Yasser Arafat.

De afwezigheid van een ervaren diplomaat als Nabil Sha'ath blijkt voor de Palestijnen vervelende gevolgen te hebben. Hij zou zich waarschijnlijk niet zo hebben vastgelegd op een punt dat de Palestijnen vrijwel zeker zullen verliezen, waardoor hun frustraties nog verder toenemen. Ten minste even problematisch is het feit dat niemand in de Palestijnse delegatie echt de baas is, waardoor allerlei conflicten kunnen doorzeuren en knopen niet worden doorgehakt.

In Madrid, tijdens de openingszitting, hoefden er geen echte beslissingen te worden genomen. Het was voor de Palestijnen een groot voordeel dat zij zich als een beschaafde groep zonder leider manifesteerden. In Washington, waar zij diplomatie moeten bedrijven en beslissingen moeten nemen, is dat voordeel in een nadeel veranderd. De Israeliërs zijn dan ook veel minder ongelukkig over de gang van zaken dan zij officieel laten blijken.

Foto: De Palestijnse woordvoerster Hanan Ashrawi gisteren tijdens een persconferentie in Washington na eindeloos beraad met de Israelische delegatie in de gang van het gebouw van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken. Verder dan de gang kwam men gisteren niet. (Foto EPA)