Gloeiende leegtes in de analytische beelden van Rini Hurkmans; Het vierkant is er om orde te scheppen

Tentoonstelling: Rini Hurkmans - Lopende gebeurtenissen. Current Events. T-m 5 jan. 1992 in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Dag. 11-17u., Nieuwjaarsdag gesl. Catalogus ƒ 35.

De tentoonstelling van Rini Hurkmans in het Stedelijk Museum heeft een duidelijke opbouw. Elke zaal heeft een titel die overeenkomt met een bepaald werk of serie werken. De titel van de eerste zaal is Restless Mirror. Het werk uit 1988 met dezelfde titel bestaat uit twee houten vormen - een soort "bedden' - die boven elkaar aan de wand hangen. De ruimte tussen de bedden is leeg, maar doordat ze binnenin beschilderd zijn met een oranje-rode kleur lijkt het of er iets gloeit. Hurkmans (1954 Deurne) zegt over de beelden in de eerste zaal: “Ik heb ruimtes gecreëerd die leeg zijn, maar waar wel een spanningsveld ontstaat door de manier waarop ze zijn gemaakt en door het gebruik van materialen als gaas en koperdraad.”

In deze eerste zaal hangt ook een jeugdfoto van Hurkmans als een spichtig meisje met een brilletje op. Ze draagt een polka dot-bikini en houdt een bosje bloemen stevig in haar hand geklemd. Tegenover de foto staat een een ijzeren raamwerk (250 x 250 x 70 cm) waarin een vitrage hangt. De achterwand is aan de ene kant roze geschilderd en aan de andere kant bedekt met scherpe prikkers. Tussen foto en beeld bestaat een verband. Beide tonen een "rozig' uiterlijk, maar alleen bij het beeld is ook de stekelige achterkant te zien.

“Zo wenst elke vader zijn dochter op een fotootje,” zegt Hurkmans. “Het is alleen een heel afschuwelijk meisje.” De foto lijkt een treffend weerwoord op de liefelijke foto's die Daan van Golden van zijn dochter Diana maakte en die onlangs in het Stedelijk te zien waren. “Hoe moeten de dingen zijn, maar hoe zijn ze in werkelijkheid?” vraagt Hurkmans zich af. “Mijn werk heeft constant die verschillende lagen, dat dubbelzinnige in zich. Mijn houten beelden bedek ik met grafiet. Uit de verte ziet het er uit als ijzer, maar van dichtbij zie je dat het hout is.”

Op mijn vraag hoe ze op die titels komt, vertelt Hurkmans dat zij veel schrijft en daar achteraf zinnen uithaalt. Het zijn geen dagboeken, maar het gaat over haar werk, bijvoorbeeld over de vraag waarom in haar werk bijna altijd alles vierkant is. “Ik ben een heel analytisch mens. Ik wil overzicht, dus probeer ik de dingen in een laatje of doosje te stoppen. Een cirkel is een organische natuurlijke vorm, het vierkant is door de mens ontworpen om orde te scheppen.”

In de serie Homeless Thoughts (tevens de titel van de tweede zaal) geeft Hurkmans een beeld van wat er in zo'n lege binnenruimte kan "gebeuren'. Uit een glazen kastje steekt een glazen bouwsteen die omwonden is met koperdraad; in een vitrine hangt een "slinger' van staalwol. In een andere vitrine zit een grillige vorm van keramiek. Het zijn bizarre onbenoembare vormen, die verwondering wekken bij de toeschouwer. Hurkmans wil bewust deze verwondering oproepen omdat er, zoals ze zegt, in de maatschappij voor dit soort dingen nauwelijks meer plaats is. “Ik wil mijn werk niet uitleggen. We leven in zo'n consumptieve maatschappij en de kunst is ook zo consumptief gericht. Allemaal hapklare brokken. Het beangstigt me dat er zo'n vervlakking plaatsvindt. De toeschouwer moet de uitdaging aannemen en zelf actief worden. Door zijn zintuigen te prikkelen, maar ook door zijn intuïtie en kennis kan er verdieping ontstaan. Een beeld moet je eerst ervaren, pas later komen dan de gedachten en woorden. Bij mijn werk kun je niet zeggen: dit staat voor dat. Een beeld meer is dan rebusjes maken.”

Opvallend bij het werk van Hurkmans is het ongewone materiaalgebruik. Op de academie in Breda maakte zij vrij grote keramische beelden, maar toen ze van de academie afkwam stond haar dat zo tegen dat ze veel - maar niet alles - kapot gooide. “Die kleine keramische vorm in Homeless Thoughts IV (1990) heb ik bijvoorbeeld altijd bewaard, omdat ik het zo'n intrigerend ding vond.” Hurkmans houdt van pure constructies en industriële materialen, zoals staalwol en grote rollen koperdraad. De kale vlaktes in Spanje spreken haar meer aan dan pittoreske Franse dorpjes, zoals ze zegt.

Op de tentoonstelling zijn ook fotowerken te zien. Bijvoorbeeld twee identieke zwart-wit foto's die zijn genomen door een raam. Op de vensterbank staat een plant voor een plastic schermpje, in de tuin zitten een paar oudere dames om een tafel. In de context van de beelden met de bizarre vormen achter glas krijgt dit doodgewone tafereel opeens iets vreemds. Buiten op de gevel van het museum in twee nissen aan de Van Baerlestraat heeft Hurkmans twee foto's opgehangen van een man en een vrouw (van zichzelf en haar vriend): twee figuren die staan te dansen. Het werk van Hurkmans maakt je telkens bewust van de dubbelzinnigheid van dingen: zijn die figuren nu vrolijk of juist triest en eenzaam? Verwijst het zwarte kanten gordijntje in een van haar beelden naar frivole lingerie of is het afkomstig uit een lijkwagen?

In twee recente beelden die in de laatste zaal te zien zijn, lijken de vormen zich te bevrijden uit hun strakke glazen kader. “In deze wereld is nauwelijk meer ruimte om iets intuïtief te doen of om je gewoon te verbazen. Daar ben ik met mijn werk mee bezig,” zegt Hurkmans. “Zo kun je die lege ruimtes of vreemde vormen zelf invullen.” Of zoals de titel van een van haar werken vrij vertaald luidt: de structuur is er om het immateriële aan te duiden.