Club van Rome bepleit kernenergie

DEN HAAG, 11 DEC. Toepassing van nucleaire energie is waarschijnlijk de enige mogelijkheid om het verbruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. Het gebruik van steenkool en aardolie is voor het milieu en voor de wereldsamenleving veel gevaarlijker dan kernenergie. Tot die conclusie komt het bestuur van de internationale Club van Rome in zijn rapport "De eerste wereldwijde revolutie', dat gisteren is uitgekomen.

Volgens de schrijvers van het rapport, erevoorzitter dr. Alexander King (voormalig directeur-generaal van de OESO) en de Fransman Bertrand Schneider, is het wereldenergie-, milieu- en bevolkingsprobleem nog net zo groot als twintig jaar geleden toen de Club van Rome, een gespreksgroep van industriëlen en wetenschappers, werd opgericht. Maar op dit moment heeft de mensheid volgens hen meer dan ooit de kennis, de kunde en de middelen om die vraagstukken op te lossen en “een betere wereld te creëren”. Dat dat nog niet is gelukt wijt King allereerst aan het ontbreken van een lange-termijnvisie tot ver in de eenentwintigste eeuw, alsook aan gebrekkig functioneren van democratische besluitvormingsprocessen.

Pag 18:

Milieugroep vindt keuze kernenergie "ouderwets'

In het eerste rapport, Grenzen aan de groei, dat in 1972 door de Club van Rome is gepubliceerd, werd al veel aandacht besteed aan het energieprobleem, aan het afwezig zijn van schone energietechnologie en aan dreigende grondstoffentekorten. Binnen de milieubeweging in Nederland werd dit rapport, aldus P. Nijhoff, directeur van de Stichting Natuur en Milieu, als “uiterst inspirerend” ervaren. Maar twintig jaar later, zo meent King zijn de problemen alleen maar groter geworden, vooral door de ernstige wereldvoedselsituatie en de explosieve bevolkingsgroei. Om die reden pleit de Club van Rome, die uit wetenschappers uit vele landen bestaat, er nu voor een ruimere kans te geven voor de bouw van een groter aantal kerncentrales en snelle kweekreactoren. Dit vooral omdat het gebruik van kernfusie voor de energievoorziening “nog even ver van ons af lijkt te liggen als toen de mogelijkheid daarvan voor het eerst werd geopperd”.

Voor de milieubeweging in Nederland, waar niet meer dan 5 procent van het elektrisch vermogen nucleair wordt opgewekt, betekent de keuze van de Club van Rome voor kernenergie een tegenslag. Nijhoff spreekt van een “ouderwets standpunt om je blind te staren om kernenergie” en meent dat er een veel grotere uitdaging ligt in energiebesparing. Teo Wams van de Vereniging Milieudefensie voegt daaraan toe dat de anti-kernenergiebeweging uit de jaren '70 en '80 zich weliswaar rustig houdt, maar beslist niet dood is. “Nu er weer pleidooien voor kernenergie komen”, aldus Wams, “kan de anti-beweging desgewenst onmiddellijk weer actief worden”.

Het eerste exemplaar van de Nederlandse uitgave van het rapport De eerste wereldwijde revolutie werd gisteren in Den Haag aangeboden aan D66-leider Van Mierlo, wiens partij naar zijn zeggen al twee decennia lang met de door de Club van Rome gesignaleerde problemen in de weer is. Volgens Van Mierlo was het bijzondere van de revolutie die de Club van Rome voorstond, dat “de rijken het tegen hun eigen rijkdom” moesten opnemen.

In dat verband vroeg hij zich af of de bij Club van Rome betrokken captains of industry zelf ooit iets met haar waarschuwingen hebben gedaan. Dr. King, samen met de Italiaanse industrieel Aurelio Peccei (Fiat en Olivetti) oprichter van de Club van Rome in 1971, maakte daarop duidelijk dat zijn industriële vrienden de boodschap van de groep altijd naast zich hebben neergelegd. Mede daarom voelt de 82-jarige King zich als een Griekse Cassandra wier waarschuwingen in de wind werden geslagen. “Worden wij ook nu opnieuw niet geloofd, dan lopen we”, aldus de erevoorzitter in een vraaggespek met NRC Handelsblad in januari 1991, “de kans dat er aan de geschiedenis en aan onze civilisatie een eind komt”. Gisteren voegde hij daar aan toe dat de mens, sinds er geen internationale vijanden en vijandsbeelden meer bestaan, nu zelf “de grootste vijand van de mensheid is geworden”.