Caleidoscopisch beeld van Duitse armoede

AMSTERDAM, 11 DEC. Vanavond, op de slotmanifestatie van het vierde International Documentary Filmfestival Amsterdam, zal de Joris Ivens Award niet worden uitgereikt aan de film Im Westen alles nach Plan van Hans Peter Clahsen en Michael Huse - hij werd niet genomineerd. Dat neemt niet weg dat dit een even bijzondere als belangrijke documentaire is, een film die een weerbarstig onderwerp wist te vangen in een uitgewogen, onderhuids razendevormgeving. Clahsen en Huse beginnen hun film met een sneeuwlandschap.

Een eenzame figuur scharrelt steunend op een staak langs de horizon. De zon schijnt en toch is het onverdragelijk koud, zien we. Dit beeld zal Im Westen alles nach Plan blijven beheersen: in de Bondsrepubliek schijnt de zon van de welvaart, en desondanks wordt er onbarmhartig armoede geleden. De filmmakers brengen de, door de politiek ontkende, structurele armoede van een groep Duitsers caleidoscopisch in kaart. Ze doorsnijden de handel en wandel van politiek en sociale dienst met het gevecht dat een aantal gezinnen en eenlingen dagelijks levert met gebrek en bureaucratie. Dat zijn geen asociale mensen en evenmin kan hun het ontbreken van goede wil worden verweten.

Wel worden ze harder. Ze hadden pech, ze belandden op een roltrap die alleen maar naar beneden gaat en dan slaan er makkelijk stoppen door. “Ik heb mijn vrouw nooit eerder iets lelijks over buitenlanders horen zeggen,” excuseert een man zijn huilende echtgenote. Hij werd door zijn spraakgebrek jarenlang voor achterlijk aangezien, krabbelde op met een baan die zijn gezondheid desastreus aan bleek te tasten en nu wordt hij met zijn vijf kinderen op straat gezet vanwege achterstallige huur. Intussen citeert de gezeten burgerij Goethe over armoede en wordt er teruggegrepen naar een negentiende-eeuws systeem van liefdadigheid in ruil voor nederigheid en dankbaarheid. Voor recht op een bestaan boven de armoedegrens, op warmte en een dak, is geen ruimte op de begroting.

Im Westen alles nach Plan is nooit larmoyant en Clahsen en Huse hoeden zich consequent voor demagogie. Wel tonen ze zich betrokken en geschrokken, in hun meesterlijke weergave van het absurde van zulke armoede in zo'n welvarend land. Op een Nederlands doek werkt hun film des te verontrustender doordat er in die BRD veel van Nederland te herkennen valt. Het is te hopen dat er snel een Nederlandse omroep overgaat tot uitzending.

Hoe moeilijk het is om een dergelijke film te maken, blijkt uit de Nederlandse produktie Het portret van Natasha van Hens van Rooy en Jimini Hignett. Ook die film klaagt politiek defaitisme aan, ook die film probeert cynisme te pareren met geestkracht op onvermoede plaatsen. Maar er is sprake van een expliciete ik-figuur (Hignett). Van buitenaf kijkt zij naar de Moskouse vrouw Natasha die op eigenzinnige wijze terugvecht tegen het vervallen staatssysteem dat haar niets meer te bieden heeft. De "ik' stelt zichzelf op de voorgrond. Zij oordeelt en veroordeelt, zij denkt dat ze in de positie is om "mensen door elkaar te schudden' en haar arrogantie ondergraaft haar film. Want niet zij interesseert ons, maar Natasha.

Wat Froukje Bos kwijt wilde met haar film Levenslied blijft onduidelijk. Ze vergaarde mooie beelden en uitspraken van de geestelijk minder valide bewoners van een opvanghuis, maar ze weigert haar publiek elk spatje nadere informatie over wat het ziet. En zo werd Levenslied een onevenwichtige impressie die alleen iets zal oproepen bij wie al bekend is met dit onderwerp.