Einde Dienst (3)

Het begon met visnetten en een barretje. Toen er ook een biljart kwam, liep het Protestants Militair Tehuis soms weer vol. Het Katholiek Militair Centrum kon niet achter blijven. De geestelijke verzorging kende haar dienstplichtige militairen. De tafels waren heel behoorlijk, de prijzen concurrerend. Maar de Heer werd er niet beter van.

Het balen bleef. De Stuurgroep Verbetering Eetgewoonten Militairen overwoog de verkoop in militaire kantines van quick bits en frikadellen overdag te doen verbieden. Om te voorkomen dat de jongens de dienstmaaltijd oversloegen. 's Avonds en in het weekeinde zou sluiting van de vetpot niet helpen: dan gaf de dienstplichtige toch buiten de poort het leven glans.

Het waren machteloze plannetjes. De dienst en de rest van de wereld waren steeds moeilijker kunstmatig te scheiden.

's Morgens op rapport komen omdat je de vorige avond een van achteren komende majoor (die je nog nooit eerder had gezien) niet had gegroet. Dat soort padvinderij was niet langer houdbaar. De VVDM voerde met recht actie tegen het strafkampje spelen met weekend- en opbelverlof. Het was niet meer uit te leggen dat de vijand alleen bang was voor soldaten met kort haar en een verloofde.

Dat was het probleem van de militaire dienst in de jaren zestig tot en met tachtig. De Aanstaande Oorlog moest geloofwaardig worden gehouden. Het lukte steeds slechter. De Russen deden verschrikkelijke dingen in eigen land, ze liepen half Europa en een kwart van Azië onder de voet. Het Amerikaanse antwoord in Korea, de Dominicaanse Republiek en Vietnam was niet onverdeeld aanlokkelijk.

Twijfel dreef de jongens van West-Europa in de armen van de lacherigheid, het maten matsen en de sergeant verlinken. Maarten 't Hart kon zijn eerste rok passen en er een boek vol nachtelijk spoorzoeken over schrijven. De anderen deden Russisch, als ze geluk hadden. De meesten poetsten wat al glom. De diensttijd werd steeds korter, maar het bleef wachten op Godot.

De doorbraak kwam en hij heette Gorbatsjov. Nu zit in Nederland een commissie-Meijer te kijken hoe het verder moet met de dienstplicht, terwijl de Tweede Kamer intussen heeft bedacht dat die plicht zijn tijd heeft gehad. Lastig voor de commissie, maar een goed moment om te bedenken of er nog iets zinvols zit in de plicht voor jongeren om een tijdje te dienen.

De nieuwe instabiliteit in het Oosten kan alles veranderen. Echte militaire dreiging hoeft niet te worden uitgelegd. Dat is te zien aan Israel, één van de landen met een intensieve, algemene dienstplicht. Daar is de oorlog nooit opgehouden. In Nederland is hèt argument tegen handhaving van enige dienstplicht dat de staat zonder reële dreiging geen arbeid van zijn burgers mag eisen.

Tenzij een ander soort gevaar als acuut wordt erkend. Bijvoorbeeld een dreigende catastrofe in de Derde wereld. Of de maatschappelijke verfloddering van dit land. Als genoeg mensen zich daar zorgen over maken, zou men kunnen besluiten tot een bijzonder initiatief. Een oorlog tegen de verpaupering, tegen het verval van milieu en gebouwde omgeving, tegen de onveiligheid, tegen het gebrek aan verzorging en verpleging van een legioen afhankelijke medeburgers. Een ruimere dienstplicht zou een rol in die oorlog kunnen spelen, enige medeverantwoordelijkheid kunnen herstellen.

De Tweede Kamer en minister Dales hebben deze week een dag gesproken over de integratie van minderheden. De bewindsvrouwe wil het aangekondigde nationale debat hierover vooral richten op de kansen voor jongens en meisjes uit andere landen. Dienst is misschien zo'n kans.

"Integratie van minderheden' en "dienstplicht' zijn tot nog toe gescheiden circuits. Sinds 1 december mogen werknemers die in het buitenland moeten dienen hier niet meer worden ontslagen. Dat klinkt simpeler dan het is. Hier wonende Turken bijvoorbeeld kunnen hun nationaliteit nooit afleggen of verliezen. Zij blijven dus dienstplichtig in Turkije. Als zij daar geen gehoor aan geven, riskeren zij trammelant. De Nederlandse werkgever moet hen nu dus na afloop weer terugnemen.

Voor zo'n twaalfduizend gulden kan een Turk zijn dienstplicht wel afkopen. Dat levert sociale diensten in Nederland soms een lastig probleem op. Het bedrag op tafel leggen en de man hier houden, kan veel goedkoper zijn dan hem voor langdurige militaire dienst te zien afreizen. Dat geldt wanneer vrouw en kind intussen in Nederland op een uitkering zijn aangewezen. Een praktisch ingestelde ambtenaar bespaart Nederland heel wat geld door de Turkse krijgsdienst af te kopen.

Ankara is geen lid van het verdrag ter vermijding van dubbele militaire dienst. Dubbele nationaliteit helpt dus niet: die zou de in Nederland wonende Turk alleen maar een tweede dienstplicht bezorgen. Voor hem zou de mogelijkheid van sociale dienstplicht een oplossing zijn. Voor zijn zusje trouwens ook.

Een jaar bomen planten, verwarde mensen kalmeren, stad en land saneren zijn goede manieren om dit land te leren kennen. En al doende Nederlands te leren. Autochtonen tussen achttien en vijfentwintig krijgen er ook niets van om een tijd iets nuttigs te doen, al of niet in hun eigen vak. Veel jongeren hebben de grootste moeite ergens stage te lopen. Een nieuw soort dienstplicht met keuze tussen militaire en niet-militaire taken biedt een kans te leren en te doen.

Het zou neerkomen op echt algemene dienstplicht, voor mannen en vrouwen, voor Turken, Marokkanen, Nederlanders, Antillianen en Surinamers - van vóór en na de onafhankelijkheid. "Wie hier wil wonen, dient een jaar.' Onderwijsbeleid, studiefinanciering, uitkeringsbeleid, defensie en "nation building' vloeien ineen.

De krijgsmacht wil voorlopig niets met "soft service' te maken hebben. Defensie is er voor gevaar van buitenaf. Maar het ministerie dat de huidige dienstplicht al jaren efficiënt organiseert, zou die ervaring kunnen inzetten voor een verruimd defensie-begrip.

De commissie-Meijer vraagt zich waarschijnlijk af wat te doen met een opdracht die na drie maanden al historische trekken vertoont. Zij zal de realiteit van een vrijwilligersleger willen vaststellen, een kosten- baten-analyse maken van een vechtmacht met louter beroeps en contractanten. Lastig, terwijl de vijand steeds van gedaante verandert.

De commissie kan van de nood een deugd maken door even serieus te becijferen of het mogelijk is - zonder de arbeidsmarkt totaal te verstoren - generaties dienstplichtigen-nieuwe-stijl aan het werk te zetten met iets anders dan uzi's poetsen. Van loopgraaf tot looprek. Dat zou iets nieuws in het Westen zijn.