Geen akkoord over plan voor hoger onderwijs

ROTTERDAM, 11 DEC. De universiteiten, hogescholen en minister Ritzen (onderwijs) zijn het gisteren niet eens geworden over de hoofdlijnen van het Hoger onderwijs- en onderzoeksplan (HOOP), de meerjarenplanning voor onder andere het hoger onderwijs. De HBO-Raad vindt dat de minister de ontplooiingsmogelijkheden van de hogescholen belemmert, zo bleek tijdens afrondend overleg op het ministerie over het HOOP.

Tijdens de eerste ronde in het overleg, vorige week maandag, had de HBO-Raad aangegeven een open discussie te willen over de toekomst van het stelsel van hoger onderwijs. De raad wil af van het traditionele onderscheid tussen hogescholen en universiteiten, dat in de praktijk al zou zijn vervaagd.

De minister zei toen daar voorlopig weinig voor te voelen. Tijdens informeel overleg met de hogescholen deed hij daarna wat water in de wijn. Dat resulteerde in een serie concept-conclusies over het HOOP die gisteravond in eerste instantie voor het hoger beroepsonderwijs “maar net” aanvaardbaar waren, zo verklaarde voorzitter H.J. Kemner van de HBO-Raad.

De laatste versie van de tekst van deze conclusies, die de universiteiten en hogescholen gisteren door de minister ter goedkeuring kregen voorgelegd, was vooraf echter niet besproken met de universiteiten. Deze hadden er ernstig bezwaar tegen dat de minister de hogescholen had toegezegd ervoor te zorgen dat de universiteiten hun wetenschappelijke infrastructuur, zoals laboratoria, aan het hoger beroepsonderwijs ter beschikking stellen. Volgens de voorzitter van de vereniging van universiteiten (VSNU) W.C.M. van Lieshout kunnen de universiteiten en hogescholen op lokaal niveau heel goed zelf regelen of en hoe zij willen samenwerken.

Ritzen kwam de universiteiten vergaand tegemoet en schrapte de door de hogescholen cruciaal geachte conclusie. Het bezwaar dat de universiteiten hadden tegen de toestemming van de minister om ook aan de hogescholen onderzoekers te mogen aanstellen, honoreerde Ritzen niet.

Voor de hogescholen waren de door Ritzen geformuleerde uiteindelijke conclusies onaanvaardbaar. “De tekst die de minister nu op tafel legt is een uitgeklede versie van conclusies die de hogescholen toch al niet veel perspectief boden”, aldus Kemner. Hij weigerde er, tot woede van Ritzen, mee in te stemmen.