Notering aandelen in Brussel opgeschort; Geruchten over fusie van ING en Belgische bank

AMSTERDAM, 10 DEC. Geruchten over besprekingen tussen Internationale Nederlanden Groep (ING) en aandeelhouders van de op een na grootste bank van België - Bank Brussel Lambert (BBL) - beheersten vanochtend de beurzen van Amsterdam en Brussel. De notering van de aandelen BBL aan de beurs van Brussel werd aan het einde van de ochtend opgeschort in afwachting van een bericht van de bank.

De gesprekken zouden kunnen leiden tot een overname van BBL. Maar de Belgische bank ontkent dat ze plaatshadden: “De voorzitter van BBL's syndicaat van aandeelhouders is niet benaderd door ING,” aldus een woordvoerder van BBL, “er zijn geen onderhandelingen geweest tussen ING en BBL.”

ING wil niet ingaan op wat zij noemt: “regelmatig opkomende geruchten over mogelijke acquisities dan wel samenwerkingsverbanden.”

In reactie op het handelsverbod in BBL liet de Brusselse Noteringscommissie vanochtend weten: “Wij hebben vanmorgen contact gehad met de bank maar daarover kunnen wij niets meedelen. De bank komt later op de dag zelf met een bericht. Tot nu toe heeft de bank niets bekendgemaakt. Wij hebben besloten tot het opschorten van de handel naar aanleiding van het artikel in De Telegraaf (de Telegraaf meldt vandaag dat ING plannen zou hebben BBL over te nemen, red.) Verder kan ik hier geen mededelingen over doen.”

ING is vorig jaar ontstaan uit de fusie van verzekeraar Nationale-Nederlanden met de een jaar eerder gefuseerde NMB-Postbank Groep. Bij die fusie werd reeds gesteld dat de eerste prioriteit van de bank-verzekeraar combinatie was om andere banken in Europa over te nemen, om zo de benodigde Europese schaalgrootte te verwerven.

Van oudsher werkt de NMB in België altijd samen met de Kredietbank, de derde bank van dat land. De grootste bank van België, Generale Bank liet in 1989 een fusie met de Amrobank afketsen, waarop deze laatste zich bij de ABN aansloot. De Generale Bank is nu betrokken bij Fortis, de combinatie van de Nederlandse Amev-Verenigde Spaarbank met de Belgische verzekeraar AG.

De anderhalve eeuw oude Brussel Lambert Groep heeft een bewogen verleden. In het begin van de jaren tachtig moest de belangrijkste dochter, Bank Brussel Lambert, enkele malen het dividend passeren omdat verkeerde speculatie over de richting van de rente-ontwikkeling tot stroppen had geleid. De Groep moest nieuwe aandelen uitgeven die werden gekocht door Pargesa, een maatschappij die eigendom is van de Belgische industrieel Albert Frère.

Pargesa heeft 38 procent van de Groep, die op haar beurt 10,8 procent van de aandelen in de bank heeft.

BBL zou via zijn kantorennet in België ING de mogelijkheid geven verzekeringsprodukten af te zetten en spaargelden aan te trekken. BBL had tot voor kort een belang van 12,5 procent in de Belgische verzekeraar Royal Belge, verkregen toen deze een overname van het Franse Axa moest weerstaan. Maar dit belang werd vorig jaar verkocht aan UAP. Royal Belge heeft nog wel een belang van 10,2 procent in de bank.

Tegenover de entree op de Belgische verzekeringsmarkt staat dat de winstcijfers van BBL te wensen overlaten. Afhankelijk van de prijs en de financieringsvorm bestaat het risico dat een overname de winst per aandeel van ING zouden verslechteren. Beleggers toonden zich bij de fusie tussen NMB Postbank en Nationale Nederlanden toch al niet erg ingenomen met de ontwikkeling van de winst per aandeel.

BBL verdiende over het eind september afgesloten boekjaar 4,5 miljard franc (245 miljoen gulden). Dat was 35 procent meer dan het jaar tevoren. Dat winstherstel was grotendeels te danken aan bijzondere omstandigheden. BBL is bezig de kosten van zijn kantorennet te drukken. Vorig jaar verdwenen 460 banen en dit jaar zullen er nog eens 300 worden geschrapt, zei topman Theo Peeters bij de bekendmaking van de jaarcijfers.

Het voorgaande boekjaar 1989-90 daalde de nettowinst van BBL met bijna 31 procent van 4,9 tot 3,4 miljard Belgische frank, (van 270 miljoen tot 187 miljoen gulden). De bank schreef die ontwikkeling toe aan de slechte resultaten van haar Franse dochter. In verband daarmee werd dat onderdeel gesaneerd, onder andere door de helft van de kantoren te sluiten en door een financiele injectie van 210 miljoen Franse frank (ruim 70 miljoen gulden) toe te dienen. Pargesa en BBL verkochten ook belangen die ze samen hadden in een Luxemburgse bank en de Franse bank BGP.

De grootaandeelhouders in Bank Brussel Lambert, die samen 54 procent bezitten, hebben allemaal een zogenaamd aandeelhouderssyndicaat getekend. Daarin is opgenomen dat de andere aandeelhouders het eerste recht hebben om aandelen te kopen wanneer een van hen van zijn stukken af wil.