Fransen zien culinair erfgoed door "Eurocratie' bedreigd

PARIJS, 11 DEC. Het samenvallen van het seizoen van de grote diners en van de Europese eenwording levert voor vele Fransen hartige gespreksstof op aan déjeuner en diner. Hoewel de Europese Unie de meeste Fransen worst zal zijn, komt de Eurocratie in Brussel regelmatig onder een goed of slecht glas wijn aan de orde. Want evenals in andere lidstaten van de Gemeenschap fungeren de Europese Commissie en haar ambtenaren vaak als zondebok als een aanslag op de kwaliteit van het leven dreigt.

Zo was er onlangs een alarm van de Franse kaasproducenten die meenden dat de Eurocraten een samenzwering op touw zetten tegen reblochon, l'époisse en andere smakelijke kaasjes die van lait cru worden gemaakt. De "Vereniging voor het respect van de Franse kaastraditie' beweerde dat Brussel een nieuwe richtlijn over kaasproduktie voorbereidt die het einde zou betekenen voor de Franse ambachtelijke kazen. Gelukkig was het alarm loos. De Europese normen waarop gestudeerd wordt, zijn uitdrukkelijk niet van toepassing voor kazen die van vette melk worden gemaakt.

De opwinding over dit misverstand - dat de kaasmakers ook een welkome gratis advertentie opleverde - was nauwelijks geluwd of een ander probleem trok de aandacht van elke Fransman met enig respect voor gastronomie. Jacques Barnot, president van de centrum-afgevaardigden in de Nationale Vergadering, is zeer pro-Europa. Barnot zei ooit dat hij zichzelf “liever het leven zou benemen dan af te zien van zijn Europese overtuigingen”. Maar de afgevaardigde ergerde zich naar eigen zeggen blauw aan de EG “die de inwoners van Haute Loire verhindert gyromitres te eten, paddestoelen die beter zijn dan morilles. Ook dit keer werd Brussel valselijk beschuldigd. De verkoop van gyromitres is verboden op last van de Franse Gezondheidsraad, die bezorgd is over problemen met de spijsvertering en de mogelijke kankerverwekkende werking van deze lokale lekkernij.

Weer een andere bedreiging komt uit ander buitenland en geldt de Roquefort, "een van de parels van de Franse landbouw en de Franse gastronomie' aldus de FNSEA, de grootste organisatie van Franse boeren. Ditmaal is niet de Europese Gemeenschap de potentiële zondebok, maar de puissant rijke Italiaanse familie Agnelli (Fiat), die vermoedelijk binnenkort eigenaar wordt van Perrier, de trots van het Franse mineraalwater. Perrier is weer voor 57 procent eigenaar van Caves de Roquefort. Deze onderneming produceert de wellicht beroemdste van alle Franse kazen, "appellation d'origine controlée'.

Drieduizend producenten in Larzac, Lozère, Aveyron en andere minder welvarende departementen in het zuiden van het land, verenigd in de "Algemene confederatie van Roquefort', betrekken de benodigde schapenmelk van 4500 boerenbedrijven. De omzet in Roquefort bedroeg vorig jaar circa 800 miljoen gulden. Om dit jaar de gewenste 20.300 ton blauwaderige vochtige kaas te kunnen produceren is volgens een deskundige meer melk nodig: acht miljoen liter uit de Pyreneeën en drie miljoen liter uit Corsica, twee landstreken waar schapen een goed leven hebben. De Roquefort-boeren vrezen dat Agnelli-zetbazen, zodra zij het voor het zeggen hebben, melk uit Italië gaan importeren.

Om een dergelijke aanslag op dit nationale erfgoed te voorkomen, wordt nu druk gepraat over een "Franse oplossing' voor Caves de Roquefort in de vorm van een overname van het bedrijf door een Franse onderneming. Het Italiaanse financiële offensief is in het zuiden van Frankrijk toch al met argwaan ontvangen. De gemoederen kunnen hier snel ontvlammen: menige Italiaanse vrachtauto met wijn is de afgelopen maanden door boze Franse wijnboeren aangehouden en van zijn lading ontdaan. De import van goedkope Italiaanse wijn is uiteraard weer wel de schuld van de Europese Gemeenschap die immers het vrije verkeer van goederen bevordert.

Aan de vooravond van Kerstmis is de invoer van foie gras uit Oost-Europa en Israel wel het ernstigste voedselvraagstuk waarvoor de natie zich gesteld ziet. De produktie van deze "vette levers' van ganzen en eenden uit de Dordogne en Les Landes voorziet niet alleen in werkgelegenheid voor menige grootmoeder ter plaatse - de dieren worden zorgvuldig overvoerd zodat hun levers zacht worden. Foie gras is het symbool van opperste kwaliteit en eetgenoegen en tevens een kostbare luxe, die veelal alleen bij speciale gelegenheden zoals het familie-diner op Kerstmis wordt opgediend. Bij de ganze- en eendelevers die uit Oost-Europa worden aangevoerd gaat het niet om "eenheden' lever, zoals de Franse wet nauwkeurig voorschrijft, maar om diepgevroren "amalgame produkten' van diverse samenstelling (lever vermengd met soja's, spieren, eiwit). Het zijn overigens Franse fabrieken, vooral in Les Landes, die de import ontdooien en verwerken tot Foie gras des Landes verpakt in blikjes die uiteraard aanmerkelijk goedkoper zijn dan het enig ware produkt. In opdracht van het Franse ministerie van landbouw worden nu scherpe controles uitgevoerd om dit bedrog de kop in te drukken.

Voor Frankrijk staat namelijk meer op het spel dan de finesses van de gastronomie. De export van kaas bracht vorig jaar bijna drie miljard gulden op en die van wijn vijf miljard. Uit een gedetailleerd onderzoek door Sopexa, een Franse verkooporganisatie, uitgevoerd onder 472 grote kaas- en wijnimporteurs in vijftien landen, waaronder Nederland, blijkt dat voedsel "Made in France' in het algemeen voor hoge kwaliteit staat. En dat wil Parijs zo houden.

Slechts in drie landen is men minder onder de indruk van de kwaliteit van Franse wijn, kaas en andere etenswaren: de trotse natie Spanje, het kwaliteitsbewuste België en tenslotte Engeland, waar fish, chips en steak and kidney pie de smaak bepalen.