Betreft: Bouwbesluit

Zoals u weet worden in Nederland door de diverse departementen wekelijks grote hoeveelheden regelingen geproduceerd. Het gevolg is dat de instanties "in het veld' voortdurend bezig zijn om zich nieuwe of "bijgestelde' richtlijnen, besluiten en verordeningen eigen te maken. Kunnen ze dat wel bijbenen? En wegen de kosten van de introductie van wéér een nieuwe regeling wel altijd op tegen de baten?

In het licht van deze vragen hebben we voor u de gang van het zogenoemde Bouwbesluit onderzocht. Dat besluit geeft uniforme bouwtechnische voorschriften voor het bouwen in Nederland. Het vloeit voort uit een actieprogramma voor deregulering dat in 1983 in opdracht van de toenmalige minister Winsemius (VROM) aan de Tweede Kamer werd aangeboden. Naar de huidige regels moet ieder nieuwbouw- of verbouwingsplan goedkeuring krijgen van burgemeester en wethouders. Die toetsen de plannen aan de plaatselijke bouwverordening, de gemeentelijke brandveiligheidsvoorschriften en het bestemmingsplan. Een hele procedure, die vaak veel tijd in beslag neemt en waarbij uniformiteit ver te zoeken is. Eén centrale regel is daarom een hele verbetering. Het bouwbesluit is nu nog "onder de Kroon' en moet nog worden behandeld in Eerste en Tweede Kamer.

De vraag om een nieuw, alomvattend bouwbesluit kwam “uit de maatschappij en van de bestuurders”, aldus ir. L. Huibregtse, “Die laatsten zeiden: waarom moeten we raadsbesluiten nemen over dingen waar we weinig verstand van hebben? Moeten raadsleden bijvoorbeeld weten hoe sterk een fundering moet zijn?” Huibregtse, hoofd van de afdeling Onderzoek Woningbouw en Kwaliteitszorg van het ministerie van VROM, kijkt vanaf de tiende verdieping uit over de nieuwbouw van Zoetermeer. Daar, tussen de nieuwbouw verscholen, moet nog ergens een oude dorpsstraat liggen. Hij vraagt zich af: “Waarom zou een traptrede in Maastricht sterker moeten zijn dan in Den Helder?”

Het besluit kent een lange voorgeschiedenis. In 1986 werden de eerste adviesorganen benaderd. “Het actieprogramma legden we voor aan klankbordgroepen. Vier sessies in enorme zalen, herinner ik me. Ik wist niet dat er zoveel adviserende groepen waren in Nederland. En dat waren dan alleen nog maar koepelorganisaties.” Allemaal mensen met specifieke belangen, zegt hij. Hij is tevreden dat de zaak nu over de streep rolt.

Maar denken degenen die deze regeling moeten gaan uitvoeren daar ook zo over? We gingen voor u poolshoogte nemen bij het stadsdeel De Rivierenbuurt in Amsterdam. T. de Kruif, hoofd van de afdeling Wonen en Werken, ziet het besluit met vrees tegemoet, omdat Nederland dan “een stukje meer België wordt”. Straks kan een huiseigenaar, met het bouwbesluit in de hand, in plaats van een stalen kozijn, een kozijn van kunststof plaatsen. Het bouwbesluit stelt namelijk alleen prestatie-eisen, en als een kunstof kozijn even veilig, bruikbaar, energiezuinig en sterk is, kan de gemeente niet eisen dat een stalen kozijn wordt gebruikt. “Een gevelrij in het Plan Zuid van Berlage is dan over een paar jaar een allegaartje en niet meer de eenheid van nu.”

De wethouder van volkshuisvesting in hetzelfde stadsdeel, P. Polderman, kan ook al niet enthousiast worden van wat hij weet over het bouwbesluit. “De herziening is gebaseerd op het idee dat de overheid niet meer zo betuttelen moet bij alle kleine wijzigingen die mensen aan hun huis willen aanbrengen.”

Dat is aardig voor iemand die aan zijn huisje op de Veluwe een koekoeksklok wil ophangen, daar moet de gemeente zich ook helemaal niet mee willen bemoeien, meent Polderman. Maar hij vreest dat hij de particuliere eigenaren, die in zijn wijk tachtig procent van de huizen bezitten, straks niet meer kan dwingen Berlages werk te eerbiedigen. “Het oude systeem met al die verordeningen en jurisprudentie was misschien een ondoordringbaar woud van regels, maar voor ons was het een gereedschapskist waarin we altijd wel iets konden vinden om zulke dingen te voorkomen.”

Polderman en De Kruif zullen hun weg moeten vinden in een geheel nieuwe gereedschapskist. De rijksoverheid helpt daarbij. Het bouwbesluit wordt begeleid door een stroom van informatie. Er zijn brochures, sinds vorig jaar komen er nieuwsbrieven uit die belangstellenden op de hoogte houden van de voortgang van het besluit. Bovendien heeft de overheid cursusmateriaal gemaakt en docenten opgeleid die cursussen zullen geven aan ambtenaren en mensen "in het veld'. De cursussen kosten de gemeente duizend gulden per ambtenaar. “Het dekt niet de kosten”, zegt Huibregtse “maar het is een prikkel zodat ze de cursus serieus nemen.”

Ondertussen kijkt ambtenaar De Kruif zuchtend naar de Herziene Woningwet. “Het zal een hele klus worden.” Honderdrieënvijftig artikelen. De ambtenaren zullen alle zeilen moeten bijzetten om het bouwbesluit voldoende onder de knie te krijgen om huiseigenaren te kunnen blijven dwingen bijvoorbeeld het Plan Zuid van Berlage te eerbiedigen. Eén groep slechts zal er garen bij spinnen, denkt hij: “Er zal een stroom van Arob-procedures op gang komen. De juristen wrijven in hun handen.”

Met gepaste hoogachting, BAS BLOKKER