Fiscus en kwaliteit

Europees gezien staat de Nederlandse belastingdienst aan de top. Onze belastingtarieven doen dat ook, al bracht een belastingherziening - de Oort-operatie - enkele jaren geleden een behoorlijke tariefverlaging. Het kabinet doet overigens zijn best de tarieven verder naar een Europees niveau te laten afzakken. Daalt ondertussen ook de kwaliteit van de belastingdienst naar een Europees gemiddelde? Velen bij de fiscus vrezen van wel. Daarom kwamen zo'n duizend van de hoogste belastingambtenaren maandag in Utrecht bijeen om de kwaliteit van hun eigen werk onder de loep te nemen.

Vooral de "technische' ambtenaren, degenen die rechtstreeks met het publiek en de bedrijven te maken hebben, maken zich grote zorgen over teruglopende kwaliteit van hun werk. Zij voelen zich bovendien opgejaagd door streefcijfers.

Op het symposium van maandag bleek hoezeer belastinginspecteurs net zo gemakkelijk slimme trucjes hanteren als belastingontwijkers. Om maar aan de normen te voldoen, worden soms oppervlakkige boekenonderzoeken gepresenteerd als diepgaande controles en worden cijfers van ontdekte fraude wat opgeklopt.

De chef van de belastingdienst - directeur-generaal C. Boersma - heeft voor zo'n handelwijze overigens geen goed woord over. Hij kan ook geen kant uit met het verwijt dat zowel de belastingbetaler als de belastinginspecteur moet lijden onder onnodige traagheid van de administratieve afdelingen op de belastingkantoren. Daar heerst vaak een schromelijke onderbezetting.

"Wij zijn bezig met een reorganisatie waarbij 30.000 mensen op een andere plek terecht komen. Er is gekozen voor een opzet waarbij niemand gedwongen ontslag krijgt. Dat heeft als prijs dat er tijdelijke knelpunten kunnen ontstaan', aldus Boersma. Volgens hem verkeert de reorganisatie nu in zijn moeilijkste fase.

Dit alles werd met belangstelling aangehoord door mr. H.E. Koning. Die was voor het symposium uitgenodigd toen hij nog voorzitter was van de vaste commissie voor financiën uit de Tweede Kamer. Maar door een stormachtige ontwikkeling in de loopbaan van Koning bleken de belastingambtenaren opeens de president van de Algemene Rekenkamer in huis gehaald te hebben.

In zijn eerste grote openbare optreden in die functie, kondigde Koning aan dat de Rekenkamer de kwaliteit van de belastingdienst tegen het licht gaat houden. Heeft die inderdaad te leiden onder de tijdsdruk waaronder de ambtenaren moeten werken? Hoe zit het met die onderbezette administraties? Waar iedereen wat van opkeek, was dat Koning het daar niet bij laat. Hij gaat verder spitten. De Rekenkamer start een onderzoek naar de vakkennis van de belastingambtenaren. Koning signaleert dat terwijl de belastingadvieswereld zich steeds verder specialiseert, de belastingdienst juist kiest voor generalisten. Die tegendraadse ontwikkeling zal de belastingadviseurs winst opleveren, maar kan de schatkist op verlies komen te staan.

Bij de belastingdienst draaide vroeger alles om de specialisten. Individualisten die het weinig interesseerde wat er een kamer verderop gebeurde. Mensen die veel afwisten van bij voorbeeld de inkomstenbelasting, maar helemaal niets van de BTW. Dat is veranderd. Na de reorganisatie moeten hoge belastingambtenaren van alle markten thuis zijn. Ondertussen moeten ze het opnemen tegen de specialisten die de belastingadvieskantoren in dienst hebben.

De Rekenkamer gaat onderzoeken of de belastingambtenaren die confrontatie daadwerkelijk aankunnen en of zij inderdaad hun vakkennis hebben verbreed. Als schot voor de boeg liet Koning alvast weten dat er op alle niveaus van de belastingdienst nog heel wat bijgeleerd kan worden.

De Rekenkamer komt zo terecht in een stammenstrijd binnen de belastingdienst. Daar lijken de technici en de managers in twee werelden te leven. Uit onderzoek blijkt dat de technici zich de hoeders voelen van de rechtsbeginselen zoals rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid. Zij verwijten de managers dat ze te weinig gelegenheid krijgen om de daarvoor benodigde kennis op peil te houden. Die managers op hun beurt, hechten vooral waarde aan zaken als de snelheid van werken en een klantgericht optreden van de fiscus.

Koning - zelf ooit belastinginspecteur - maakt duidelijk dat er niet alleen efficiënt, maar vooral ook deskundig gewerkt moet worden. Volgens de managers in de dienst, is er met die deskundigheid van de technici niets aan de hand. De betrokkenen zelf denken daar evenwel anders over; een ruime meerderheid van hen meent dat de kwaliteit van hun werk de laatste tijd is afgenomen. Het is dus prima dat de Rekenkamer deze zaak gaat uitpluizen. Doorslaggevend voor de uitkomst is of de Rekenkamer de aloude, hoge Nederlandse kwaliteitsnorm hanteert of het lagere Europese niveau aanhoudt.