Wederzijdse erkenning en goed nabuurschap

Overeenkomst over de oprichting van een gemenebest van onafhankelijke staten.

Wij, de republieken Wit-Rusland, de Russische Federatie en de Oekraïne, als mede-oprichters van de USSR, als ondertekenaars van het Unieverdrag van 1922 en hierna aan te duiden als de partijen in het verdrag, verklaren dat de USSR heeft opgehouden te bestaan als internationaal-rechtelijk lichaam en als geopolitieke realiteit.

Zij gaan uit van gemeenschappelijke historische kenmerken en van banden die volgens bilaterale overeenkomsten tussen de partijen in het verdrag bestaan;

Zij streven naar de oprichting van democratische rechtsstaten met als doel onze relaties te ontwikkelen volgens het principe wederzijdse erkenning en respect voor de soevereiniteit, het integrale recht van zelfbeschikking, het principe van gelijkheid en niet-inmenging in binnnelandse aangelegenheden; zij zien af van geweld of druk door economische of andere middelen. (...)

Zij nemen in aanmerking dat de verdere ontwikkeling en versteviging van hun vriendschappelijke relatie, hun goed nabuurschap en de wederzijds voordelige samenwerking tussen onze staten aansluit bij de fundamentele nationale belangen van hun volken en in het belang is van vrede en veiligheid.

Zij bevestigen dat zij de doelen en principes van het Handvest van de Verenigde Naties zullen naleven, alsmede van de Slotakte van Helsinki en andere documenten van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa;

Zij verplichten zich internationale normen op het gebied van de mensenrechten en het volkenrecht na te leven.

Zij komen overeen een Gemenebest van Onafhankelijke Staten op te richten. De partijen in het verdrag garanderen hun burgers gelijke rechten en vrijheden, onafhankelijk van nationaliteit of andere verschillen. (...)

Zij willen unieke etno-culturele regio's instellen die bijdragen aan de manifestatie, het behoud en de ontwikkeling van etnische, culturele, taalkundige en religieuze verschillen tussen nationale minderheden die op hun gebied wonen, en zij zullen deze minderheden beschermen.

Zij zullen een gelijkwaardige en wederzijds voordelige samenwerking ontwikkelen op het gebied van politiek, economie, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg, milieubescherming, wetenschap, handel, sociale zorg en andere terreinen en zullen hun verplichtingen strikt naleven. (...)

De partijen erkennen en respecteren elkaars territoriale integriteit en de onschendbaarheid van elkaars grenzen binnen het kader van het verdrag. Zij garanderen open grenzen en vrij verkeer van hun burgers en van informatie binnen het kader van hun gemenebest.

Zij zullen samenwerken om de internationale vrede en veiligheid te verzekeren en maatregelen uitvoeren ter beperking van wapenarsenalen en militaire uitgaven. Zij streven ernaar alle nucleaire wapens uit te bannen en naar een volledige ontwapening onder strikte internationale controle. De partijen respecteren elkaars streven een kernwapenvrije en neutrale staat te worden. (...)

(w.g.) Voor Wit-Rusland: Stanislav Sjoesjkevitsj en Viatsjeslav Kebitsj; voor de Russische Federatie: Boris Jeltsin en Gennadi Boerboelis; voor de Oekraïne: Leonid Kravtsjoek en Vitold Fokin.