Compromis EG-top over unie

MAASTRICHT, 11 DEC. De regeringsleiders van de Europese Gemeenschap hebben vanmorgen vroeg een volledig akkoord bereikt over een monetaire en politieke unie, met belangrijke uitzonderingsposities voor het Verenigd Koninkrijk.

Het zeer moeizame overleg in de Europese Raad werd gedomineerd door schijnbaar onoverkomelijke Britse bezwaren tegen wetgevende bevoegdheden voor Brussel bij sociale vraagstukken. De Britten wilden zich evenmin verplichten tot een “onomkeerbare” invoering van één gemeenschappelijke munt in de lidstaten. De nieuwe "Europese Unie' wordt gezien als een mogelijk historische stap in de ontwikkeling van Europa van een economisch machtsblok naar een politieke eenheid.

Gisteravond laat gingen de regeringsleiders in Maastricht uiteindelijk akkoord met een afgezwakte versie van het akkoord over de politieke unie. Daaruit is op Brits verzoek de sociale paragraaf geschrapt. Regelingen over werkomstandigheden en arbeidsloon zullen voortaan buiten het EG-recht om tussen de elf lidstaten onderling worden vastgesteld. Invoering van één gemeenschappelijke munt is op z'n vroegst in 1997 en uiterlijk in 1999 te verwachten. Groot-Brittannië is ook buiten deze afspraak gebleven.

Premier Lubbers, die de Europese Raad voorzat, zei te verwachten dat Groot-Brittannië uiteindelijk toch de andere elf lidstaten zal volgen. Hij noemde het akkoord zeer belangrijk en veelbelovend voor de toekomst. “Het is jammer dat niet iedereen meedoet.” De Britse premier, Major, was eveneens tevreden. Hij sprak van “een succes voor Engeland en een succes voor de EG”.

De andere elf lidstaten hebben in een bijlage bij het verdrag vastgelegd dat zij wel gemeenschappelijke regels voor arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid zullen ontwikkelen. Groot-Brittannië zal bij dat overleg niet aanwezig zijn en er evenmin de financiële consequenties van dragen. De elf lidstaten hebben in deze bijlage gedetailleerd vastgelegd wat zij precies willen regelen. Het gaat dan onder meer om arbeidsomstandigheden, gelijke rechten voor mannen en vrouwen en sociale zekerheid. De Europese Commissie zal, net als nu het geval is voor de Sociale Raad, voor deze elf lidstaten concept-richtlijnen en verordeningen voorbereiden. In de praktijk lijkt er nu naast de EG een aparte "sociale EG' te zijn opgericht waar Groot-Brittannië niet aan hoeft mee te doen.

Pag 4:

Major: we hebben al onze essentiële doeleinden bereikt

De Britten kunnen zich op een later tijdstip hierbij nog altijd aansluiten, zo zei Lubbers vanochtend vroeg. Zij zijn dan wel verplicht de regels die de Elf onderling vastlegden, over te nemen.

Commissievoorzitter Delors zei dat de top voor de keuze stond de sociale paragraaf “te verwateren” of met elf landen verder te gaan. “We hebben besloten ons niet te laten afremmen wat betreft de sociale dimensie van Europa”, aldus Delors.

Premier Major zei dat deze afspraak Groot-Brittannië zeker “geen kwaad” zal doen en mogelijk zelfs zal werken als een “magneet voor investeringen” voor zijn land. De Britten hebben de afgelopen dagen in Maastricht consequent de opvatting verdedigd dat gemeenschappelijke sociale wetgeving de concurrentiepositie van de EG verslechtert. Ook vreesde Major fors verlies van werkgelegenheid in Groot-Brittannië. Andere lidstaten wilden door gemeenschappelijke minimumafspraken op sociaal gebied juist eerlijke onderlinge concurrentie garanderen.

Federaal

De Britse eerste minister zei op de persconferentie ver na middernacht dat alle “essentiële” Britse doelstellingen bij het Unieverdrag zijn behaald. Het Verenigd Koninkrijk heeft door een “juridisch waterdichte” clausule de mogelijkheid gekregen om medio jaren negentig te beslissen òf, en zo ja wanneer, het zal deelnemen aan de monetaire unie. “We hebben niets opgegeven en we hebben niets verloren”, aldus Major. Samenwerking op het gebied van justitie, immigratie en veiligheidsbeleid blijft op basis van afspraken tussen landen onderling en zal niet onder de EG vallen. Ook dat is volgens Major een “essentieel resultaat” van de Britse bemoeienissen met de onderhandelingen over de Unie.

De Britten toonden zich ook zeer ingenomen met het vervallen van de term "federale roeping' uit het verdrag, die symbool was geworden van de Britse vrees voor een centraal geleide Europese superstaat. Daarvoor in de plaats is nu gekozen voor een neutralere formulering over “een steeds nauwere Unie tussen de volkeren van Europa, waarin de besluiten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen”. Volgens Lubbers is dat de betekenis die op het Europese vasteland aan het begrip "federaal' wordt gegeven.

Arme lidstaten

Aan de bezwaren van relatief armere lidstaten is tegemoetgekomen met de oprichting van een speciaal fonds, bestemd voor investeringen in milieuprojecten en zogeheten "transeuropese netwerken'. Daarmee wordt gedoeld op wegen, spoorlijnen en communicatielijnen. Onder aanvoering van Spanje was gepleit voor de oprichting van een "cohesie-fonds' voor financiële compensatie voor de huns insziens ongelijke contributie van die staten. Het nieuwe fonds moet voor 1 januari 1993 zijn opgericht, zo is in een apart protocol vastgelegd. De armere lidstaten hadden het fonds liever in het verdrag opgenomen willen hebben.

In het verdrag is ook de datum 1 januari 1996 vastgelegd als tijdstip waarop de EG voortaan bij gekwalificeerde meerderheid een gemeenschappelijk visumbeleid zal vaststellen. Nu moet daarover nog unanimiteit bestaan tussen de lidstaten.

Nieuwe leden

De aanvankelijke voorkeurspositie voor de aspirant-leden Zweden en Oostenrijk is uit de definitieve verdragstekst verdwenen. Nu staat er alleen dat de EG “openstaat” voor nieuwe leden. Het verdrag biedt uitzicht op een gezamenlijk Europees buitenlands beleid. Over de uitgangspunten van dat beleid zal unaniem moeten worden besloten. Aanvankelijk was de bedoeling “in het algemeen” uitvoeringsbeslissingen te nemen bij gekwalificeerde meerderheid. Op Britse aandrang is nu vastgelegd dat, voorafgaand aan zo'n gemeenschappelijk optreden in het buitenland, bij unanimiteit wordt afgesproken welke uitvoeringsbeslissingen dat zullen zijn.

Bondskanselier Kohl, die voorafgaand aan de top met grote kracht had stelling genomen tegen het gevaar van een monetaire unie zònder een politieke unie, toonde zich nu bijzonder tevreden. Een nieuw tijdperk in de Europese integratie is volgens hem nu aangebroken. Na de “droom” van de Duitse eenwording is volgens Kohl nu ook de droom van de Europese eenwording in zicht. Angst voor Duitse overheersing van Europa wimpelde hij weg. “Onze buren hoeven niet bang te zijn als wij ons samen onder één Europees dak bevinden”. De Franse president Mitterrand was niet minder tevreden. Hij roemde Maastricht als een grote stap voorwaarts, waarbij alle punten die Frankrijk wilde bereiken ook waren binnengehaald.

Resultaat

De Nederlandse onderhandelaar voor de verdragswijzigingen met betrekking tot de Economische en Monetaire Unie, thesaurier-generaal C. Maas, was vannacht euforisch over het bereikte resultaat. “We hebben alles bereikt wat we wilden”, zei hij. Premier Lubbers noemde de monetaire eenwording “een vaststaand feit”. Eind jaren negentig zullen we één Europese munt hebben, aldus Lubbers.

Voor het Verenigd Koninkrijk is een uitzonderingsclausule opgesteld waardoor het Britse parlement en de regering zich het recht voorbehouden niet deel te nemen aan de slotfase van de Economische en Monetaire Unie. Een uitzonderingspositie is eveneens vastgelegd voor Denemarken, waar een referendum over deelname aan één munt zal worden gehouden. Als de Britten of Denen besluiten niet aan de slotfase van de monetaire unie deel te nemen, tellen ze niet mee bij de vaststelling, eind 1996, of een meerderheid van de EG-landen voldoet aan de citeria voor één munt. Bestaat dan geen meerderheid, dan zal eind 1997 worden besloten om de monetaire unie, desnoods met een kleiner aantal landen, uiterlijk op 1 januari 1999 te laten beginnen.

Hulp

Naast de afspraak over de nieuwe Europese Unie heeft de top van Maastricht besloten om de bevolking van St. Petersburg en Moskou met voedselzendingen te helpen. Over de recente ontwikkelingen in de Sovjet-Unie toonde de Europese Raad zich zeer bezorgd. Daarbij werd vooral gewezen op het beheer van de kernwapens, de conventionele wapens, de naleving van de mensenrechten en het nakomen van de buitenlandse schuld door de republieken. In een aparte verklaring over racisme en xenofobie werd opgeroepen discriminatie te bestrijden en de rechtsbescherming van buitenlanders in de lidstaten te verbeteren.