Prof. Lijphart wil verzuiling gebruiken voor integratie; "Geef islamieten aparte scholen'

DEN HAAG, 10 DEC. Aanpassen, zegt VVD-leider Bolkestein. Emanciperen in eigen kring, stelt premier Lubbers daartegenover.

Na het vastlopen van een minderhedenbeleid is Nederland op zoek naar een nieuw integratiemodel. In het CDA gaan stemmen op om de verzuiling die eerder tot succesvolle integratie van katholieken en gereformeerden leidde, daarvoor opnieuw aan te wenden. De kenner van de verzuiling bij uitstek, prof.dr. A. Lijphart, de man die daar in 1968 hèt standaardwerk over schreef (Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek) vindt dat een goede gedachte. “De verzuiling is opnieuw bruikbaar. Het model kan opnieuw helpen bij de integratie van minderheden. Daarvoor moeten we hen het recht op eigen onderwijs en een eigen cultuur gunnen.”

Lijphart, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Californië in San Diego, wil geen oude schoenen weggooien. In tal van landen deed hij onderzoek naar de minderhedenproblematiek, en hij meent dat wat gereformeerden en katholieken onder leiding van hun voorlieden Kuyper en Schaepman hielp, moslims in Nederland anno 1991 ook van pas kan komen.

De oprichting van islamitische scholen en andere "verzuilde' organisaties in media en maatschappelijk werk kan de verankering van allochtonen in de Nederlandse maatschappij bevorderen, is zijn stellige overtuiging. Nog mooier zou het zijn als ook Turkse of Marokkaanse scholen zouden kunnen worden opgericht wanneer de minderheden daar zelf om zouden vragen. Want, zegt hij “nationale tegenstellingen zijn belangrijker dan levensbeschouwelijke, hoewel ze soms samenvallen”. In die scholen zou een belangrijke plaats moeten worden ingeruimd voor het leren van de moedertaal “als uitdrukking van de cultuur”. Het leren van Nederlands door allochtonen mag dan van groot belang zijn voor een goed functioneren op de arbeidsmarkt, eenzijdige verplichtingen “kunnen gemakkelijk tot extremisme leiden”, aldus Lijphart.

Met zijn pleidooi voor een nieuwe verzuiling kiest de politicoloog de kant van de Rotterdamse socioloog prof.dr. A.C. Zijderveld en Lubbers die onlangs voor moslims het CDA-concept van "emancipatie in eigen kring' lanceerden. Dit als antwoord op de veel aangehaalde redevoering van Bolkestein in het Zwitserse Luzern. Die stelde dat het beleid van integratie met behoud van eigen identiteit had gefaald en dat het de hoogste tijd werd dat islamieten zich aanpasten aan de belangrijkste Westerse normen en waarden. De oprichting van islamitische scholen wees Bolkestein daarom radicaal af.

Zijderveld en Lubbers meenden juist dat verankering in een vertrouwde culturele omgeving, zoals eigen scholen, beter integratie mogelijk maakt in de Nederlandse samenleving dan de assimilatie die Bolkestein voorstond.

Lijphart heeft weinig goeds over voor Bolkesteins pleidooi tegen een nieuwe verzuiling. “De liberalen zijn altijd al achterblijvertjes geweest omdat ze nooit een zuil voor zichzelf hebben gewild.” Zelf afkomstig uit een liberaal milieu en zich “nog steeds liberaal voelend” is Lijphart het “meer eens met Lubbers dan met Bolkestein”. De opvattingen van de VVD-leider doen hem “te veel denken aan opvattingen in de sociale wetenschappen uit de jaren vijftig. Die gingen ervan uit dat nationale en etnische verschillen steeds meer zouden wegvallen. De Noord-Ieren, de Basken, de moeizame natievorming in de Derde wereld en nu weer Oost-Europa laten zien dat etnische en culturele tegenstellingen veel hardnekkiger zijn dan toen werd verondersteld.”

Lijpharts steun voor het CDA-model mag opmerkelijk heten, omdat de voorwaarden die hij in 1968 formuleerde voor politieke stabiliteit in een verzuilde democratie, nu niet meer lijken te bestaan. In Verzuiling, pacificatie en kentering beschreef Lijphart een evenwichtspolitiek waarbij de verdeeldheid van de bevolking over de levensbeschouwelijke zuilen werd gecompenseerd door intensieve samenwerking van de leiders aan de top van de zuilen (de pacificatie-democratie). Ook het feit dat sociaal-economische verschillen min of meer gelijk over de drie zuilen waren verdeeld, droeg volgens de auteur bij aan de politieke stabiliteit van de Nederlandse samenleving.

Beide voorwaarden zijn nu inderdaad veel minder aanwezig, bevestigt Lijphart. De Turkse Abraham Kuyper moet nog opstaan. En een islamitische zuil zou niet alleen een concentratie van geloof, maar ook van etniciteit en sociaal-economische achterstanden kunnen opleveren.

Toch hoeft dit laatste niet destabiliserend te werken, zegt Lijphart onder verwijzing naar hedendaagse voorbeelden in Maleisië. “Daar werken Chinezen, Indiërs en Maleiers sinds 1955 in een nationaal front samen hoewel de laatsten nog steeds een economische achterstand hebben.”

Wel ziet Lijphart een handicap in de relatief geringe omvang van de allochtone groepen, vergeleken met de minderheden uit de negentiende eeuw. “Een Turkse partij zou waarschijnlijk niet veel meer dan één zetel krijgen” aldus Lijphart. “Dat maakt meeregeren moeilijk. Wel zouden de minderheden meer invloed kunnen krijgen in grote steden waar ze meer vertegenwoordigd zijn. Wil integratie slagen, dan is het essentieel dat ze meer bij het openbaar bestuur worden betrokken.”