"Hoofdstad' Minsk tussen rampen en overvloed

MINSK, 11 DEC. Minsk, de hoofdstad van Wit-Rusland, die door de presidenten van Rusland, de Oekraïne en Wit-Rusland is aangewezen als hoofdstad van hun nieuwe Gemenebest, lijkt een stad zonder verleden, met brede, rechte straten tussen betonnen flats. 1,6 miljoen inwoners kent deze door stalinistische bouwstijl beheerste stad, waar de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, industriële vervuiling en de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl nog bespeurbaar zijn.

Na de verwoesting tijdens de oorlogsjaren - de stad was drie jaar lang in Duitse handen, aan het eind waarvan het inwoneraantal was gedecimeerd en de joodse bevolking geheel verdwenen - is Minsk herbouwd, lelijker noch mooier dan al die andere, na de oorlog herbouwde Sovjet-steden. In de buitenwijken liggen de mensenpakhuizen uit de jaren zeventig: hoge, eenvormige flatgebouwen. De lucht is er ernstig vervuild door talrijke staalfabrieken, waarvan sommige midden in de stad liggen.

Vers in het geheugen ligt hier de ramp in Tsjernobyl in 1986. Talrijke Witrussische dorpen tussen Minsk en de op ongeveer honderdvijftig kilometer afstand in de Oekraïne gelegen kerncentrale zijn inmiddels ontruimd en voor verdere bewoning ongeschikt verklaard. Ook Minsk lag op de route van de radioactieve wolk die uit de brandende reactor kwam, maar in de stad zijn nooit bijzondere maatregelen ter bescherming van de bevolking genomen.

Vorig jaar zijn de arbeiders van Minsk nog in staking gegaan, uit protest tegen de verhoging van de prijzen van levensmiddelen. Ze eisten met name salarissen die hen in staat zouden stellen op de dure kolchoze-markt groenten en fruit te kopen, om de bloedarmoede bij hun kinderen te bestrijden.

In deze Russische herfst kan de voedselsituatie in Minsk bijna overvloedig worden genoemd - dat lijkt althans zo in de ogen van iemand die net uit Moskou is aangekomen. De rijen voor de winkels zijn in Minsk minder lang, de winkels beter bevoorraad, er zijn minder gaten in de weg en de huizenblokken maken een minder vervallen indruk.

Mocht het zo ver komen dat in Minsk de ambtenaren van het nieuwe Gemenebest intrek nemen, dan lijkt de jacht een van hun voornaamste vormen van vrijetijdsbestedingen te kunnen worden. In de uitgestrekte wouden die de stad omringen belaagde de vroegere Sovjet-president Leonid Brezjnev met zijn buitenlandse gasten het wild. In deze wouden ook leerde Lee Harvey Oswald, de vermoedelijke moordenaar van de Amerikaanse president Kennedy, tijdens zijn tweejarig verblijf in Minsk met vuurwapens om te gaan.

De eerste schriftelijke vermelding van het bestaan van MInsk dateert uit 1067. De stad was aanvankelijk hoofdstad van een Russisch vorstendom, maar werd in de veertiende eeuw Litouws en later Pools. Bij de tweede Poolse deling in 1793 werd de stad weer Russisch. Voor de vrijwel volledige verwoesting tijdens de verovering van Minsk op de Duitsers door het Rode leger, had Minsk al heel wat oorlogsverwoestingen gekend: door de Tataren in 1505, Franse troepen in 1812, Duitse troepen in 1918 en tijdens de Poolse bezetting van 1919-1920. In 1919 werd Minsk uitgeroepen tot hoofdstad van de toen nieuw-opgerichte Witrussische republiek. (AFP)